Uitbundig drieluik, Alleluia!

Schola Cantorum Cantate Domino

Singet dem Herrn ein neues Lied is niet alleen de Cantate BVW 190 van Johann Sebastian Bach (1685-1750), het is ook een zinsnede die in alle denkbare betekenissen toepasbaar is op wat het publiek mocht horen en op alles om en rond het ‘Koninklijk Knapen- en Mannenkoor Schola Cantorum Cantate Domino van het Sint-Maartensinstituut’ te Aalst. 

Singet dem Herrn ein neues Lied is niet alleen de Cantate BVW 190 van Johann Sebastian Bach (1685-1750), het is ook een zinsnede die in alle denkbare betekenissen toepasbaar is op wat het publiek mocht horen en op alles om en rond het ‘Koninklijk Knapen- en Mannenkoor Schola Cantorum Cantate Domino van het Sint-Maartensinstituut’ te Aalst. Een koor dat, zoals vele van de betere (school)koren, heel wat jongeren de weg deed inslaan naar een professionele loopbaan als musicus. Twee solisten van het concert zijn oud-leden van dit koor, de derde is oud-koorknaap van het Gentse kathedraalkoor. Hun namen, Patrick Van Goethem – altus, Bart De Kegel – tenor en Lieven Termont – bariton. Koor en solisten werden ondersteund door het Ensemble Aspetti Musicali en de algemene leiding was in handen van David De Geest.

Wie mij kent, weet dat ik ‘een boon’ heb voor knapenkoren. Is het nostalgie? De herinnering aan die mooie tijd dat ook ik koorknaap was? Concerten, processie, applaus van vriendelijke mensen? Het kan zijn maar kan iemand tegenspreken dat zingende knapenstemmen iets hebben dat anderen niet op dezelfde wijze kunnen weergeven? Dat heldere en nog wat zwevende, de kracht en tegelijk de zwakte, breekbaar en even zo stabiel is iets dat alleen knapenstemmen hebben, zeker als ze geschoold, zeg maar zeer goed geschoold zijn. De jongens van Aalst worden er per concert beter op. Eerwaarde kanunnik Ghijs zaliger begeleidt als een echte engelbewaarder dit koor. Hij wist dat de opvolger die hij aanduidde – hoe jong die man ook was – zijn werk niet alleen zou voortzetten maar ook voor nog heel wat meer hoogstaande muzikale expressie zou tekenen. Geen concert gaat voorbij of de leden die de stichter van het koor gekend hebben, spreken zijn naam ‘Eerwaarde’ (zo werd en wordt hij genoemd) uit, met eerbied en een glinstering in de ogen. Ja, koorknaap zijn is een unieke ervaring en als het kan in een koor van dergelijk peil, is die ervaring nog intenser en kan ze je hele leven vorm en invulling geven. Of het zo is, weet ik niet maar misschien zou Klassiek Centraal niet zijn wat het is, als ik die ervaring niet gehad zou hebben. Het is een vraag die ik mezelf stel maar niet kan beantwoorden. Ex-koorknapen zullen me begrijpen.

Jaarlijks brengt het vermelde koor de jubelconcerten in de maand april. Gent, thuisstad Aalst en Brussel zijn sinds jaar en dag de gaststeden. Gent en zeker Aalst trekken veel, zeer veel publiek maar de Brusselse Sint-Goedelekathedraal, een van de reuzen van de Brabantse vlam gotiek, raakt met moeite halfvol. Onbegrijpelijk en o zo onterecht. Op het programma stonden drie componisten die we nooit mogen vergeten met jawel, haast vergeten werken van hun hand. Van Bach de vermelde cantate, van Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) de zelden tot nooit opgevoerde koormis – Mozarts enige – de Trinitasmesse in C KV 167 en van Georg Friedrich Händel (1685-1759) was het luisteren naar Sing unto God, Wedding Anthem HWV 263.

Drie meer uitbundige werken, op het lijf van aanstormende jonge kerels geschreven. Tempo, rijke melodieën en harmonieën, hel klinkende kopers, pauken, volle strijkers en orgel, zeg nu zelf… Het publiek wordt in dergelijke werken op sleeptouw genomen en zie je, voel je genieten. Niet alleen omdat het zulke rijke werken zijn maar ook omdat de uitvoerders een kwaliteit leveren die kan wedijveren met de grote namen. Het moet gezegd, David De Geest heeft de kwaliteit van het koor sterk verhoogd. Het heeft een kleur die doet denken aan de Engelse knapenkoren – De Geest studeerde onder meer in Engeland: vandaar de invloed? – en de solisten zijn van internationaal niveau. De aangenaamste partituur was voor de tenor met het langgerekte ‘Amen, Alleluia, Amen’ uit Sing unto God. Wat een smaakmaker! Vijf minuten bravoure voor de beste tenoren. Ik vraag me af waarom je dit werk zo zelden hoort op concerten en niet zomaar terugvindt tussen de massa’s cd’s die er bestaan. Het koor vult het gat in de markt want het concert werd opgenomen en er wordt een cd van gemaakt.

Of ik genoten heb, wil je weten? Dan vraag je beter: was er iemand die niet genoot? Die mag het ons eens komen uitleggen… Straks luister ik naar de collega’s uit Sint-Niklaas, In Dulci Jubilo. Mijn droom? Beide uitmuntende knapenkoren samenbrengen in een project dat Klassiek Centraal organiseert. Akkoord beste koormensen? 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: