Tune thy Musicke to thy Hart

Tune thy Musicke to thy Hart, Stile Antico, Fretwork, Harmonia mundi

**** Het Engels vocaal ensemble Stile Antico heeft een hiaat opgevuld. Samen met het gambaconsort  Fretwork heeft het  nl. een bloemlezing opgenomen van het lang verwaarloosde repertoire van religieuze muziek uit het Tudor- en Stuart-tijdperk, bedoeld voor het huiselijk musiceren. Domestic Devotion dus. Bidden, zingen en spelen. Nu eens niet in de kerk, maar thuis. Knus, gezellig. Een ontdekking.

**** “Tune thy Musicke to thy hart,

Sing thy ioy with thankes, and so thy sorrow :

Though Devotion needes not Art,

Sometimes of the poore the rich may borrow.”

Het Engels vocaal ensemble Stile Antico heeft een hiaat opgevuld. Samen met het gambaconsort  Fretwork heeft het  nl. een bloemlezing opgenomen van het lang verwaarloosde repertoire van religieuze muziek uit het Tudor- en Stuart-tijdperk, bedoeld voor het huiselijk musiceren. Domestic Devotion dus. Bidden, zingen en spelen. Nu eens niet in de kerk, maar thuis. Knus, gezellig. Een ontdekking.

“Sacred Music, written for private domestic devotion, rather than for church worship”, lezen we op het cd hoesje.  Op deze cd ontdekken we 16de- en 17de eeuwse, Engels-Anglicaanse, meerstemmige, religieuze muziek gezongen door  twaalf solisten. Componisten als Taverner, Tallis, Dowland, Byrd, Gibbons e.a. kennen we van Services, Ayres, muziek voor luit, virginaal en In nomine-bewerkingen voor gamba’s (viols). We kennen hen van hun  muziek voor de chapel Royal, hun Cantiones sacrae (Latijnse motetten), consort songs, anthems, het Fitzwilliam Virginal Book, My Ladye Nevells Booke e.d.m. Kortom, wij kennen die componisten van hun Engelse, anglicaanse kathedraalmuziek (psalm settings, Missen, hymns e.d.) en van hun instrumentale consortmusic. Wat ze componeerden voor de intimiteit van domestic devotion, was tot nu toe heel weinig bekend. Op deze cd zijn ze vertegenwoordigd met hun intieme, huiselijke meerstemmigheid, al dan niet a capella. Niet alleen de bekende componisten zijn vertegenwoordigd, maar ook namen als John Amner, Robert Ramsey, Robert  Parsons, John Browne en Thomas Tomkins. John Browne is de oudste van het gezelschap. Hij leefde tussen 1480 en 1505 en was nog een tijdgenoot van John Dunstable en Guillaume Dufay. Zijn compositie “Jesu, mercy, how may this be?” getuigt nog van de imitatie- en cantus firmus techniek en heeft nog die zalige, echt middeleeuws-gotische melismen, equivalent van de architecturale, laat-gotische perpendicular-style. Browne’s composities zijn opgenomen in het pronkstuk van Engelands Tudorpolyfonie, het Eton Choirbook. De andere pronkstukken van de laat 15de eeuwse en 16de eeuwse Engelse Tudorpolyfonie zijn het Lambeth Choirbook en het Caius Choirbook. Van Robert Parsons kan U twee verschillende bewerkingen beluisteren die hij maakte  van Taverners In nomine (Tracks 7 & 9). Interessant is ook dat men John  Taverners oorspronkelijke melodie  heeft opgenomen (Track 3).Over het leven van Robert Parsons (ca. 1535-1572) is weinig bekend. We weten dat hij assistent was van Richard Bower, Master of the Children Choristers of the Chapel Royal, en dat hij vervolgens Gentleman werd van de Chapel Royal en in die functie werd opgevolgd door William Byrd. In nomine Domini was een gedeelte uit het Benedictus van Taverners Missa Gloria tibi Trinitas. Deze geliefde melodie gaf voor zover we weten, aanleiding tot wel 150 bewerkingen door zo maar eventjes  58 verschillende componisten. Van de vijf versies die  Parsons componeerde zijn er twee op de cd opgenomen. Van John Taverner is meer bekend omdat hij een officiële functie had. Door de Act of Supremacy (1534) en  de twee Suppression Acts van 1536 en 1539, werd Koning Henry VIII Supreme Head of the Church in Engeland. Tussen 1536 en 1541 schafte hij monasteries, priories, convents en friaries af in Engeland, Wales en Ierland. Taverner werkte als agent van Thomas Cromwell die mede verantwoordelijk was voor wat men in de Engelse geschiedenis de Dissolution of the Monasteries noemt. Cromwell, chief minister van Koning  Henry VIII van England van 1532 tot 1540, was staatssecretaris, Lord Privy Seal en vicaris-generaal van de protestantse Anglicaanse kerk. Van William Byrd heeft men gekozen voor “Why do I use my paper, ink and pen?”, prachtig uitgevoerd door tenor en gamba’s. Byrd koos de tekst  uit het epitaaf dat de Jezuïet Henry Walpole (1558–1595) in 1581 schreef voor de veroordeelde en geëxecuteerde Katholieke jezuïet Edmund Campion (1540-1581). Walpole kon echter niet weten dat hem eenzelfde lot te wachten stond. Beiden zijn door Paus Paulus VI opgenomen tot de veertig martelaars van Engeland en Wales. John Amner (1579-1641) was een componist uit het Stewart-tijdperk. Hij was organist en Informator choristarum van The Cathedral Church of the Holy and Undivided Trinity of Ely. Hij is bekend gebleven door de publicatie in 1615 van zijn “Sacred Hymnes”. Het Christmas verse anthem “O ye little flock” en het madrigaal “A stranger here” (Tracks 2 & 6) maken deel uit van die bundel.

Robert Ramsey (1590–1644) was organist van Trinity College, Cambridge en Master of the Children van het college. Hij componeerde mythological and biblical dialogues. Bepaalde composities waren een mengeling van religieuze en wereldlijke elementen, “a mixing up of sacred and secular devotional genres”. Tallis’ partsong “Purge me, O Lord” is daar een voorbeeld van.

Een uitstekend idee was de keuze voor Giovanni Croce (1557-1609). Croce was wel een Italiaan die carrière maakte in Venetië maar zijn canzonetta’s werden danig populair dat ze ook in Engeland heel bekend geraakten. Zijn madrigalen kregen een Engelse tekst en verschenen in 1588 in Musica Transalpina Zijn muziek werd gesteund en geprezen door Thomas Morley en John Dowland. De naam van de cd haalde men uit de Two Bookes of Ayres van de dichter en componist Thomas Campion (1567-1620), bekend door zijn lute songs of ayre’s. Campion is vertegenwoordigd met zijn metrical psalm “Never weather-beaten sail” (Track 12). Thomas Tomkins (1572-1656), leerling van Byrd en organist en koormeester van de kathedraal van Worcester, is vertegenwoordigd met zijn anthem “When David heard that Absalom was slain”. De Stuart-gezinde Tomkins leed onder de executie in 1649 van zijn Koning Charles I en leed onder het anti-muziek gezinde schrikbewind van de Lord Protector Oliver Cromwell en trok zich terug op het idyllisch rustiek landgoed van zijn zoon Nathaniël in Martin Hussingtree in het graafschap Worcestershire. De bejaarde Tomkins die nog gediend had onder Elisabeth I, James I en Charles I werd in het landelijk kerkje St Michael & All Angels begraven. De madrigalen van Ramsey en Tomkins werden gecomponeerd n.a.v. de dood van Prince Henry in 1612.

Zes van de 15 composities worden begeleid door Fretwork. De andere zijn a capella. Deze cd  is net als alle andere cd’s van Stile antico een magistrale aanwinst voor wie houdt van Engelse muziek uit het Tudor en Stuart Tijdperk. En wie houdt daar nu niet van? Een must.

Gerelateerde Artikelen

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

Laatste berichten

Meer lezen ?

Sterrenparade

Voor wat staan de sterren die toegekend worden? Het is belangrijk om daarin openheid te brengen, dit m.a.w. op de (ver)nieuw(d)e website te expliciteren. KC is voorstander van een positieve benadering, genre de restaurantrubriek in dSMagazine: uitstekend– goed – redelijk – nipt.

5 ⭐️ = uitstekend

4 ⭐️ = zeer goed

3 ⭐️ = goed

2 ⭐️ = redelijk

1 ⭐️ = nipt

Introductiegidsen

Steun Klassiek Centraal via JPC