Tokyo String Quartet speelt Schubert

Tokyo String Quartet, Schubert, Harmonia Mundi

**** Van het Koeckert-Quartett met Walter Nothas naar het Tokyo String Quartet met David Watkin, de verhalende geschiedenis van de uitvoering van Schuberts Strijkkwintet. Naast het Zwitserse Stradivari-Kwartet is het Tokyo String Quartet het enige ensemble dat op Stradivarius-instrumenten speelt.

**** Van het Koeckert-Quartett met Walter Nothas naar het Tokyo String Quartet met David Watkin, de verhalende geschiedenis van de uitvoering van Schuberts Strijkkwintet.

Naast het Zwitserse Stradivari-Kwartet is het Tokyo String Quartet het enige ensemble dat op Stradivarius-instrumenten speelt. En dat hoor je, zeker wanneer zij Schuberts magistraal Strijkkwintet spelen, voor de gelegenheid in het gezelschap van  tweede cellist David Watkin.

Het Tokyo String Quartet is in  1969 aan de befaamde Julliard School of Music opgericht. De leden zijn Martin Beaver, 1ste viool (sedert 2002), Kikuei Ikeda, 2de viool (sedert 1974), Kazuhide Isomura, altviool (sedert 1964!) en Clive Greensmith, cello (sedert 2000). De oprichters Koichiro Harada, Yoshiko Nakura, Kazuhide Isomura en Sadao Harada waren allen leerlingen geweest  aan de private Toho Gakuen School of Music  in Tokyo. Seiji Ozawa (1935) kreeg daar als jongen ook  muziekles. Het ensemble won ondertussen de Grand Prix du Disque van Montreux, "Best Chamber Music Recording of the Year" van Stereo Review en Gramophone, en zeven  Grammy nominaties. Hun opnamen werden eerst uitgebracht door RCA Victor Red Seal en Deutsche Grammophon maar worden  nu uitgebracht door Harmonia Mundi. Sedert de oprichting in 1958 door  Bernard Coutaz (1922-2010), de omstreden Salesiaan van Don Bosco die omwille van zijn marxistische sympathieën  tijdens zijn  noviciaat buiten vloog, is dit label uitgegroeid tot één van de beste en belangrijkste labels ter wereld. Zo ziet U maar. Sedert 2002 is de primarius van het Tokyi String Quartet de Canadese violist Martin Beaver (°1967), gewezen eerste violist van het Toronto Symphony Youth Orchestra,  die de Paganini-Comte Cozio di Salabue-viool uit ca. 1727 bespeelt. Dit instrument is een Stradivarius.

Schubert componeerde zijn  strijkkwintet ”ein Werk von betörender Schönheit” tijdens de zomer van 1828. Op 19 november van datzelfde jaar overleed hij, 31 jaar oud. Het meesterwerk bleef lange tijd onbekend en werd pas voor het eerst publiek uitgevoerd in 1850 tijdens een concert van de Wiener Musikverein door het Hellmesberger Quartett. Wie toen tweede cello speelde weet ik niet, ik weet al genoeg. „Die erste systematische Einbürgerung des späteren Beethoven im Wiener Concertleben geschah im Fach der Kammermusik und ist vollständig Hellmesbergers Verdienst.“, schreef Hanslick. Schubert koos voor twee violen, één altviool en twee celli. Cfr. George Onslow (1784-1853) die zo maar eventjes 34 strijkkwintetten componeerde, zowel met  een tweede altviool (de andere mogelijkheid dus) of met een tweede cello of contrabas. Mozart die strijkkwintetten componeerde met een tweede altviool, had Schubert de weg getoond naar de mogelijkheden  van een gedoubleerd instrument, zowel als ondersteuning als ter begeleiding. Mozart had laten horen welk orkestraal effect men kon bereiken met een dergelijke bezetting. Schubert volgde weliswaar het voorbeeld van de kwintetten van Luigi Boccherini (1743-1805) die een tweede cello, voorschreef. Boccherini was nl. hofcomponist van Friedrich II die cello speelde. Die kon dan spelen, vandaar.

Schuberts strijkkwintet is één “Wechselspiel van gegensätzlichen Stimmungscharaktere”. De openingsakkoorden haalde hij waarschijnlijk bij Haydn, nl. uit het begin van diens 97ste symfonie (de vijfde van zijn 12 Londense symfonieën),  en bij Mozarts Streichquintett KV 515. In de eerste beweging klinkt een eerste thema, aanvankelijk gespeeld door de 1ste viool en begeleid door het strijktrio, vervolgens in de omgekeerde dispositie van het kwartet. Want nu  speelt de cello het thema. Een tweede lyrisch en teder thema volgt, contrapuntisch gespeeld door de beide celli, waarna een  marsachtig motief  weerklinkt op een ostinato ritme. In het Adagio, melodische stilte tussen hemel en aarde. “Schubert hat nie einen berückenderen (betoverender), langsamen Satz geschrieben als das schwelgend lyrische Adagio”, schrijft Misha Donat, Schubert-specialist bij uitstek, (cfr. Andras Schiff, Schuberts Klaviersonaten), in het bijbehorend boekje. Een elegisch thema, “eine Reihe stockender, betörend (bekoorlijke) stimmungsvoller Phrasen, als wolle  sie einer tiefempfundenen Dichtung Ausdruck geben”,  gespeeld door de viool, altviool en 1ste cello,  wordt schuchter begeleid door een licht motiefje in de andere viool, pp en espressivo. Vervolgens antwoordt de 2de cello met een sempre pizzicato. In de middenepisode een onevenwichtige, angstige fantasmagorie. Ostinato in de baslijn, tragische, stormachtige visioenen die gevolgd worden door een hemels gezang in de 1ste viool, onderbroken door veelbetekende stiltes en gefluisterde akkoorden. Pizzicato wisselt af met arco en alles lost op in een sprekende stilte – pianissimo. Een fugatisch scherzo met als centraal trio een Andante sostenuto. Altviool en 2de cello spelen  bevreemdende, meditatieve muziek waarin unisono en recitativisch spel afwisselt met tremoli en  gebroken akkoorden. Een finale à la tzigane met drie thema’s  combineert een rondovorm  met een sonatevorm. Alsof Schuberts angsten, zijn hemelse visioenen en zijn nostalgie transcenderen in argeloze vreugde. Dat het Tokyio String Quartet dit alles en nog zo veel meer op een uiterst professionele manier heeft begrepen, wordt door deze opname bewezen. Dat de keuze voor David Watkins, (leerling van William Pleeth die ook les gaf  aan Jacqueline du Pré),  eerder barok, spaarzaam vibratospel in vraag kan worden gesteld, behoort eventueel tot de mogelijkheden van kritiek op het hoogste niveau. David Watkin speelde trouwens met The English Concert, the Academy of Ancient Music, Collegium Musicum '90, en het Orchestra of the Age of Enlightenment. Geresumeerd? Heel, heel mooi maar net niet subliem.

Mocht u deze opname willen vergelijken met  andere, dan geef ik u graag enkele aan te bevelen opnamen mee :

Isaac Stern (Viool), Alexander Schneider (Viool), Milton Katims (altviool) met Paul Tortelier (cello) en…Pablo Casals (cello). (1952) CBS Masterworks 44853,  Sony (niet op cd)

Melos-Quartett met Mstislav Rostropowitsch (1978). Deutsche Grammophon (waarschijnlijk de beste, meteen aankopen)

Alban Berg Quartett met Heinrich Schiff (1982). EMI Classics

The Lindsay String Quartet met Douglas Cummings (1985). ASV

Juilliard Quartett met Bernard Greenhouse (1988). CBS

Brandis Quartett met Natalia Gutman (1992). IPPNW-Concerts

Emerson-Quartett met Mstislav Rostropowitsch (1992). Deutsche Grammophon

Orpheus Quartett met Pieter Wispelwey (1994). Channel Classics (voor zij onder U die zoutloos eten)

Borodin-Quartett met Misha Milman (1995). Teldec

Leipziger Streichquartett met Michael Sanderling (1996). MDG

Nomos-Quartett met Klaus Kämper (2000). Amphion.

Auryn Quartett met Christian Poltéra (2002). Tacet

Hagen Quartett met Heinrich Schiff  (2007). Deutsche Grammophon

Artemis Quartett met Truls Mork (2008). Virgin classics

Belcea Quartet, met Valentin Erben (2009). EMI Classics

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

Meer lezen ?

Sterrenparade

Voor wat staan de sterren die toegekend worden? Het is belangrijk om daarin openheid te brengen, dit m.a.w. op de (ver)nieuw(d)e website te expliciteren. KC is voorstander van een positieve benadering, genre de restaurantrubriek in dSMagazine: uitstekend– goed – redelijk – nipt.

5 ⭐️ = uitstekend

4 ⭐️ = zeer goed

3 ⭐️ = goed

2 ⭐️ = redelijk

1 ⭐️ = nipt

Introductiegidsen

Steun Klassiek Centraal via JPC