Thomas Adès’ scheppingsverhaal in zeven turbulenties

Nominatie Gouden Label – Op zijn nieuwe CD In Seven Days laat Thomas Adès zien dat hij zowel als componist, dirigent en pianist een eenzame hoogte heeft bereikt. Met de Russisch-Amerikaanse pianist Kirill Gerstein heeft hij een vorm van samenwerking gevonden die inspireert en uitdaagt. Het resultaat is een spetterende emotionele directheid waarbij extremen het nieuwe normaal zijn.

Het werk van Thomas Adès (Londen, 1971) staat bekend als complex en direct. Zijn muzikale taal stelt hem in staat eenvoudig materiaal vreemd te laten klinken en vice-versa. Onder zijn handen groeit een orkest uit tot een universum van kleurrijke extremen.

Adès’ opleiding is klassiek en bovendien in beton gegoten. Na het Londense Guildhall conservatorium zette hij vrijwel onmiddellijk de stap naar een muzikale loopbaan. De toekenning van Tweede Prijs van de BBC Young Musician of the Year (1989) bracht hem ertoe zich toe te leggen op compositie. Eerst volgde hij gedurende een jaar lessen bij György Kurtag in Hongarije. Daarna zette hij zijn studies piano en compositie voort aan het King’s College in Cambridge. Van 1999 tot 2008 was Adès artistiek directeur van het Aldeburgh Festival. Sinds 2016 is hij artistiek adviseur van de Boston Symphony. Gedurende het seizoen 2019-2020 was hij geboekt voor een serie concerten met het Concertgebouworkest in Amsterdam maar die werd wegens de coronacrisis geannuleerd.

Besturen van een vliegtuig

In een interview met The Guardian vergeleek hij zijn compositorisch proces met het besturen van een vliegtuig. “Je moet aan alles denken. Het uitgangspunt is een veilige landing. Maar intussen moet je je ogen openhouden voor het landschap, het instrumentenpaneel, de turbulenties en de stormen.” In Adès’ muziek zijn invloeden te horen van Janacek, Berlioz, Sibelius, Strawinsky, Couperin, de late Liszt, Alban Berg en uiteraard Kurtag. Zijn grootste angst is beschouwd te worden als een Engelse componist. Maar net zoals Strawinsky vergeefs probeerde zijn Russische wortels uit te trekken, heeft Adès zich niet helemaal kunnen losmaken van Elgar, Vaughan Williams en Britten. Maar hij is wel een eind gekomen.

Wortels spelen ook een rol bij Kirill Gerstein, die zo langzamerhand Adès’ vaste pianopartner is geworden. In de tekst bij de CD zegt hij: “Iedere musicus groeit op met de wereld van Beethoven, Bach en Rachmaninov. Hun idioom maakt deel uit van je muzikale DNA, het vormt je handen en je zenuwstelsel. Maar het wordt pas fascinerend om hetzelfde te doen met een componist die godzijdank nog leeft (…) Het voelt aan alsof je werkt met een van de componisten waarmee je bent opgegroeid, zij het dat het hier & nu is, en dat is een bruisende ervaring”.

Virtuositeit in sterfelijkheid

De CD begint met een piano-parafrase van Adès’ kameropera Powder Her Face (1995). “Parafrase” is een begrip uit de polyfonie waarbij (delen uit) een bestaand muziekstuk worden gekopieerd en gevarieerd, een vorm van Spielerei. Nieuw is dat de oorspronkelijke parafrase voor één piano is uitgebreid tot twee waardoor resonanties en muzikale gesprekken mogelijk worden. Powder Her Face is de bekendste opera van Adès. Het thema is het tragikomische seksleven van de Engelse hertogin van Argyll, respectievelijk de ondergang van de Britse aristocratie. Het stuk wordt zowel bewonderd wegens zijn virtuositeit als verguisd wegens zijn expliciete seksscènes. In eerste instantie reageerde de Britse zender Classic FM met een uitzendverbod. Maar intussen is de opera meer dan veertig keer opgevoerd (in 2015 ook door De Munt) en wordt het werk beschouwd als toonaangevend voor de 20e eeuw. De parafrase bestaat uit vier delen en begint met Ode to the Joy, een diabolische dans die werkt als een karikatuur.

De vrolijke motieven bestaan uit slingerende loopjes in het hoogste octaaf en klinken te mooi om waar te zijn. Omgekeerd klinken de sombere delen als donderend gesteente, maar met dramatiek in het kwadraat. Decadentie en wanhoop overlappen elkaar in het derde deel, Fancy Being Rich? Dit deel lijkt een onbedoelde samenvatting van de westerse klaviermuziek vanaf Liszt. Een hups dansje gaat soepel over in een smeltende wals die via jazzy akkoordprogressies eindigt als een speeldoosje. Het middenstuk bestaat uit fragmentarische melodielijnen die door de tweede piano subtiel worden omspeeld. Tussen deze flarden in ervaart de luisteraar hyperbolische uithalen, bedrieglijke cadensen en steeds weer nieuwe verbazingwekkende perspectieven. Het derde deel gaat rimpelloos over in het slot, dat ook de slotaria van de opera is: It is too Late. Het is een wervelende tango, waarin de Duchess, verschopt en verlaten, uit haar armetierige hotelkamer wordt gezet.

Verblindende rijkdom

Het titelstuk van de CD beschrijft in zeven stappen de schepping van hemel en aarde, volgens het bijbelboek Genesis. Het is oorspronkelijk geschreven voor piano, orkest en zes videoschermen maar wordt de laatste jaren vaak alleen instrumentaal uitgevoerd. Grammatisch staat het stuk in de tegenwoordige tijd maar het heeft zijn wortels in de (on)voltooid verleden tijd. Fuga en contrapunt fungeren als organisatorische en structurerende elementen, waardoor ruimte wordt gecreëerd voor de chaos en de puinhoop die elk scheppingsproces kenmerken. Maar bij Adès heeft zelfs de chaos structuur: de delen 1,2 en 3 zijn complementair met 4,5 en 6 waarbij het slotdeel 7 als coda kan worden opgevat. Het eerste deel opent met een zangerige fuga van de hoge strijkers die het begin van de schepping toegankelijk maakt zoals arbeidsvitaminen in de fabriekshal. Het licht wordt door hoge fluiten ingeleid totdat de blazers het naar verblinding voeren.

Dan is er even rust en speelt de piano een jazzstukje in een hotelbar. De lage strijkers vullen de schemer in, gevolgd door majestueuze trombones die de nacht creëren. In het derde deel gidsen de murmelende lage strijkers de luisteraar door het pas geschapen landschap, waarna de piano hen waardig en ritmisch in het verse gras laat wandelen. De strijkers laten hen via elliptische melodielijnen met een zweefvliegtuig over wuivende bossen en koele meren zeilen. De drie volgende kortere delen bieden nog meer ruimte voor licht en lucht en suggereren dat de schepper er steeds meer plezier in krijgt. Het titel van laatste deel is niet voor niets Contemplation. Het eindigt zoals het begin, de strijkers voeren de luisteraar kalm en overwogen, en in dubbelgrepen naar een harmonisch einde. Dat einde is een stilte die dubbelzinnig werkt. Aan de ene kant is er voldoening over de voltooiing van de schepping maar aan de andere kant is er huivering over wat hierna komt.

Het is Adès ten voeten uit. Het onderwerp van de schepping is allesomvattend en daardoor diffuus, maar Adès maakt het tastbaar en geloofwaardig. Zijn virtuositeit, directheid en tomeloze energie culmineren in deze CD in een verblindende rijkdom. Daarom is hij het waard genomineerd te worden voor een Gouden Label.


  • WAT: Thomas Adès – In Seven Days
  • WIE: Kirill Gerstein (piano), Tanglewood Music Center Orchestra, Thomas Adès (dirigent, piano)
  • UITGAVE: Myrios Classics MYR027
  • BESTEL HIER: JPC
  • AGENDA:

– 19 november 2020, Berceuse from “The Exterminating Angel”’ for piano, Lera Auerbach (piano), Muziekgebouw aan ‘t IJ, Amsterdam

– 25 november 2020, »Powder her Face » Three piece suite, Orchestre Philharmonique Royal de Liège, BOZAR, Brussel

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in:

Meer lezen ?

Sterrenparade

Voor wat staan de sterren die toegekend worden? Het is belangrijk om daarin openheid te brengen, dit m.a.w. op de (ver)nieuw(d)e website te expliciteren. KC is voorstander van een positieve benadering, genre de restaurantrubriek in dSMagazine: uitstekend– goed – redelijk – nipt.

5 ⭐️ = uitstekend

4 ⭐️ = zeer goed

3 ⭐️ = goed

2 ⭐️ = redelijk

1 ⭐️ = nipt

Introductiegidsen

Steun Klassiek Centraal via JPC