The Birthday Edition

Vladimir Jurowski: doseerde zijn gestiek op de juiste manier om het Mahler Chamber Orchestra tot een transparante interpretatie van Mahlers vierde symfonie aan te sporen.

Het Mahler Chamber Orchestra was in deze verjaardageditie opnieuw te gast op het Klarafestival. Een gelukkige keuze want het orkest behoort tot de wereldtop. Het programma was een boeiende combinatie van twee Mahlerwerken met een hedendaagse compositie van Marko Nikodijević.

Het Mahler Chamber Orchestra was in deze verjaardageditie opnieuw te gast op het Klarafestival. Een gelukkige keuze want het orkest behoort tot de wereldtop. Het programma was een boeiende combinatie van twee Mahlerwerken met een hedendaagse compositie van Marko Nikodijević.

Het geënsceneerde Schubertrecital met Winterreise en Georg Nigl vorige zaterdag was evenwel een miskleun.

Het werk van de Servische componist Marko Nikodijević “Cvetić kućica …la lugubre gondola” zette het programma met het Mahler Chamber Orchestra in. Het is een elegie voor een vermoord Kosovaars meisje en past perfect in de Mahleriaanse sfeer van enerzijds jeugdige vreugde, anderzijds dood. De muziek evoceerde op intense en serene manier de pijn en het onrecht over de dood van dit jonge kind. Een van de knapste hedendaagse werken die ik in lange tijd hoorde. De effecten in strijkers (glissandi), blazers en slagwerk waren nooit vergezocht en zorgden voor een serene sfeer en aangrijpende verstilling. Het werd heel aangrijpend gespeeld door het Mahler Chamber Orchestra dat van de aanwezige componist dan ook een applaus kreeg. Het werk sloot perfect aan bij het vervolg met een keuze uit de Wunderhornliederen van Gustav Mahler. Hier was bariton Gerald Finley de solist. Met zijn heldere timbre en zijn bekende liedcultuur bracht hij elk lied met de gepaste interpretatie. Wondermooi was zijn nuancering in “Der Schildwache Nachtlied” met zacht pianissimo bij “so helf dir Gott” en levendig fel ritme bij “Bleib mir vom Leib”.Des Antonius von Padua Fischpredigt” had iets meer ironie verdragen, vooral dat die wèl in het orkest zat. Tot rillingen ontroerde hij in het verhaal van het gestorven kind in “Das irdische Leben”. Als slotlied volgde “Das himmlische Leben” waarin sopraan Sophie Karthäuser aantrad, een van de “artiesten in residentie” van het Festival. Ze zong dit sublieme lied van Mahler met een geraffineerd en zacht timbre maar haar stem miste steun en draagkracht. Haar interpretatie kwam dan ook helemaal niet overtuigend over en bovendien was ze niet hoorbaar in grote delen van de zaal. Jammer. Bij de herhaling van dit lied, dat Mahler als slotdeel in zijn vierde symfonie geïntegreerd heeft, bleef de frêle stem evengoed in het ijle zweven. Ze stond krampachtig achter haar pupiter te zingen zonder enige projectie van doorleefde ontroering. Jammer voor deze fragiele verschijning die er als figuur ideaal voorkomt voor dit verstilde lied. De ster van de avond was dirigent Vladimir Jurowski, oudere broer van de chef-dirigent van de Vlaamse Opera, die zijn gestiek op de juiste manier doseerde om het orkest tot een transparante en gepunte interpretatie van deze Mahlersymfonie aan te sporen, met weliswaar een paar kleine foutjes, maar met heerlijke klank van klarinetten, fagotten, cello en altviolen. Al bij al een mooie avond.

Zo’n avond hadden we nodig na de miskleun van de geënsceneerde uitvoering van Schuberts Winterreise vorige zaterdag. Een uitvoering die eens te meer bewijst hoe delicaat het is een liedcyclus tot een scenische voorstelling te bewerken. De regie van Johan Simons in decor van Michael Borremans is voor mij een absolute mislukking. De tekeningen die je in de tentoonstelling kan zien van de dorre bomen van Michael Borremans hebben een absolute sfeer van verstilling en doodsheid, maar tijdens de voorstelling boompje na boompje door een van de muzikanten van het Ensemble Intercontemporain in een gaatje in de lange tafel te zien steken, wordt op de duur niet alleen voorspelbaar maar ook vervelend. En zo waren er nog vervelende elementen in de voorstelling. Als bovendien Georg Nigl bijzonder slecht bij stem is, bij momenten op het randje van vals zingt, dan is de avond echt wel verknoeid, hoe goed de man ook probeert zijn acteursrol te vervullen van de tot waanzin gedreven zwerver. De bijdrage van Mark André met “AZ pour ensemble” gaf voor mij nergens een emotionele meerwaarde bij de compositie van Franz Schubert, enkel even op het einde als een soort epiloog. Een overbodige uitvoering van een beklijvende Schubertcyclus.

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: