The Beethoven Project live

Elias String Quartet: de manier waarop de harmonieën non-stop aanzwollen en alweer verdampten, gaven aanleiding tot een uiterst dynamische vertolking van Beethovens opus 131.

Heeft u al van The Beethoven Project gehoord? Dat is het uitdagende studie- en uitvoeringstraject dat het Elias String Quartet sinds 2011 met de steun van het Borletti-Buitoni Trust voor zichzelf heeft uitgestippeld. De Bijloke plukte de voorbije week enkele vruchten van dit ambitieuze avontuur, en met veel plezier werd vastgesteld: deze waren van een opmerkelijke rijpheid.

Heeft u al van The Beethoven Project gehoord? Dat is het uitdagende studie- en uitvoeringstraject dat het Elias String Quartet sinds 2011 met de steun van het Borletti-Buitoni Trust voor zichzelf heeft uitgestippeld. De Bijloke plukte de voorbije week enkele vruchten van dit ambitieuze avontuur, en met veel plezier werd vastgesteld: deze waren van een opmerkelijke rijpheid.   

Alvorens het publiek veertig minuten lang onafgebroken in een aangrijpend klankenuniversum onder te dompelen, liet violist Donald Grant niet na om het te verkondigen: beste toehoorders, het is allemaal van zeer nabij te volgen op een speciaal daartoe opgezette website. Wat dan, hoor ik u zich benieuwd afvragen? Wel, het work in progress waarmee het Elias Quartet zich reeds enkele jaren onverdroten een weg baant in het imposante en tegelijkertijd intimiderende oeuvre van Ludwig Van Beethoven. Voor elk ensemble is het doorgronden van diens strijkkwartetten een uitdaging die makkelijk een carrière omspant. Dat ook dit Britse viertal – in 1998 gevormd aan het Royal Northern College of Music in Manchester – er nu zijn tanden inzet, is dus allerminst ongewoon. Wat daarentegen wel uitzonderlijk interessant is, is de grondige, multimediale manier waarop ze The Beethoven Project documenteren. Hun webstek, opgebouwd uit onder meer een blog, filmpjes, diepgravende analyses en natuurlijk geluidsfragmenten, is een online schatkamer voor iedereen die meer wil weten over deze muzikale ontdekkingstocht en wat daar allemaal bij komt kijken. 

De aankondiging door Grant – overigens in een opvallend sappige, Schotse tongval – werd voorafgegaan door het één voor één introduceren van de leden van het ensemble: iets wat popbands wel vaker doen, maar wat in dit wereldje hoogst ongebruikelijk is. Ik maakte het in ieder geval nog nooit eerder mee. Als primaria en celliste houden de zussen Sara en Marie Bittloch het Elias String Quartet letterlijk en figuurlijk bij elkaar. Het zusterpaar van Catalaans-Franse origine krijgt daarbij het gezelschap van de Ests-Zweedse altist Martin Saving. En daar komt dus ook een strijker uit de misty Highlands bij. De carrière van het kwartet nam vooral vanaf 2010 een hoge(re) vlucht, toen het door BBC Radio 3 als New Generation Artist werd gepromoot én ze ook bij het Borletti-Buitoni Trust in de prijzen vielen. Net dat financiële duwtje in de rug maakt het mogelijk om zich gedurende enkele jaren quasi-voltijds aan de studie van Beethoven te weiden.

Enthousiasme

Studeren is niet alleen voor professionele muzikanten van vandaag een belangrijk onderdeel van hun artistieke leven, maar was ook voor de componist Beethoven dé manier om zich te initiëren in een genre waarvoor hij zich in de begindagen van zijn carrière onvoldoende toegerust achtte. En dus zette hij zich als late twintiger aan een doorgedreven studie van de kwartetten van de grote roergangers Haydn en Mozart. Meerdere bewegingen van verschillende werken werden daarbij integraal gekopieerd. Het als nummer vijf gecatalogeerde werk in la-groot uit diens opus 18 draagt bijgevolg de onmiskenbare stempel van Mozarts kwartet in diezelfde toonaard (KV 464). De bevallige, vierdelige compositie heeft zelfs een Menuetto, iets wat voor Beethoven – die een uitdrukkelijke voorkeur voor het snellere scherzo zou ontwikkelen – eerder zeldzaam was. Door het betrekkelijk vlotte tempo gaf het Elias Quartet weliswaar een pittige draai aan dit deel, waarvan het volkse trio bovendien met zeer uitgesproken, slepende sforzandi werd opgemonterd.  Ook in de sprankelende finale werd het typisch Beethoveniaanse karakter van de muziek uitbundig in de verf gezet. Enkele doorslaggevende voorwaarden werden daartoe kundig vervuld: een voortreffelijke timing (bij de presentatie van het spitante openingsthema), dynamische accenten (in de doorwerking), een veer-krachtige expressie (iets waar het in het weelderige openingsallegro wel wat aan ontbrak) en tot slot een energieke coda. Ook het Andante cantabile – de variatiereeks die ontegensprekelijk het compositorische hoogtepunt van dit stuk vormt – kende een aantal momenten die in het oor sprongen, zoals de prachtig uitgesponnen vijfde variatie en de gevoelvolle fragiliteit van de nummers vier en zes. Dat beloofde alvast veel goeds voor na de pauze. Het grote enthousiasme waarmee dit ensemble op het podium tekeerging, had in ieder geval ook het publiek stevig in haar greep.

De Haydn die meteen daarop volgde – het kwartet bijgenaamd “Vogel” uit zijn opus 33 (1781) – bestendigde alleen maar mijn positieve oordeel. Een uitstekende keuze trouwens om deze overwegend luchtige muziek net voor de dramatische toonspraak van Beethoven te plaatsen. Het getsjilp in het Allegro moderato alsook in het trio van het daaropvolgende Allegretto gaven aanvoerster Marie Bittloch de gelegenheid om zeker niet voor de eerste keer haar kristalheldere intonatie te etaleren. De dialoog tussen de musici, waarbij vooral de cello gevat tussenkwam, leverde een schitterend uitgelegde, harmonische puzzel op. Het sotto voce dat in het scherzo wordt voorgeschreven, resulteerde dan weer in een erg beheerst, mijmerend hoorspel. Alvorens met een levenslustig rondo te beklinken, besluit Haydn zijn diepzinnige discours nog even aan te houden met een zangerig Adagio ma non troppo. Het Elias Quartet gaf deze hunkerende beweging een zowel elegant als plechtstatig gewicht mee en eindigde op een ronduit fabuleuze, omgekeerde climax: een delicaat pianissimo waarmee hun één en ondeelbaarheid puntgaaf werd onderstreept. Het jubelende slotstuk (Presto) was als het ware een allegorische commentaar op de eigen prestatie en die was, opnieuw, om bijzonder opgetogen over te zijn.     

Organisch

Alle verdiende lof ten spijt, stond het eerste deel van dit concert weliswaar in de schaduw van wat daarna nog aan indrukwekkends voorbijkwam: Beethovens zevendelige – jawel, u leest het goed – opus 131 (1826), volgens de tweede violist van het befaamde Schuppanzigh Quartet en goede vriend Karl Holz (1798-1858) het kwartet dat de componist zelf als het allerbeste beschouwde dat hij in dit genre op papier zette. En dus, als Beethoven werkelijk de grootste meester is die het strijkkwartet ooit heeft gekend, dan hebben we hier wellicht te maken met de beste compositie voor vier strijkers tout court. Groots, groter of grootst, hoe dan ook zijn de late strijkkwartetten van Beethoven grensverleggende muziek die eigenlijk bij grote voorkeur live wordt genoten. Dit zijn immers geen werken die je zomaar even op de achtergrond laat spelen of tussen de soep en de patatten beluistert, maar grote kunst waarvoor je rustig gaat zitten en aandachtig de tijd neemt. Niet altijd even licht verteerbare kost, zeker niet, maar steeds opnieuw een verbijsterende gewaarwording. Voorwaarde is natuurlijk dat het om een gedegen uitvoering gaat. En dat was bij het Elias String Quartet zeer zeker het geval. Van de elegische fuga waarmee het stuk opent, over de centrale reeks contrastrijke variaties helemaal tot aan de grimmige lyriek van de finale: de organische manier waarop de harmonieën non-stop aanzwollen en alweer verdampten, gaven aanleiding tot een uiterst dynamische vertolking. Eentje die blijkbaar ook door andere luisteraars gesmaakt werd. “I find the Opus 131 one of the most convincing pieces of the entire classical repertoire and you really played it with the exact amount of required passion” en “I hold the highest esteem for your exceptional performance of this astonishing masterpiece. May your future be as bright as your playing!!!”, zo lees ik op de website van The Beethoven Project. Hier waren inderdaad niet vier ego’s, maar wel een geolied ensemble aan het woord dat zich nederig doch daarom niet minder vastberaden in dienst stelde van deze sublieme muziek.  

Alsof het concert zelf nog niet memorabel genoeg was, trakteerde het viertal zijn publiek ook nog op twee originele extraatjes. Donald Grant voerde zijn collega-musici aan in wat hij zelf de “oldest tune of Scotland” noemde, meteen gevolgd door Calum’s Road van de Schotse componist Donald Shaw (°1967). Er was slechts één kleine smet op deze mooie avond en dat was de máár half gevulde zaal. Daarom deze warme oproep aan alle afwezigen: dit concert zal op maandag 26 januari 2015 te beluisteren zijn op Klara (20u-22u). Afstemmen is de boodschap. Laat het gerust uw eerste goede voornemen voor het nieuwe jaar zijn.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: