TEMPUS FUGIT / Futur Proche: een co-presentatie van Opera Ballet Vlaanderen en deSingel

De twee grote Antwerpse cultuurhuizen, deSingel en Opera Ballet Vlaanderen, hebben de samenwerkingsverbanden nauwer aangetrokken. Een eerste preuve daarvan is de voorstelling ‘TEMPUS FUGIT / Futur Proche’ met première in deSingel.

Aftrap Balletseizoen

Opera Ballet Vlaanderen maakte een schitterende seizoensstart met de opera ‘Aufstieg und fall der Mahagonny’ van Kurt Weill in een regie van Ivo Van Hove en de uitverkochte Vonk-voorstelling.

Het balletseizoen heeft ook heel wat in petto. Als seizoensopener ballet wordt het werk van twee choreografen, Johan Inger en Jan Martens, met elkaar gematcht in een double bill. Beide choreografen brengen een voorstelling over de tijd, begeleid door intieme piano- en stuwende klavecimbelmuziek. Hoewel ze verschillend van aard zijn, speelt ivoor beiden de muziek een belangrijke rol.

Dit wordt de Belgische première voor beide choreografieën, meteen een knappe aftrap van het seizoen. Nadien gaat de voorstelling op tournee.

‘TEMPUS FUGIT’  Johan Inger, muziek Johann Sebastian Bach

De Zweedse choreograaf Johan Inger was al eerder te gast bij de compagnie met het energieke en enigszins baldadige B.R.I.S.A. ‘TEMPUS FUGIT’ ademt een heel andere sfeer en werd een paar jaar geleden gecreëerd voor het Ballet van Bazel en kreeg voor Ballet Vlaanderen een update. Inger brengt een verhaal in beeld over de menselijke worsteling met de tijd, verdriet en rouw. Daarmee zit hij dicht op de huid en op het hart.

Op de prachtige, indringende muziek van J. S. Bach (1685 – 1750) met als centraal muziekstuk ‘Chaconne’ uit de tweede vioolpartita in een arrangement van Ferrucio Busoni -live uitgevoerd door Albina Skvirskaya- ontwikkelt zich een verhaal van loslaten en afscheid nemen. De choreografie heeft als thema de verglijdende tijd die als zand tussen de vingers wegstroomt.

Op een naakte scène in een diffuse belichting staan een man en een vrouw in een diagonaal ten opzichte van elkaar gepositioneerd en tasten de ruimte af, hun plekje in de grote wereld: hoog, laag, diep, voor, achter. Plots valt er een metalen strook bloemen midden op het podium. Ze bewegen spiegelend met de bloemen tussen hen in. De vrouw zoekt toenadering, maar weert elk fysiek contact af. Wat opvalt in de aankleding en belichting zijn de vele tinten grijs. Er komt kleur op de scène door de kostumering van de overige dansers die de bloemen plukken. Er ontwikkelen zich sfeervolle en uitgelaten groepsscènes, waaruit de twee dansers zich telkens weer terugtrekken. Een verzwakte persoon wordt vol mededogen gesteund en gedragen. De scène wordt a black hole, de muziek klinkt donker en onheilspellend. De scène licht weer enigszins op, verspreid over de scène prijken grijze bloemen. Aarzelend hervat de muziek. Het duo weekt zich weer los, distantieert zich van de rest. De vrouw wil opgeven. Haar vriend spoort haar aan door te bijten. Ze probeert het, maar tevergeefs. Eigenlijk wil ze rusten, terwijl de ander die nog niet los kan laten, de stadia van rouw doormaakt, tot hij de situatie uiteindelijk aanvaard. Levensmoe glijdt ze op de grond. De muziek geeft dit verhaal van afscheid nemen extra warmte en textuur. Het gegeven is herkenbaar en aangrijpend. We worden meegezogen in de rollercoaster van het leven, maar staan alleen met rouw, verdriet en afscheid nemen. Inger weet dit gegeven gevoelvol in beeld te brengen.

Deze choreografie werd door het publiek warm en enthousiast onthaald.

‘Futur Proche’ van Jan Martens

Jan Martens is sedert dit seizoen associate artist bij Opera Ballet Vlaanderen en maakte meteen een opmerkelijk debuut. De voorstelling ‘Futur Proche’ ging deze zomer in première op de Cour d’honneur van het Palais des Papes in Avignon, een van de meest prestigieuze podia van Europa. Voor de jonge dansers een belevenis van formaat. Deze eer viel in het verleden te beurt aan enkele andere landgenoten met naam en faam: Anne Teresa De Keersmaeker in 2011, Sidi Larbi Cherkaoui en Ivo Van Hove in 2016 én Martens zelf. Dat Opera Ballet Vlaanderen dit privilege te beurt valt danken ze aan Jan Martens die ze aan boord haalden. Hij maakte vorig jaar al een opgemerkte passage in Avignon met zijn voorstelling ‘Any attempt will end in crushed bodies and shattered bones’ van zijn eigen gezelschap Grip. Naar ‘Futur Proche’ werd verwachtingsvol uitgekeken.

Klavecimbel

Martens heeft een crush op klavecimbelmuziek en dan nog liefst hedendaagse klavecimbelmuziek, live gebracht door de Poolse klaveciniste Goska Isphording. Een verrassende keuze want het instrument heeft een wat stoffig imago. Hij maakt daar resoluut komaf mee en toont aan dat dit instrument vol subtiele klankschakeringen ongelooflijke mogelijkheden biedt voor een choreograaf. Voor Martens is de klavecimbel daarom symbool voor het menselijke potentieel om onszelf telkens opnieuw uit te vinden. De muziek is bij momenten bijzonder repetitief en vergt de uiterste concentratie van de dansers. Hij omschrijft het dansen zelf als hogere wiskunde, het vereist mentaal studiewerk en dat gebeurt met hoofd en benen. Praktisch elke noot wordt omgezet in beweging, de dansers worden als het ware meegezogen in de muziek.

De voorstelling start met open doek. Een meterslange bank domineert de scène. De dansers druppelen één voor één binnen en nemen plaats in groepjes of alleen. Ze chillen wat met elkaar. Een kleurrijke, ontspannen groep jonge mensen. Op de scène 15 dansers van Ballet Vlaanderen en twee tieners. Wanneer de muziek start krijgen ze individueel de kans om de noten te visualiseren: het onderlichaam blijft stil, het uit zich vooral in veel arm- en handenbeweging die het snelle ritme kunnen volgen. In een stil moment ontdoen ze zich van hun schoenen en dan begint het ritmische feestje. De groep splitst zich in twee. Er wordt gemarcheerd. De compacte groepen deinen uit in een lange ketting die in een rondedans rond de bank beweegt. De dansers tollen om hun as, er zijn ook freestyle momenten. In verstilde momenten herhalen de dansers hun eigen move. Het repetitieve doet denken aan mensen die aan de lopende band staan. Alle performers versmelten weer in een razendsnelle dans aangevuurd door klaveciniste  Goska Isphording.

Dan kantelt de voorstelling. Na het orgastische, een oorverdovende stilte. James Vu Anh Pham installeert een kleine camera. De beelden worden  reuzengroot op het doek geprojecteerd. Narcistisch bewondert hij zijn eigen lichaam en moves. Er dienen zich nog gegadigden aan en nog… Dat kleine plekje wordt ingenomen door te veel ego’s. Symboliek voor onze aardbol die overvol geraakt? De scène wordt in duisternis gehuld en op het doek worden een reeks voorspellingen, die iemand in 1900 poneerde, geprojecteerd. De klavecimbel komt uitvergroot in beeld. Goska Isphording speelt fenomenaal, vuurt de dansers aan die verspreid over het podium hun eigen moves brengen. Er gebeurt simultaan zoveel op het podium dat je het onmogelijk nog kan volgen. Je aandacht wordt dermate versnipperd. Van het goede te veel! Na deze dansorgie, zoeken de dansers uitgeput rust op de bank. Iemand verdwijnt in de coulissen en komt terug met enkele emmers water. Een grote kuip wordt op de scène gerold. Ook de andere dansers worden waterdragers. Er volgt een soort rituele doop. De lange bank wordt gedemonteerd en her en der op het podium geplaatst. De dansers bewegen op een praktisch donkere scene in slow motion, beelden bevriezen. Een spot gaat heel langzaam over de scène en belicht de rare figuren. Niet éénmaal, maar tweemaal. Een scènebeeld dat ik associeerde met afschrikwekkende schilderijen van Jheronimius Bosch. Vooruitgang en beschaving blijken allerminst synoniem te zijn! Dan breit Martens er als finale nog een stukje aan, waarbij de dansers weeral uiterst traag met hun voeten een ritme aangeven tot ze in dezelfde cadans komen. Tot het licht uitgaat. Oef, denk je dan. Té veel symboliek op een kluitje bij elkaar geperst.

Futur Proche’ begint veelbelovend, maar deemstert naar het einde toe weg. Jan Martens verliest naar het einde toe de focus. Wil té veel comprimeren in een kort tijdsbestek waardoor de verhaallijn alle kanten uitschiet als een balletje in een filpperkast. Een matig applaus volgde.

De jonge talentrijke en kneedbare dansers van Ballet Vlaanderen verdienen alle lof voor hun inzet en talent.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: