Tussen twee zielen met Stefano Maiorana

Stefano Maiorana behaalde zijn diploma klassieke gitaar aan het Conservatorio S. Cecilia in Rome waarna hij zich specialiseerde bij Bruno Battisti D’Amario. Bij Andrea Damiani studeerde hij luit en vroege tokkelinstrumenten. Daarna volgde Maiorana verdere studies in oude muziek in Fima (Urbino) bij Paul O’Dette.

Maiorana treedt zowel op als solist en als basso continuo speler. Hij is professor Lute Performance aan het Istituto Superiore di Studi Musicali Briccialdi te Terni. In 2016 nam hij een eerste album Intavolatura (label Fra Bernardo) op, gewijd aan de muziek van Giovanni Girolamo Kapsberger (ca.1580-1651) gespeeld op theorbe. In 2021 nam Maiorana Entre dos almas (Arcana-Outhere Music label) op met muziek van Santiago de Murcia (1673-1739) voor barokgitaar. 

U begon als gitarist en later richtte u zich pas op de vroege tokkelinstrumenten. Wat zorgde ervoor dat u zich wou verdiepen in het vroege repertoire?

Mijn eerste liefde was eigenlijk de elektrische gitaar. Ik begon met rockmuziek toen ik een tiener was. Ik was onder meer gefascineerd door Jimmy Page en Jimi Hendrix. Die gitaristen waren mijn helden en ik speelde graag in een rockband. Toen hoorde ik voor het eerst de klank van een klassieke gitaar. Mijn vader bracht een cassette mee met muziek van Segovia en toen besloot ik dat ik dit instrument serieus wou bestuderen. Dus volgde ik alle academische cursussen en behaalde het diploma.

Aan het eind van mijn studie klassieke gitaar gebeurden er twee dingen waardoor ik geïnteresseerd raakte in oude muziek en vroege tokkelinstrumenten. Ten eerste voelde ik dat het klassieke gitaarrepertoire voor mij te beperkt was. Als klassiek gitarist speel je vaak alleen, en ik miste de kans om met andere musici te spelen. De klank van de klassieke gitaar is zo mooi, maar volgens mij is het hoogwaardige repertoire niet zo uitgebreid als voor andere instrumenten. Ik was op zoek naar iets nieuws.

Ten tweede had ik in die periode een vriend die in een barokensemble speelde. Soms was ik aanwezig bij de repetities en toen ik ze samen zag spelen, kocht ik een barokgitaar zodat ik mee kon doen. Het was een geweldige ervaring. Ik besloot tot een nieuwe start en ging weer studeren, maar dit keer richtte ik me op oude muziek en vroege tokkelinstrumenten.

Wanneer men de overstap maakt van klassieke gitaar naar vroege tokkelinstrumenten, is een clichébeeld dat je de nagels van de rechterhand moet knippen. Het is bijna een ritueel waarmee men het gitaarrepertoire achter zich laat. Was dat een moeilijke beslissing voor u?

Absoluut niet, want ik heb besloten mijn nagels te houden om te spelen. Ik denk dat er zelfs nu nog veel misverstanden bestaan over de historische uitvoeringspraktijk op vroege tokkelinstrumenten. We weten zeker dat er verschillende technieken werden gebruikt, vooral voor de rechterhand. Voor de barokgitaar en voor de theorbe zijn er heel wat historische getuigenissen waarin het spelen met nagels wordt vermeld. Alessandro Piccinini (1566-1638) heeft het bijvoorbeeld over de vorm van de nagels en we weten dat Francesco Corbetta (ca.1615-1681) besloot een concert niet te spelen omdat hij een nagel brak… Naast schriftelijke getuigenissen zijn er ook afbeeldingen van Domenico Pellegrini (16??-ca.1682) die zeer lange nagels aan zijn rechterhand had, enzovoort.

Ik besloot mij te specialiseren in het repertoire van het einde van de 16e eeuw — een repertoire dat mij goed geschikt leek voor mijn rechterhandtechniek. Natuurlijk moest ik een beetje afwijken van de klassieke gitaartechniek, maar ik ben ervan overtuigd dat dit repertoire gemakkelijker is voor gitaristen die de vroege tokkelinstrumenten willen benaderen.

Muziek uit die tijd dat geschreven was voor één bepaald tokkelinstrument kon gemakkelijk worden gespeeld door andere tokkelinstrumenten. Dit was mogelijk vanwege de schrijfwijze van vele tablatuur die in een niet-idiomatische stijl was. U bespeelt zowel de barokgitaar als de theorbe. Hoe beslist u welke muziek u op welk instrument speelt?

Hoewel het voor een deel van het repertoire voor tokkelinstrumenten mogelijk is om verschillende instrumenten te kiezen om dezelfde muziek te spelen, is de muziek voor de barokgitaar en de theorbe zeer idiomatisch. Er zijn dus geen stukken geschreven in tablatures die je op beide instrumenten kunt spelen. Je kunt wel een arrangement maken van de originele tabulaturen, maar het is zo moeilijk en soms onmogelijk om met andere instrumenten bepaalde bijzondere effecten die eigen zijn aan deze twee instrumenten na te bootsen.

Op uw eerste cd Intavolatura concentreerde u zich op de muziek van Kapsberger en speelde u die op de theorbe. Op uw tweede cd speelt u muziek van Santiago de Murcia op de barokgitaar. U brengt hiermee namen die over het algemeen niet zo bekend zijn. Denkt u dat het belangrijk is om deze namen opnieuw te introduceren bij een breder publiek en u niet te beperken tot de grote reuzen?

Kapsberger is één van de belangrijkste componisten voor de theorbe en hetzelfde geldt voor de Murcia en de barokgitaar. Maar in vergelijking met andere barokcomponisten zoals Bach of Vivaldi zijn zij inderdaad niet beroemd. Toch denk ik dat we in hun muziek nog steeds iets bijzonders kunnen vinden en misschien is het mogelijk via een ander repertoire ook een nieuw publiek te vinden dat hun stukken waardeert.

Persoonlijk luister ik niet graag steeds naar hetzelfde stuk van een beroemde componist, ook al kun je er altijd iets nieuws in vinden. Meestal geef ik er de voorkeur aan om nieuwe repertoires te ontdekken of om een bekend repertoire op een niet-alledaagse manier te benaderen. Het is een uitdaging, en ik weet zeker dat er een publiek is dat net zo enthousiast is over nieuwe muzikale ontdekkingen als ik.

Duikt u zelf in de archieven in de zoektocht naar nieuw repertoire? Of werkt u samen met musicologen?

In het bijzonder voor vroege muziek is musicologisch onderzoek echt belangrijk. Het helpt ons uitvoerders om de muziek op een dieper niveau te begrijpen. Als ik een nieuwe componist onderzoek, lees ik veel musicologisch onderzoek dat over hem of de artistieke periode in het algemeen wordt gepubliceerd. Ook voor deze cd heb ik bijvoorbeeld veel artikelen van musicologen bestudeerd. Niet alleen over de componisten of de muziekinstrumenten, maar ook over de artistieke en politieke context waarin de musici leefden en werkten.

De muziek van Santiago de Murcia is divers en kent verschillende stijlen, muzikale talen en invloeden. Hoe ervaart u zijn muziek als uitvoerder en welke aspecten van zijn oeuvre hebt u op uw album tot klinken gebracht?

Het doel van het album was de relatie tussen de Italiaanse en de Spaanse stijl te onderzoeken; deze twee zijn twee zeer verschillende stijlen. De muziek van Murcia maakt het om meerdere redenen interessant. Ten eerste is hij een van de laatste componisten voor barokgitaar en is zijn muzikale taal geavanceerd. Ten tweede probeerde hij in zijn barokgitaartabulaturen de grenzen van het mogelijke van het instrument op te zoeken. En ten slotte had hij een zeer Europese visie en integreerde hij verschillende tradities in zijn eigen muziek.

In het album wordt deze relatie vertaald in de Corelli transcripties en de meer folkloristische stukken zoals Canarios [track 10] of Jácaras [track 16]. In de Corelli transcripties – die oorspronkelijk voor viool en basso continuo zijn geschreven maar hier alleen op de barokgitaar worden gespeeld – moet je de melodie, de bas en de continuo samen spelen. Om dit mogelijk te maken overwon Murcia de grenzen van het instrument en experimenteerde ook met wat het instrument te bieden had in de variaties van alle dansen.

Als ik de componist en zijn muziek moet beschrijven, denk ik dat hij een volwassen componist was, maar tegelijkertijd nieuwsgierig bleef naar de muzikale mogelijkheden van de barokgitaar.

Dus bij het samenstellen van het programma heeft u zich echt gericht op de Italiaanse en de Spaanse stijl. Wat zijn voor u net de verschillen tussen beide in de muziek van Santiago de Murcia?

Naar mijn mening is er een groot verschil tussen deze twee stijlen dat duidelijk tot uiting komt in de structuur van de muziek. In het Spaanse repertoire (in stukken als Jácaras, Canarios en Fandango) heeft de muziek vaak een open en meer vrije structuur. In het Italiaanse repertoire daarentegen, zeker in de muziek van Corelli, wordt de muziek gedreven door een prachtige, vaste structuur.

Een tweede verschil is dat in het Italiaanse repertoire de melodie een zeer prominente rol speelt, terwijl in het Spaanse folkloristische repertoire er een ritmische component is die de muziek haar drive geeft. Het was voor mij interessant om te onderzoeken hoe de barokgitaar deze twee verschillende stijlen tot uitdrukking kon brengen. Dit album toont de mogelijkheden van een instrument dat zowel melodisch als ritmisch kan zijn. In stukken als Tarantelas [track 08] hoor je een prominent percussie-effect, terwijl je in de langzame delen van Corelli kunt luisteren naar de lyrische schoonheid van een melodie.

In het Spaanse repertoire had ik ook de vrijheid om meer te experimenteren met versieringen. Ik heb gezocht naar verschillende oplossingen en speciale effecten, zoals verschillende soorten golpe (een speeltechniek waarbij men met de vingers op de klankkast van het instrument tikt) of rasgueado-technieken (ritmische, snelle tokkel die flamenco zo kenmerken).

Uw album Entre dos almas ontving veel positieve recensies. Bent u van plan om in de toekomst ook andere van uw concertprogramma’s op cd uit te brengen?

De afgelopen jaren heb ik het geluk gehad om met nieuwe muziek voor historische instrumenten te experimenteren en nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Vooral voor de theorbe. Ik heb een duo met de klassieke gitarist Magnus Andersson, een van de belangrijkste gitaristen voor de hedendaagse muziek. Hij speelt zowel de klassieke als de elektrische gitaar en ik speel de theorbe en de barokgitaar. Samen met Magnus willen we deze samenwerking voortzetten en meer nieuwe stukken voor dit bijzondere duo uitproberen.

Ik speelde ook als theorbist in een nieuw stuk van Claudio Ambrosini (°1948) Tancredi appresso il combattimento (2019) dat het epiloog is op Monteverdi’s Il combattimento di Tancredi e Clorinda (1624). Het was een geweldige ervaring om zulke mooie hedendaagse muziek te spelen.

Ik werk ook aan een nieuw album dat in de loop van volgend jaar door Arcana zal worden uitgebracht. Het is iets heel bijzonders dat onverwachte mogelijkheden voor de theorbe onthult. Laat ik tot slot zeggen dat ik Outhere en vooral de artistiek directeur van het Arcana label Giovanni Sgaria die mij in mijn artistieke avonturen steunt, heel dankbaar ben.

Entre dos almas

  • WIE: Stefano Maiorana [baroque guitar]
  • WAT: Arcana A484
  • BESTEL: JPC

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: