Jonathan Powell is de ideale Sorabji vertolker

Wat is een betere remedie om de Corona Blues van je af te schudden dan je te storten op de schatkamer van de klassieke muziek en daar een onbekend genie op te diepen?
Hij heet Kaikoshru Shapurji Sorabji! De onlangs op cd uitgebrachte wereldpremière van zijn Sequentia Cyclica super Dies Irae ex Missa pro Defunctis door de Engelse pianist Jonathan Powell is om verschillende redenen verrassend.

De Engelse componist Sorabji (1892-1988) was de zoon van een Parsi ingenieur uit India en een Engelse sopraan. Hij werd geboren in een buitenwijk van London. Al jong ontpopte hij zich tot een begaafd pianist. Als componist was hij autodidact. Tussen 1914 tot 1984 schiep hij een oeuvre van meer dan 100 werken dat door omvang, moeilijkheidsgraad, complexiteit, virtuositeit, lengte van de composities een eigen klankwereld in de westerse muziek is geworden.

Mag het iets meer zijn?

Sorabji geldt als de meest complexe van alle 20ste eeuwse componisten. Zijn werken behoren met een lengte van soms vele uren tot die buitencategorie in de Westerse muziek waartoe werken als Vexations van Satie (11 uur), 2nd String Quartet van Morton Feldman (6 uur) en The Tempered Piano van Niels Viggo Bentzon (16 uur) behoren. Weliswaar componeerde hij ook heel wat ‘kleinere’ werken, maar daartegenover staan kolossale composities als Symphonic Variations for Piano (9uur), Opus Cembalisticum (4,5 uur) en de hier besproken Sequentia Cyclica super Dies Irae ex Missa pro Defunctis (8 uur).

Voor Sorabji was de lengte van zijn composities de normaalste zaak ter wereld. Een werk had nu eenmaal een bepaalde lengte nodig om een perfecte verhouding te hebben. De muzikale noodzaak, niet de behoefte of het comfort van het publiek stond voor hem voorop.

Het profiel van een uitzonderlijke solist

De uitzonderlijke moeilijkheidsgraad van zijn werk heeft evenmin bijgedragen aan een grotere bekendheid. Sorabji vormt ook hierin een klasse op zich. Zijn pianowerken overstijgen de toch al niet geringe technische vereisten van Liszt en Busoni verre. Ze zijn een logisch vervolg op de pianistisch acrobatiek van grensverleggers als Alkan, Liszt, Busoni, Reger en Skriabin. Je hoort Messiaen, Boulez, Stockhausen, Xenakis en Ligeti al in de verte naderen.
Bovendien ontbreken duidelijke aanwijzingen aangaande tempo en dynamiek én gebruikt Sorabji soms tot zes verschillende notenbalken voor de notatie.

Sorabji’s muziek is weliswaar speelbaar, maar vraagt buitengewone offers van de uitvoerenden. Vooral de grotere werken liggen enkel binnen het bereik van slechts enkele virtuozen die in staat zijn om polyfone kluwen te ontrafelen, melodische lijnen in een gecompliceerd notenbeeld te ontdekken, fugas met uitzonderlijk  lange en talrijke subjecten te analyseren, evenals passacaglia‘s met thema’s die zich uitstrekken over verschillende pagina’s.

Sorabji zag de moeilijkheidsgraad van zijn werken als een groot voordeel: alleen de beste pianisten zouden zich aan zijn werk durven wagen, waardoor het risico op een slechte uitvoering gering was.

Eenvoud is voor de dwazen

Eenvoud als doel had voor hem geen enkele betekenis. Aangezien hij ook in de natuur geen grootse simpele dingen kon ontdekken, zag hij geen enkele noodzaak om zijn inspiratie in te perken.
In zijn eigen woorden: “Why do I write as I do? Why did (and do) the artists craftsmen of Iran, India, China, Byzantine-Arabic Sicily (in the first and the last of which are my ancestral roots) produce the sort of elaborate highly wrought work they did? That was their way. It is also mine. If you don’t like it, because it isn’t the present day done thing, that is just too bad, but not for me, who couldn’t care less”.

Uit dit citaat blijkt dat Sorabji een uitzonderlijk zelfbewustzijn bezat en nooit zijn mening zou verloochenen.
Hij had een onafhankelijke geest die met zijn soms in vitriool gedoopte pen flink te keer kon gaan tegen de verwording der muzikale mores, maar ook niet te beroerd was om de consequenties van zijn gedrag te aanvaarden. Veel vrienden had hij niet. Zijn sociale leven beperkte zich tot een kleine kring van intimi.

Liever geen uitvoering dan een slechte

Onder het motto ‘liever geen uitvoering, dan een slechte’ verbood hij in 1936 elke openbare uitvoering van zijn werk na een rampzalig verlopen uitvoering van zijn Opus Cembalisticum door pianist John Tobin. Hij trok zich terug uit het concertleven.
Het duurde tot de jaren 70 voordat Sorabji de ban ophief. Sindsdien mag zijn werk zich in toenemende belangstelling verheugen en hebben o.a. de pianisten John Ogdon, Geoffrey Madge, Michael Haberman en recentelijk Jonathan Powell zijn werk op het repertoire genomen.

De kroon op het oeuvre

De Sequentia Cyclica is gebaseerd op het Dies Irae uit de Latijnse Missa pro Defunctis, die meestal wordt toegeschreven aan Tommaso de Celano (1200-1260/70?). Sorabji had in de jaren twintig al eens zijn tanden stuk gebeten op het Dies Irae thema. Hij was al 200 pagina’s gevorderd toen hij opgaf, omdat hij het resultaat niet goed genoeg vond.
Wanneer hij precies aan zijn tweede poging is begonnen, is niet duidelijk. Het moet ergens in 1948 geweest zijn. Het ligt voor de hand dat het idee voor de Sequentia al die tijd in zijn hoofd was blijven hangen, zodat hij niet veel tijd nodig had om het op papier te zetten, ondanks de omvangrijke partituur van 331 pagina’s. Bovendien was hij iemand die in staat was om lange periodes in opperste concentratie aan een compositie te werken, vaak tot totale uitputting er op volgde.
Hij voltooide zijn Sequentia Cyclica op 27 april 1949. Hij was er trots op en beschouwde het als de kroon op zijn oeuvre voor piano.

Hij droeg het werk op aan pianist Egon Petri (1881-1962), die bij hem in hoog aanzien stond omdat hij een leerling was geweest van Busoni. Tot een uitvoering door Petri is het echter nooit gekomen. Vermoedelijk was het werk van Sorabji veel te modern voor een pianist voor wie de muziekgeschiedenis ophield bij Skriabin, Prokoviev en Stravinsky.

Een hele zit?

Natuurlijk is acht uur muziek een hele zit voor de uitwerking van een eenvoudig thema met 27 variaties. Het genie van Sorabji zorgt er echter voor dat je aan je stoel gekluisterd blijft.
Sorabji presenteert het Dies Irae thema in de meest uiteenlopende gedaantes met vaak ongehoorde klankkleuren, sterk contrasterende stemmingen en ritmes, en in wisselende complexiteit. Soms wordt het thema in zijn geheel weergegeven, soms in gedeelten en flarden of ook bijna onherkenbaar, schuilgaand achter een complex notenbeeld.

Het is fascinerend om te horen hoe Sorabji met zijn inspiratiebronnen speelt. Hij is sterk geworteld in de klassiek muziek, dat is duidelijk, maar in plaats van zijn bronnen te citeren of te imiteren brengt hij ze terug tot hun essentie en vormt hij ze om tot een eigen taal. Zo komt het dat zijn muziek volstrekt op zichzelf staat en met geen enkele ander muziek te vergelijken is.
Dat is het duidelijkst hoorbaar in de genrestukken als Marcia Funebre, Hipanica, Spiccato, waarin de geesten Alkan, Albeniz en Liszt duidelijk rondwaren. Het wonderbaarlijke Quasi Debussy geldt als een hoogtepunt in de Sequentia.
Maar ook elders zijn de invloeden van grote meesters als Busoni, Alkan, Liszt, Bach, Beethoven, Rachmaninov en Messiaen te bespeuren.

De 27 variaties kennen ook een overweldigende afwisseling in vorm.
Er zijn er een aantal met een barokke vorm en een bijzondere lengte, waaronder vooral variatie XXII Passacaglia opvalt met zijn honderd variaties van ruim anderhalf uur. Nergens laat Sorabji’s zijn fantasie zo de vrije loop. Toch is dit een van de meest toegankelijke delen van de Sequentia door de voortdurende bijna uitdrukkelijke aanwezigheid van het Dies Irae thema.
Ook de slotvariatie XXVII Fuga Quintuplice valt in die categorie. Het is een vijfvoudige fuga met een duur van ruim 80 minuten die een adembenemende en passende – want grootse – afsluiting vormt van de Sequentia Cyclica.

Daarnaast is er in het hart van het werk ook een groep van breed uitgesponnen, sfeervolle en betrekkelijk langzame variaties (X, XII, XIV) die de luisteraar een rustpauze gunnen. Het zijn soms Nocturne-achtige delen, waar Sorabji vaak een broeierige, wellustige, bijna ziekelijke sfeer weet op te roepen.
De overige delen kunnen in verschillende categorieën verdeeld worden. Er zijn energieke Moti Perpetui variaties met hun obstinate ritme en syncopen en een aantal onstuimige, gespierde Cappriccii. En als aanvulling op de langzame delen voegde Sorabji nog een vijftal kortere melodieuze arioso-achtige variaties toe.
Het geheel  biedt een duizelingwekkende verscheidenheid van stemmingen en karakters, waarin het Dies Irae thema in al zijn gedaantes toch steeds de luisteraar een houvast biedt.

Wie naar de Sequentia luistert, hoort de hele Westerse muziekgeschiedenis voorbijkomen. Tegelijkertijd hoort de luisteraar muziek zoals hij nog nooit heeft gehoord. De muzikale rijkdom van de Sequentia Cyclica is onmetelijk. Door herhaling te vermijden, en gebruikt materiaal voortdurend op minutieuze wijze in nieuwe gedaantes te gieten, heeft Sorabji een bouwwerk geschapen dat zich nog het best laat vergelijke met een reusachtige kathedraal die van onder tot boven met de fijnste mozaïek is versierd.

Lang gewacht..

Brilliant Classics acht nu de tijd rijp om de Sequentia Cyclica uit te brengen.
De Britse pianist en componist Jonathan Powell mag zich voortaan de toonaangevende Sorabji vertolker noemen. Powell is al lang met Sorabji bezig. Hij nam in het verleden al een aantal werken van Sorabji op, maar met deze wereldpremière van de Sequentia Cyclica zet hij een nieuwe standaard. Hij legt de lat zo hoog dat het niet makkelijk zal zijn om zijn prestatie te evenaren laat staan te overtreffen.
Zijn interpretatie is soeverein, vol nuances en krachtig. Hoe moeilijk deze muziek ook is, Powells spel blijft muzikaal, transparant en integer.
Maar het is vooral zijn onvoorwaardelijke liefde voor Sorabji waarmee hij de luisteraar van begin tot eind overtuigt van de grootsheid en de schoonheid van diens muziek.

Voor wie meer wil weten over deze wonderlijke componist is er de biografie van Sorabji Opus Sorabjianum door Marc-André Roberge. Het document van meer dan zeshonderd pagina’s dat de auteur regelmatig bijwerkt, is gratis hier te downloaden. 


WAT: Sequentia Cyclica super Dies Irae ex Missa pro Defunctis (7cd set)

WIE: Jonathan Powell, piano

UITGAVE: Piano Classics PCL 10206

Bestel VIA: JPC

 

 

 

 

 

 

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: