Schubert Happening

Franz Schubert: was dit jaar met recht en rede de uitverkorene tijdens de jaarlijkse componistenhappening in deSingel.

Op zondag 1 maart zette deSingel de mooie traditie voort om een hele dag één componist in de kijker te zetten. Het evenement heeft steeds in samenwerking met deFilharmonie plaats, die dan ook een groot aandeel heeft in het programma. Dit jaar was Franz Schubert de uitverkorene. “A genius”, om de woorden van Graham Johnson, eminent spreker tijdens deze Schubert Happening, te citeren. We mochten het doorheen de dag op gevarieerde wijze ervaren.

Schubert is uiteraard een liedcomponist pur sang en het zal u niet verwonderen dat het onderdeel rond dat aspect voor mij één van de hoogtepunten van de dag was. Graham Johnson in levende lijve over zijn (en ook misschien een beetje ons) idool horen vertellen, is een evenement op zich. Hij koos dit keer “Schubert and the Working Man” als thema voor zijn lezing. Zijn korte inleiding over de afkomst en persoonlijkheid van Schubert tekende hem als een “down to earth” persoonlijkheid die tegelijk trots haalde uit zijn werk, dat hij als regelrechte workaholic nooit losliet. Het thema maakte voldoende variatie in de liedkeuze mogelijk om de constanten in het oeuvre van Schubert (dood, natuur, verlangen, Sehnsucht, …) aan bod te laten komen. Tegelijk maakte Johnson duidelijk dat het thema van de eenvoudige werkman met “intelligentie” verklankt werd, dat de “working man” ook wel eens de “held” van een cyclus werd (Die Schöne Müllerin) en dat de verbeelding van Schubert voltijds werkte.

Ik vermoed dat er op de wereld niemand rondloopt die Schubert zo van binnen en van buiten kent als Graham Johnson, en er zo gemoedelijk en onderhoudend kan over vertellen zonder enige pretentie en zonder een greintje pedant te worden. Gewoon zalig. Hij bracht drie zangers mee die om beurt met gepaste inleving de lezing illustreerden en hij begeleidde hen uiteraard zelf aan de piano. Sopraan Geraldine McGreevy zong met volle en kleurrijke sopraanstem. De mooie, lichte tenor Robin Tritschler voelde zich wat onzeker, hetgeen des te meer opviel naast de expressieve vertolking van de bariton Benjamin Appl, die als volbloed liedzanger de liederen als kleine scènes tot leven bracht. Hij zong Totengräbers Heimwehe (D842) als een “masterpiece of the deepest feeling” (dixit Johnson) en in de zaal waren velen zichtbaar ontroerd. Het optreden van Luc Bergé (hoorn) bij Auf dem Strom (D943) en Vlad Weverbergh (klarinet) in Der Hirt auf dem Felsen (D965) lieten ons nog eens beseffen wat voor fijne muzikanten we in eigen land hebben.

Toneelmuziek

Ook het optreden van sopraan Ilse Eerens was een revelatie. Ze heeft me eerder al in voorstellingen in de Munt en de Vlaamse Opera (meest recent in een concertante Guillaume Tell van Rossini) kunnen bekoren. Mijn appreciatie voor haar werd tijdens deze Happening alleen maar groter. In het deel met ouvertures en aria’s uit Schuberts weinig bekende opera’s en toneelmuziek zong ze met frisse, jeugdige stem de aria van Lieschen uit Die Zwillingsbrüder (D647). Ze was ook een evenwaardige partner voor bariton Florian Boesch in Alfonso und Estrella. Dat Schubert een mateloze eerbied voor Beethoven koesterde, daaraan werden we bij de inzet van het oratorium Lazarus herinnerd. deOrkestacademie, die voor een deel door Philippe Herreweghe en voor een ander deel door trompettist Steven Verhaert geleid werd, straalde jeugdig enthousiasme uit en speelde verbluffend mooi. Een schitterende prestatie. Dat Ilse Eerens bij het concert met Collegium Vocale opnieuw optrad – ze viel in voor de zieke Ania Vegryin – vonden we helemaal niet erg. Zo was ze – op het lieddeel na – zowat de sopraan voor de hele dag, want ze vertolkte ook met zuivere hoogte en sacrale tint de sopraanpartij in de al te weinig gekende en zeer mooie Mis in As (D678), waarmee de dag besloot.

Sublieme kamermuziek

Hoogtepunten waren beslist ook de twee kamermuziekstukken met het Forellenkwintet (D667) en het Strijkkwintet in C (D956). In beide speelde Antje Weithaas de eerste viool: een privilege. Wat een violiste! Ze stuwt en stuurt het hele kwintet in beide gevallen met een onvoorstelbare precisie en muzikaliteit. De melodieuze soepelheid van Till Fellner was nog nooit zo zacht. De speelsheid van de variaties van het forellenthema kreeg mooie accenten. In het Kwintet in C zette de altvioliste het Andante sostenuto met een adembenemende verfijning in. Crescendi werden subtiel gedoseerd – als een zucht van Schubert – de pizzicati in het Presto klonken magisch. De speelvreugde van het Presto vormde een scherpe tegenstelling met de melancholie van het Andante. Stilte werd gedurfd gebruikt om spanning op te bouwen. Een sublieme uitvoering.

Hemels slot

Was de dag met een beperkt aantal muzikanten van deFilharmonie in Schuberts Octet in F (D803) ingezet – het enige deel van de dag dat ik gemist heb – dan trad het volledige orkest met dirigent Philippe Herreweghe, de zesde symfonie van Schubert (D589) en de al vermelde Mis nummer 5 (D678) aan als afsluiting. De motivatie van de orkestleden voor dit prestigieuze optreden als afsluiting van “hun” Schubert Happening vertaalde zich in precisie, engagement en heerlijk gespeelde muziek. Collegium Vocale bevestigde na hun knappe optreden in de (ook te weinig gezongen!) koormuziek van Schubert in de namiddag zijn uitstekende reputatie in de Mis in As. De hemelse tonen van het Agnus Dei met de vraag naar vrede bleven nog nazinderen.

De meeste bezoekers hadden er een lange dag van tevreden luisteren en genieten opzitten. De pauzes tussen de concertdelen waren steeds korter geworden, de eensgezindheid en samenhorigheid onder het publiek des te groter. “Het was een prachtige dag”, klonk het alom bij het verlaten van de concertzaal.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: