Salzburger Pfingstfestspiele

Iphigenie en Tauride van Gluck

Reeds voor de vierde keer berustte de artistieke leiding van de Salzburger Pfingstfestspiele bij Cecilia Bartoli die dit jaar als thema “So ruf ich alle Götter” voorstelde. Die aanroeping van de goden gebeurde in elf verschillende manifestaties waaronder drie opera-avonden, een balletopvoering en vier concerten.

Centraal stond de operaproductie “Iphigénie en Tauride” van Gluck, een opera die sinds 2000 niet meer op de affiche stond bij de Salzburger Festspiele toen Susan Graham het tragische lot van de Griekse prinses vertolkte omringd door Thomas Hampson als haar broer Orestes en Paul Groves als zijn vriend Pylades in een regie van Klaus Guth en gedirigeerd door Ivor Bolton.

Coherente interpretatie

De productie was dit keer toevertrouwd aan het Belgisch-Frans regisseursteam Moshe Leiser en Patrice Caurier die de handeling naar vandaag verplaatsten in een eenheidsdecor van Christian Fenouillat met kostuums van Agostino Cavalca. Treurnis en wanhoop heersen in de kale hangarruimte waar Iphigénie en haar gezellinnen opgesloten zitten tussen stapels oude kleren en ijzeren bedden en met schrik de bevelen afwachten van Thoas, de chef van de mannen die hen terroriseren. Iphigénie verlangt slechts naar de dood maar eens te meer zal ze mensen, gestrand op de kust van Tauris, moeten doden. Iphigénie probeert tenminste een van de twee gevangenen te redden maar uiteindelijk zal, dank zij de tussenkomst van de godin Diana, iedereen gespaard worden. Niet gemakkelijk om de godin (helemaal in het goud gestoken) te integreren in deze hedendaagse context die beter geschikt is om het tragische lot en de zielstoestanden van Iphigénie en Oreste te evoceren. Maar, deze goddelijke verschijning buiten beschouwing gelaten, hebben Leiser en Caurier een coherente interpretatie aan dit antieke drama weten te geven met herkenbare, gekwelde mensen die zich in hopeloze situaties bevinden zoals de actualiteit ons iedere dag toont.

Cecilia Bartoli met onverzorgde korte haren, T-shirt en versleten broek is een hoopje ellende en vertolkt de pijn en kwellingen van Iphigénie met een stem die zowel angst als een zekere gelatenheid uitdrukt. Geen vocale virtuositeit maar een expressieve zang vol echte emotie. Christopher Maltman geeft zijn bronzen bariton aan haar broer Oreste, achtervolgd door de Eumeniden omdat hij zijn moeder Klytemnestra doodde. Hij aanvaardt zijn terechtstelling als een verlossing zoals blijkt uit het indrukwekkende toneel van zijn offerdood. Pylade vindt een geschikte vertolker in Topi Lehtipuu, gelukkig beter bij stem dan bij zijn optreden als Don Ottavio in de Munt een paar maanden geleden. Michael  geeft  Thoas de allure van een gewelddadige maffia-baas  en zingt krachtig. Diana heeft de heldere, melodieuze stem van Rebeca Olivera en de leden van het koor van Radiotelevisione Svizzera leveren uitstekend werk, vooral de dames die de gezellinnen/priesteressen van Iphigénie een sterke scenische présence geven. In de orkestbak laat het ensemble I Barocchisti gedirigeerd door Diego Fasolis een expressieve vertolking horen, transparant en met veel mooie nuances, vol energie en emotie en altijd in perfecte harmonie met het toneel.

Salzburger Festspiele

Deze productie wordt deze zomer overgenomen door de Salzburger Festspiele die ook Bartoli’s “Norma” presenteren die twee jaar geleden in het Pinksterfestival in première ging;

Diego Fasolis en I Barocchisti hebben ook op schitterende wijze de heerlijke concertante versie van “Semele” van Händel begeleid,  een bijzonder levendige uitvoering  die sterk theater en vocale weelde bood. De zangers, duidelijk erg vertrouwd met de dramatische handeling, hebben ons de opera doen beleven alsof het een scenische opvoering was en ons op vocaal gebied werkelijk verwend : Cecilia Bartoli als de verliefde, frivole en ambitieuze Semele, Charles Workman, Jupiter, de zoetgevooisde  verleider, Birgit Remmert als jaloerse, autoritaire en verraderlijke Juno, Liliana Nikiteanu, zachtaardige, onschuldige Ino, Rebeca Olivera levendige, opgejaagde Iris, Andreas Scholl als Athama, in de steek gelaten maar uiteindelijk toch gelukkig en Peter Kalman  een pittoreske Somnus.

Geen echte goden maar toch bovennatuurlijke wezens  evolueerden in “Ein Sommernachts-Traum” een ballet van John Neumeier naar Shakespeare op composities van Mendelssohn, Ligeti en traditionele mechanische muziek gedanst door het Ballet van Hamburg begeleid door het Mozarteumorkest gedirigeerd door Simon Hewett. Mensen en elfen zoeken en vinden elkaar in deze mooie, gevarieerde choreografie en dit weelderige spektakel in de grote klassieke traditie, schitterend gedanst en vertolkt door expressieve en virtuoze solisten en het uitstekende ensemble van het Hamburg Ballett.

Het thema van de goden was mooi gerespecteerd in het recital van Christoph en Julian Prégardien die fragmenten uit “Il ritorno di Ulisse in patria” en “L’Orfeo” van Monteverdi vertolkten en liederen van Schubert op teksten die aanleunden bij de antieke godenwereld zoals “Ganymed” of  “An die Leier”. Begeleid door enkele musici van Anima Eterna Brugge en Jos van Immerseel (cembalo en Hammerklavier) zongen vader en zoon Prégardien alleen, in duet of samen en lieten ons genieten van hun mooie tenorstemmen, lyrisch voor Julian, dramatischer voor Christoph, in eerlijke en doorvoelde vertolkingen.

Het was Louis Langrée die vol vuur zes briljante solisten, de Camerata Salzburg en het Salzburger Bachkoor dirigeerde in het slotgala van het festival met composities van Purcell, Händel, Gluck, Haydn en Offenbach die alle de antieke wereld als onderwerp hadden, tragisch zoals de dood van Dido of vol humor zoals de avonturen van de mooie Helena en Paris. Anna Netrebko gaf met rijke stem uitdrukking aan de smart en berusting van Dido in “When I am laid in earth”. Andreas Scholl bezong de heerlijke schaduw van zijn geliefde boom in “Ombra mai fu”. Cecilia Bartoli liet haar vocale virtuositeit bewonderen in een fragment uit “L’Anima del filosofo ossia Orfeo edEuridice”, Christopher Maltman  engageerde zich volledig in Agamemnons scène “Diane impitoyable – Brillant auteur de la lumière”. Juan Diego Florez treurde om zijn Euridice maar mocht ook “L’espoir renaît dans mon âme” vertolken vooraleer ons met een knipoog over  het oordeel van Paris te vertellen terwijl Marianne Crebassa zich voorstelde in “On me nomme Hélène la blonde”. Een mooi einde van een festival met een intelligente programmatie en een hoog artistiek niveau.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: