Salzburger Festspiele

Exterminating angel

Het programma van de Salzburger Festspiele biedt dit jaar (van 22 juli tot 31 augustus) negen opera’s en een musical (Leonard Bernsteins “West Side Story” waarin Cecilia Bartoli de partij van Maria zingt.

Drie opera’s gaan concertant en bieden telkens een “vedette”: “Manon Lescaut” (Puccini) met Anna Netrebko in de titelrol, “Thaïs” (Massenet) met Placido Domingo als Athanaël en “Il Templario” een weinig bekende opera van Otto Nicolai verdedigd door Juan Diego Florez. Er zijn nieuwe ensceneringen van “Die Liebe der Danae” (Richard Strauss), “Faust” (Charles Gounod) en “The Exterminating Angel” (Thomas Adès) en hernemingen van de drie Mozart-de Ponte opera’s “Cosi fan tutte”, “Don Giovanni” en “Le nozze di Figaro” in ensceneringen van Sven-Eric Bechtolf, de interim-artistieke leider van het festival.

De wereldcreatie van “The Exterminating Angel” van Thomas Adès, een opdracht van het festival in coproductie met de Royal Opera Covent Garden van Londen, de Metropolitan Opera van New York en de Kongelige Opera Kopenhagen opende de reeks. Zoals hij zelf toegeeft was de Engelse componist Thomas Adès (°1971) van in zijn jeugd gefascineerd door de surrealistische films van Luis Bunuel en zelfs bijna geobsedeerd door “El angel exterminador” een zwart-wit film uit 1962. Hij vindt dat het onderwerp erg op een operalibretto lijkt omdat “iedere opera vertelt hoe  men probeert uit een bepaalde situatie weg te geraken”. Waarover gaat het over? Na een operapremière komt een voornaam gezelschap waaronder een dirigent, een pianiste en de diva van de opvoering Leticia Maynar samen in de villa van Edmundo en Lucia de Nobile. Maar daar gebeuren eigenaardige zaken. Het personeel, op één uitzondering na, zijn het huis ontvlucht en na verloop van tijd kunnen of willen de genodigden blijkbaar de woning niet verlaten. De elegante soirée wordt een claustrofobische quarantaine die zelfs politie en strijdkrachten van buiten uit niet kunnen doorbreken. Dorst, honger en hygiënische noden maken dat de groep iedere vorm van beschaving verliest of toch ongeveer. Indien sommigen hun lot schijnen te aanvaarden, zijn anderen op zoek naar een oplossing en willen ze bloed zien. Op het ogenblik dat Edmundo, die men verantwoordelijk acht voor de catastrofe, zich bereid verklaart zich op te offeren, schijnt Leticia het middel gevonden te hebben om het gezelschap naar buiten te laten gaan, de overlevenden weliswaar want een oude man is ondertussen gestorven en een jong verliefd paar heeft zelfmoord gepleegd.

Moet men de opera, op een libretto dat de Ierse regisseur Tom Cairns schreef met medewerking van Thomas Adès, met de film vergelijken? Ik denk het niet. Natuurlijk is het scenario van Bunuel het uitgangspunt maar de twee kunstvormen hebben typische eigen regels en eisen. Samen hebben Cairns en Adès zeker geen trouwe adaptatie van de film van Bunuel gemaakt maar ze hebben een opera geschapen die een macabere thriller is die fascineert en je in zijn greep houdt, vooral in de eerste twee bedrijven. De partituur van Adès is rijk en vibrerend, de klank meestal massief, de invloeden herkenbaar. Adès leidde zelf het ORF Radio-Symphonieorchester Wien dat hem voortreffelijk diende. Maar er zijn niet alleen de grote orkestrale uitbarstingen. Adès schakelt ook Ondes Martenot in (gespeeld door Cynthia Millar) of een gitaar (Michael Kudirka) om meer intieme momenten te creëren, kleine klankeilandjes of mini-aria’s die bepaalde personages karakteriseren. De zangpartijen zijn goed geschreven maar bijzonder veeleisend voor de sopranen die meestal de hoogste en zelfs extreme regionen moeten bewandelen. Dat is vooral het geval voor de stratosferische partij van Leticia die Audrey Luna moedig verdedigt. Maar de hele bezetting (22 rollen plus koor) werd met zorg gekozen en bestaat uit een voortreffelijk en prominent gezelschap zangers-acteurs zoals Amanda Echalaz (Lucia de Nobile), Anne Sofie von Otter (Leonora Palma), Sally Matthews (Silvia de Avila), Christine Rice (Blanca Delgado), Sophie Bevan (Beatriz), Charles Workman (Edmundo di Nobile), Frédéric Antoun (Ral Yebenes), Iestyn Davies (Francisco de Avila), Ed Lyon (Edgardo) en de opmerkelijke veteranen Thomas Allen (Alberto Roc) en John Tomlinson (Doctor Calos Conde). Tom Cairns was zijn eigen regisseur in een eenvoudig en handig decor van Hildegard Bechtler, die ook de kostuums ontwierp, de smokings voor de heren en elegante avondjurken voor de dames. In de ruimte, bepaald door een beweegbare salon-omlijsting heeft Cairns een duidelijke en boeiende actie opgebouwd, schitterend  gediend door een homogeen maar toch voortreffelijk geïndividualiseerd ensemble. Een aandachtig en geestdriftig publiek heeft de dirigent-componist en de zangers op een ovatie onthaald. In voorjaar 2017 staat de opera in Londen op de affiche.

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: