Richard Strauss und die Oper

Richard Strauss und die Oper

***** In Wenen loopt in het Theatermuseum aan de Lobkowitzplatz ter gelegenheid van het Richard Strauss Jubileumjaar ‘Zum 150. Geburtstag des großen Komponisten’, de tentoonstelling ‘Richard Strauss und die Oper’. De vooraanstaande Duitse uitgeverij Residenz Verlag gaf met steun van de Ernst von Siemens Kunststiftung de prachtige catalogus uit. Wel vijftien specialisten schreven over het wel en wee van de wellicht fascinerendste operawereld van de 20ste eeuw. Su-subliem !

***** In Wenen loopt in het Theatermuseum aan de Lobkowitzplatz ter gelegenheid van het Richard Strauss Jubileumjaar ‘Zum 150. Geburtstag des großen Komponisten’, de tentoonstelling ‘Richard Strauss und die Oper’. De vooraanstaande Duitse uitgeverij Residenz Verlag gaf met steun van de Ernst von Siemens Kunststiftung de prachtige catalogus uit. Wel vijftien specialisten schreven over het wel en wee van de wellicht fascinerendste operawereld van de 20ste eeuw. Su-subliem !

Het boek opent met het ‘Geleitwort’ door Gabrielle Strauss-Hotter, dochter van de legendarische bas bariton Hans Hotter! en (tweede) echtgenote en weduwe van kleinzoon/operaregisseur  Richard (Strauss). Dit wordt gevolgd door het ‘Zum Geleit’ van Thomas Trabitsch, directeur van het Theatermuseum in Wenen.

Daarna tekenen Christiane Mühlegger-Henhapel en Alexandra Steiner-Strauss voor het voorwoord. Laurenz Lütteken schrijft dan over ‘Richard Strauss und das 20. Jahrhundert’ en Jürgen May heeft het dan onder de titel ‘Wie aus Worten Musik wird’ over de magie van wat moet gebeurd zijn in de werkkamer van Strauss, ‘Einblicke in Strauss’ Komponier-Werkstatt’. Andreas en Oliver Láng, verbonden aan de Weense Staatsopera, hebben het over Richard Strauss als Directeur van de Weense Opera, en na het Interview met kleinzoon Christian Strauss, schrijft Thomas Leibnitz onder de titel ‘…mit wienerischer Grazie und Leichtigkeit…’ over Wenen als “atmosphärischer und dramaturgischer Faktor in den Opern von Richard Strauss”. Een bijzonder en essentieel hoofdstuk.

Oswald Panagl heeft het vervolgens in ‘Bilder der Antike in den Bühnenwerken von Richard Strauss’ over de fascinerende opera’s die zich in de Grieks-klassieke wereld afspelen. Alexandra Steiner-Strauss wijdt dan een bijzonder hoofdstuk ‘Die Bühne als Raum-Bild, Zu den Bühnenausstattungen Alfred Rollers für Richard Strauss’ aan ‘Bühnenbildner’ en schilder Alfred Roller (1864-1935), één van de grootste kunstenaars van zijn tijd!. Roller was in 1908 in Wenen leraar schilderen van een 19 jarige, waanzinnig gedreven, van kunst bezeten jongeman, ene…Adolf Hitler! Vanaf 1903 hervormde Roller met… Gustav Mahler! aan de Weense Hofoper de ‘szenische Kunst im Sinne der Idee des Gesamtkunstwerks’ (‘Raum, Farbe und Licht mit Musik, Wort und Gestik’)! Bitte sehr!

In het hoofdstuk ‘Theater ist eben Zusammenarbeit…’, hebben Christiane Mühlegger-Henhapel en Alexandra Steiner-Strauss het dan samen over het ontstaan van Strauss’ magistrale ‘Die Frau ohne Schatten’ en schrijft Christian Cöster daarna over de ‘gemiste’ librettist, de voorman van de Weense Sezession, Hermann Bahr, ‘Hermann Bahr – der gescheiterte Librettist. Der Weg zum Libretto der Oper Intermezzo’. Monika Meister heeft het dan over ‘Richard Strauss, Stefan Zweig und Die schweigsame Frau’ en Kenneth Birkin wijdt dan een hoofdstuk aan ‘Joseph Gregor als Richard Strauss-Librettist’.

Joseph Gregor (1888-1960), voor wie men bewust gekozen heeft en over wie men te weinig spreekt omdat hij te zeer in de schaduw is komen te staan van Hugo von Hofmannsthal, schreef ‘ter vervanging’ van de gevluchte, joodse Stefan Zweig, de libretti van ‘Friedenstag’ en ‘Daphne’ (beide in 1938), van ‘Die Liebe der Danae’ (1944) en gedeeltelijk van ‘Capriccio’ (1942).

In de marge weze opgemerkt dat Hugo von Hofmannsthal wel voor zes! van de 15 opera’s van Richard Strauss, de librettiti schreef (‘Elektra’, ‘Der Rosenkavalier’, ‘Ariadne auf Naxos’, ‘Die Frau ohne Schatten’, ‘Die ägyptische Helena’ en ‘Arabella’).  Christiane Mühlegger-Henhapel schreef overigens reeds ‘Joseph Gregor. Gelehrter – Dichter – Sammler’ in de reeks ‘Schriftenreihe des österreichischen Theatermuseums’ (Verlag Peter Lang). Oliver Rathkolb nam de verantwoordelijkheid te schrijven  over ‘Richard Strauss und das Dritte Reich’, waarna Marianne Öhlberger het heeft over  ‘Zu Richard Strauss’ Chorphantasie, An den Baum Daphne’.

In laatste instantie komt Christiane Mühlegger-Hanhapel dan nog eens aan het woord die het in ‘Ihr aufrichtig ergebener Dr Richard Strauss’ ten slotte nog heeft over de brieven en handschriften van Strauss in de rijke ‘Handschriftensammlung’ van het Weense Theatermuseum. Na een interview met een ooit bekende Octavian in ‘Der Rosenkavalier’ die nu de leiding heeft van het Richard-Strauss-Festival in Garmisch-Partenkirchen, met name sopraan Brigitte Fassbaender, besluit de biografie van Strauss dit magni-magnifiek  boek.

De teksten zijn onnoemelijk informatief en onnoemlijke interessant en het boek is daarenboven prachtig, prachtig  geïllustreerd met foto’s en afbeeldingen in kleur van decors en kostuums. Warm, warm, meer dan warm aanbevolen!

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: