Richard Strauss, intiem

Christoph Wagner-Trenkwitz, Sie kannten Richard Strauss

***** Een boek met getuigenissen over het intiem leven van Richard Strauss die geniale opera’s componeerde over Erotische, leidenschaftliche Frauen mag u toch niet missen? De gewezen chef dramaturg van de Weense Staasoper heeft ze voor ons gebundeld.

***** Een boek met getuigenissen over het intiem leven van Richard Strauss die geniale opera’s componeerde over Erotische, leidenschaftliche Frauen mag u toch niet missen? De gewezen chef dramaturg van de Weense Staasoper heeft ze voor ons gebundeld.

„Von meiner ersten Jugend berichtet meine Mutter, dass ich auf den Klang des Waldhorns mit Lächeln, auf den Ton einer Geige mit heftigem Weinen reagierte.“  Dit is de vroegste muzikale herinnering van Richard Strauss die als geen ander, zes decennia lang een groot deel van de Duitse muziek karakteriseerde. Centraal staan de herinneringen van kleinzoon Christian Strauss, die zijn liefdevolle maar strenge grootvader en de leefomstandigheden van de familie in de jaren ‘30 en ‘40 van de 20ste eeuw beschrijft. Vrienden, kunstenaars, collega's en correspondenten van Richard Strauss komen aan het woord en tekenen een intiem portret van een jong genie of van een ouder wordende, snoepende patriarch, aangevuld met uniek fotomateriaal uit het familiearchief.

Richard Strauss is wereldwijd een van de vijf meest succesvolle, meest uitgevoerde operacomponisten. Nu, wanneer u een vader heeft die u op het hart drukt dat naast een goede gezondheid, omgang met dames het allerbelangrijkste is in het leven, zal u begrijpen dat de jonge operacomponist uitgroeide tot de meest legendarische operacomponist van de 20ste eeuw, wiens uniek oeuvre dan ook gerust omschreven mag worden als das Vermächtnis eines treuen Frauenverstehers. Christoph Wagner-Trenkwitz toont dit genie als het ware in close-up, in verslagen en getuigenissen van tijdgenoten en in zijn eigen, vaak intieme brieven.

Pauline de Ahna, zijn Lebensmensch

Het boek is chronologisch samengesteld. Het gaat van ‘het opvallend mooi kind’ en Glamouröses Wunderkind, de bijzondere, liefhebbende ouders, de vrienden op school, naar zijn vrouw, de geprezen zangeres Pauline de Ahna, zijn Lebensmensch en unverzichtbare Gefährtin, zijn endgültige Wahl. Voor haar was Richard heilig. Het was zij die er voor zorgde dat niets of niemand hem hinderde, het was ook zij die als strenge generaalsdochter eiste dat haar Richard nog enkel en alleen oog en aandacht had voor haar. Heel letterlijk te nemen of te laten. Zij had  bv. geen enkele moeite om Gustav Mahler te laten wachten wanneer haar man zijn middagdutje deed. Ook danken we blijkbaar Rosenkavalier  aan haar, want in een brief aan Roller schreef Strauss dat de tekst die Hofmannsthal had geleverd, hem niet zo beviel. Pauline, sein Bauxerl wel, dus… Anderzijds vernemen we ook dat misverstanden en ruzie met Pauline in 1924 resulteerden in de schitterende bürgerliche Komödie mit sinfonischen Zwischenspielen in zwei Aufzügen, Intermezzo.

Prominente tijdgenoten komen aan het woord, zoals Romain Rolland, Stefan Zweig die getuigt dat hij tegenover Richard Strauss, niet met een heftige, opgewonden kunstenaar te maken had maar met een nuchtere ambachtsman van het hoogste niveau, de industrieel Manfred Mautner Markhof die twee decennia lang bevriend was met Strauss, de schrijver Gerhard Hauptmann, vocale grootheden als Viorica Ursuleac, Hans Hotter en vele, vele anderen.

Kleinkinderen

De zaak rond een afspraak in de Union Bar in Berlijn met ene Mieze Mücke komt ter sprake maar bovenal komen de twee Strauss-kleinkinderen, de kinderen van zijn enige zoon Franz en zijn joodse vrouw Alice, aan het woord. Kleinzoon Richard  (1927-2007) schreef zijn herinneringen aan zijn grootvader, de jongere kleinzoon Christian (°1932) beantwoordde vragen van Christoph Wagner -Trenkwitz in het huis in dat nu Garmisch-Partenkirchen heet. In de getuigenissen van Christian komt de schijnbaar nauwe relatie van Strauss met de nazi’s ter sprake die hij nota bene heftig ontkent. “Opa was de “unpolitischste” persoon die je je kunt voorstellen maar toegegeven, ook een opportunist. Hij zocht wat hij kon gebruiken.”

“In de eerste plaats komt mijn werk, in de tweede  plaats komt mijn familie en de rest maakt me eigenlijk niets uit” (“Der Rest ist mir ziemlich egal”), zou volgens de kleinzoon, Strauss’ standpunt en overtuiging geweest zijn.

Onder de overvloedige anekdotes over zijn soms bruuske natuur lezen we deze over de beledigde, jonge Karl Böhm die er onder leed dat Strauss’ voorkeur ging naar dirigent Clemens Krauss. Ook vernemen we dat de twee Strauss-kleinzonen het niet konden verdragen dat Böhms zoon Karlheinz voortdurend een voorbeeld was omdat hij altijd zo braaf was.

Het boek is zeer professioneel uitgegeven. Enkele belangrijke data in het leven van Richard Strauss, een Literaturauswahl,  interessante Anmerkungen en het praktisch Namenregister besluiten dit heel bijzonder boek.

Christoph Wagner-Trenkwitz

Samensteller en auteur Christoph Wagner-Trenkwitz, in 1962 geboren in Wenen, werd gevormd door de legendarische dramaturg en operaspecialist Marcel Prawy (1911-2003). Hij was chef dramaturg van de Weense Staatsopera, sinds 2003 is hij  bestuurslid en sinds 2009 is hij hoofd van de dramaturgie van de Weense Volksopera. Hij is radio-en tv-presentator en schrijver van succesvolle boeken. Van hem verscheen bij Kremayr & Scheriau (K&S), Durch die Hand der Schönheit. Richard Strauss und Wien (1999) en bij Amalthea Es grünt so grün … Musical an der Wiener Volksoper (2007), Schon geht der nächste Schwan. Eine Liebeserklärung an die Oper in Anekdoten (2009) en Schwan drüber. Neue Antiquitäten aus der Oper und dem wirklichen Leben  (2012).

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: