We zullen doorgaan

©VRT-Nyk Dekeyser

Herpublicatie op 07/04/2022 als eerbetoon aan een artieste met een warm hart voor de mensen wie het minder goed gaat, geen woorden maar daden!

“In duistere tijden // Zal er dan ook gezongen worden? // Ja, er zal ook gezongen worden. // Over duistere tijden.” – Bertolt Brecht

Tutti Fratelli is de sociaal-artistieke werkplaats waar actrice Reinhilde Decleir al sedert 2003 de mentor van is. Voor dame Decleir tellen niet alleen mooie intenties waar de wereld bol van staat. Ze gaat al jarenlang in het verweer tegen de waan van de schijn. Wat haar typeert, is daadkracht en ondernemingszin. Armoede en sociale uitsluiting kelderen het zelfbeeld van de mens. Ze voelen zich in de vuilnisbak van de wereld gegooid. De paradox van rijkdom en armoede, het is schrijnend om dat in een geciviliseerd land als België nog te zien. Volgens de Italiaanse kunstenaar Michelangelo Pistoletto (hij situeert de kunst en de kunstenaar in de maatschappelijke werkelijkheid) staat een kunstenaar aan de top van de maatschappelijke piramide: dat verschaft hem een enorme vrijheid, maar juist daarom kan hij zijn verantwoordelijkheid niet ontlopen.

Gangmaker

Voor haar zijn het geen loze woorden. Zij wil de onzichtbare mens zichtbaar maken en maakt voorstellingen met minder begaafde en kansarme mensen om hun zelfbeeld te laten groeien en hen te ondersteunen. Achter de façade kijken is belangrijk. Het gaat niet alleen om financiële armoede, maar ook om geestelijke armoede. Tutti Fratelli is een toevluchtsoord, een plek waar schoonheid, rust en steun te vinden is. Cultuur is de bindende factor. Actrice en theaterdocente, Reinhilde Decleir, stimuleert en bevraagt ze. Lokt hen uit hun comfortzone laat hen acteren, zingen, dansen, … wat resulteert in hartverwarmende voorstellingen. Bij Tutti Fratelli ontwikkelen deze ontwrichte mensen een artistieke taal. Niet alleen kunst voor de elite, maar ook voor de massa, het volk. Mauriacs spreuk indachtig – “Travail, opium unique” – speelt hier: ze kunnen iets, tellen mee door hun artistieke en creatieve gen aan te boren. Decleir wilde van meet af aan dat hun werkstukken ook gezien werden door een breed publiek. Via die weg kon ze het probleem van armoede ook naar buiten brengen. Mensen die op hun schoonst en op het ruwste te zien zijn op de scène. Voor haar niet-aflatende inzet, motiveren, scherp houden en aanhoudend geloof in de mensen van Tutti Fratelli krijgt Reinhilde Decleir alom appreciatie van de buitenwacht en heel veel liefde van haar mensen.

We zullen doorgaan

De betovering van het theater: Decleir blijft gefascineerd door het medium. Het pure theater, zonder al de crossmediale toestanden. Er is niet veel nodig om geboeid te geraken. Ook hier in deze productie, We zullen doorgaan.

Oorspronkelijk zou de voorstelling doorgaan in open lucht. Om de corona-impact te counteren, is in de binnentuin van deSingel een grote open tent opgetrokken. Maar het weer was te onvoorspelbaar en te guur. Daarom werd alles verkast naar de Rode Zaal. Tutti Fratelli stond al op de scène in Het Toneelhuis en de Roma, maar deSingel is voor deze cast toch nog een trapje hoger. Het moet aangevoeld hebben als het mekka betreden, een vipbehandeling.

1+1=3

Een sobere setting, de belichting is diffuus, een warm donker hol. De muzikanten, pianist Florejan Verschueren, trompettist Jon Birdsong, percussionist Kobe Proesmans en tubaspeler Tobe Wouters, zorgen voor een knappe en vaak indrukwekkende instrumentale omkadering met stuk voor stuk prachtige arrangementen.

Reinhilde Decleir betreedt het podium en deelt het publiek mee dat er door de coronaregels maar een beperkt aantal zangers op het podium mag staan. Hun aantal is gereduceerd tot tien, de anderen sympathiseren vanuit de zaal. Ze leest een verhaal voor van Hugo Claus, gesitueerd in de onderbuik van de maatschappij, getiteld Jan de Lichte, uit de bundel Nu Nog. Dan betreden tien zangers het podium: jong, oud, mannen, vrouwen, gezond en moeilijk te been. Ze brengen een liederenprogramma geïnspireerd op Ramses Shaffy en Bertolt Brecht: onder meer Mackie Messer en de Kanonensong in een Antwerpse vertaling. De complete cast is op stoom. De liederen catchy in an old fashioned way. Er is samenzang met gebalde energie, maar iedereen krijgt ook zijn solopartij, zijn/haar moment de gloire. De onderhuidse subtiliteiten in de liederen stemmen tot nadenken. Liederen waarin gehunkerd wordt naar liefde en met straffe teksten van uitzichtloze mensen: “Eerst eten en dan de moraal”. De gezongen noten zijn niet altijd loepzuiver, de hoge noten klinken vaak schril. Maar je bewondert de naturel en fierheid waarmee ze op het podium staan, geen verkramping. Het is een mix van finesse (muzikanten) en heftigheid (zangers). Het geheel is niet groots of heroïsch te noemen, maar er gaat een grote charme van uit. Alle zangers dragen hun kwetsbaarheid als een vitaal orgaan buiten hun lichaam met zich mee. Er is ook respect tegenover elkaar. De dame die moeilijk te been is, heeft een zitje achteraan tussen de muzikanten gekregen. Voor haar solo’s wijken de zangers vooraan uit elkaar zodat ze volop de focus krijgt. Als slotlied het dwingende We zullen doorgaan van Ramses Shaffy. Hopelijk nog heel lang. Theater geeft deze mensen de kans om uit te stijgen boven alles wat hen in het leven heeft mis gezeten. Op het toneel bloeien ze open.


  • WAT: We zullen doorgaan
  • WIE: Reinhilde Decleir & Tutti Fratelli
  • WAAR: deSingel, Antwerpen
  • WANNEER: zondag 4 oktober 2020

Krijg elke donderdag een overzicht in je mailbox van alle artikelen die geplaatst zijn op Klassiek Centraal. Schrijf je snel in: