In de meeste operahuizen is het seizoen 2018-19 nu afgelopen en start het nieuwe meestal in september. Niet zo in de Scala van Milaan, waar de officiële seizoenopening altijd op 7 december is – de feestdag van Sant’Ambrogio, de patroonheilige van Milaan – maar de seizoenen bijna zonder onderbreken in elkaar overlopen. Alleen in de laatste week van juli en in augustus staat er niets op de affiche.  

Zo kon ik nu nog in de Scala terecht voor een opvoering van I Masnadieri van Verdi. Het is een weinig bekende of opgevoerde opera, de elfde van de componist, die het werk speciaal voor Londen schreef. De opera ging op 22 juli 1847 in Her Majesty’s Theatre in première. Andrea Maffei ontwierp het libretto naar het toneelstuk Die Räuber van Schiller. Verdi componeerde de rol van het enige vrouwelijke personage, Amalia, speciaal voor Jenny Lind, ‘de Zweedse nachtegaal’, en schreef daarmee een van zijn weinige rollen voor een lyrische coloratuursopraan. Voor de solo cellist van het theater voorzag hij een andante voor solocello en orkest als voorspel. In Milaan verscheen I Masnadieri voor het eerst in 1853 op de affiche van de Scala. Een tweede reeks volgde in 1862, waarna de opera pas in 1978 opnieuw opgevoerd werd. De dirigent was toen de jonge Riccardo Chailly die daarmee in de Scala debuteerde, de opera waar hij nu de muziekdirecteur is.

De dirigent was nu Michele Mariotti, de gevierde maestro die naam maakte als muziekdirecteur van de opera van Bologna (2015-2018), een geregelde gast is van het Rossini Festival in Pesaro en nu een opmerkelijke internationale carrière uitbouwt. Met cellist Massimo Polidori zorgde hij voor een mooie inzet, maar in de loop van de voorstelling scheen hij niet altijd in staat de partituur met de gewenste nuances te laten klinken. Schuld daaraan waren de talrijke tussenkomsten van het koor, dat zich als echte rovers eerder ongedisciplineerd en meestal vrij luidruchtig op de muziek stortte en, weliswaar in mindere mate, van tenor Fabio Sartori, die met zijn stevig geluid geregeld voor forte opteerde. Hij is Carlo, de door de intriges van zijn broer Francesco onterfde zoon van de oude graaf Massimiliano Moor, die nu de aanvoerder van een groep rovers is met wie hij door een eed verbonden is. Francesco verspreidt het gerucht dat Carlo dood is en wil diens verloofde Amalia trouwen. Zij ontdekt de waarheid en gaat op zoek naar Carlo. Samen bevrijden ze Massimiliano uit de handen van Francesco, die zijn vader wou laten vermoorden. Carlo bekent welk leven hij nu leidt en dat dwingt hem Amalia te doden en zich aan de genade van de rovers over te leveren. Sartori heeft het nodige metaal in de stem, maar kan jammer genoeg geen erg geloofwaardige figuur op de planken zetten. Dat is niet het geval voor Massimo Cavalletti, die Francesco overtuigend gestalte geeft maar wiens vrij heldere bariton donkerder klanken en meer verbetenheid had kunnen gebruiken. Lisetta Oropresa, die onlangs nog het Munt-publiek veroverde met haar schitterende vertolking van Isabelle in Meyerbeers Robert le Diable was de getormenteerde Amalia, een rol waarvoor ze jeugd, gevoeligheid en dramatische expressiviteit kan inzetten. Ze zingt als een engel met de gewenste virtuositeit, maar de partij vraagt echter toch af en toe een ruimere en krachtiger  stem. Michele Pertusi gaf Massimiliano vocale en scenische adel. Alessandro Spina maakte indruk als Moser, en Francesco Pittari en Matteo Desole voldeden in de partijen van Arminio en Rolla.

Blijft de enscenering van David McVicar in een decor van Charles Edwards met kostuums van Brigitte Reiffenstuel, licht van Adam Silverman en choreografie van Jo Meredith. Waar de Schotse regisseur gewoonlijk het verhaal op een geloofwaardige manier vertelt en het libretto respecteert, heeft hij in dit geval de handeling naar de 18de eeuw verplaatst, en dat in een eenheidsdecor dat zowel een kazerne als het kasteel van de familie Moor kan zijn. Waarin een rij bedden dienst moet doen als kerkhof en het koor en figuranten baldadig te werk gaan. Waarin Francesco tussen de rovers schijnt te evolueren en het niet duidelijk is wie wie is! Bovendien heeft McVicar een personage aan de handeling toegevoegd (Schiller?) die de hele tijd door de handeling loopt en het geheel nog verwarrender maakt. Gelukkig waren er de zangers die hun personage zo goed en zo kwaad het ging tot leven brachten.

Woody Allen en studenten

In deze enigszins kalme overgangsperiode van het seizoen biedt de Scala ook de mogelijkheid aan de studenten van de Accademia van de Scala om zich voor te stellen in een speciaal voor hen opgezet project, begeleid door ervaren kunstenaars. Er was dit keer gekozen voor een double bill bestaande uit Prima la musica e poi le parole van Antonio Salieri en Gianni Schicchi van Puccini. Het orkest van de Accademia werd geleid door Adam Fischer en in beide opera-eenakters was de ervaren Italiaanse bariton Ambrogio Maestri de blikvanger en de houvast voor de jonge zangers.

Over Prima la musica e poi le parole, een première voor de Scala, kan ik kort zijn. Het is een onbenullig, uiterst zwak, langdradig  werkje dat nagenoeg uitsluitend uit recitatieven bestaat en heel vlug gaat vervelen. De enscenering van Grischa Asagaroff en de scenografie en kostuums van Luigi Perego deden niets om het geheel beter verteerbaar te maken, wel integendeel, en Ambrogio Maestri liep er ook maar verloren bij. Voor Puccini’s Gianni Schicchi, het laatst opgevoerd in de Scala in 2008, was een productie ontleend aan de opera van Los Angeles. Daar ensceneerde, eveneens in 2008, Woody Allen zijn allereerste opera in een decor van Santo Loquasto: een productie die nu in Milaan ingestudeerd werd door Kathleen Smith Belcher. Woody Allen was wel aanwezig bij de première in de Scala en werd er naar verluidt hartelijk toegejuicht, maar zijn enscenering van de Puccini-eenakter werd minder geestdriftig ontvangen. Woody Allen verplaatste de handeling van het Firenze van Dante naar de jaren ’60 van de vorige eeuw, een hommage aan het neorealisme van De Sica en Fellini. En de ‘homo novus’, het personage van de XXXste Canto dell’Inferno, werd een maffiabaas met sigaar. Dat is nu eenmaal de stereotype manier waarop een Amerikaanse kunstenaar Italiaanse toestanden bekijkt, meenden de critici! Maar men was het er wel over eens dat het een goed gestructureerde, vlotte, komische handeling was. De personages waren inderdaad goed getekend, met hier en daar wat onverwachte accenten. Zo was Schicchi ’s dochter Lauretta beslist geen naïef meisje. De jonge zangers van de  Accademia vormden een goed ensemble en Ambrogio Maestri zette zijn ervaren Schicchi neer. Adam Fischer dirigeerde met aandacht voor het detail. En de musici van de Accademia? Die deden hun best.


  • WAT: I Masnadieri | Guiseppe Verdi (1813-1901)
  • REGIE: David McVicar
  • STEMMEN: Michele Pertusi, Fabio Sartori, Massimo Cavalletti, Lisette Oropesa, Alessandro Spina, Francesco Pittari en Matteo Desole
  • ORKEST: Filarmonica della Scala o.l.v. Michele Mariotti
  • WAAR: Teatro alla Scala, Milaan
  • WANNEER: zondag 7 en maandag 8 juli 2019
  • FOTO: © Marco Brescia / Rudy Amisano