Waarom Opera Ballet Vlaanderen uitgerekend Der Schmied von Gent kiest om Franz Schreker aan het publiek voor te stellen, is me een raadsel. Misschien omwille van de connectie met Gent of met het verhaal Smetse Smee van de Belgische schrijver Charles De Coster (1827-1879)? Wat kostuums en decors betreft, is het Faustiaanse volksverhaal in elk geval met exuberante fantasie uitgebeeld. In die mate dat het een titanenopdracht is geweest die niet in verhouding staat met de inhoud van de opera. 

Franz Schreker (1878-1934) componeerde wel meer opera’s die in de vergetelheid zijn geraakt. Die Gezeichneten, Der Schatzgräber of Der ferne Klang bijvoorbeeld. Schreker werd in de jaren ’30 het slachtoffer van het naziregime in Duitsland. Hij was de zoon van een Joods-Boheemse fotograaf en groeide op in Wenen. Na de première in Frankfurt van Der ferne Klang in 1909 was Schreker voor een tiental jaar een van de meest opgevoerde operacomponisten in Duitsland, naast Richard Strauss. Der Schatzgräber, ook gecreëerd in Frankfurt in 1920, was het hoogtepunt van zijn carrière. Hij werd in datzelfde jaar aangesteld als directeur van de Musikhochschule in Berlijn, een post die hij in 1932 onder druk van het opkomende nationaalsocialisme kwijtraakte. Zijn laatste twee opera’s kenden nauwelijks succes en hij leed erg onder de politieke ontwikkelingen in Duitsland en Oostenrijk. Hij overleed in Berlijn aan een hartaanval in maart 1934, net geen 56 jaar oud.

Kleurrijke poppenkast voor mager verhaaltje

Laat Der Schmied von Gent nu net de laatste opera zijn van Schreker. Hij vertelt het volkse verhaal van de smid Smee, getrouwd met een minzame en vergevingsgezinde vrouw. Zijn smidse krijgt concurrentie van smid Slimbroek en gaat ten onder. Smee vindt er niet beter op dan zich te laten verleiden tot een pact met de duivel, waarvan hij zich nadien probeert los te kopen door drie goede daden te stellen tegenover Jozef en Maria die langskomen met het kindje Jezus. Als hij sterft en aan de hemelpoort tegengehouden wordt door St.-Pieter – hij heeft zich immers ingelaten met de duivel – kan hij dankzij die goede daden en de voorspraak van zijn vrouw uiteindelijk toch tot de hemel toegelaten worden. Doorheen het magere verhaaltje uit de tijd van de Spaanse overheerser en het verzet van de geuzen zit er ook een laag in het verhaal die naar de mythologie verwijst. Zo komt Astarte, godin van de vruchtbaarheid en de seksualiteit, Smee geregeld verleiden.

Al bij al een erg onwaarschijnlijk en bizar verhaal, met een mengeling van enerzijds volkse en anderzijds surreële personages en evenementen, die op de scène dwarrelen in een decor dat een middeleeuws straatje in Gent uitbeeldt. Kleurrijk als een poppenkast, zo staat het als miniatuurstadje op de scène. De achterkant van het draaitoneel zit in de mythologische sfeer, met een reusachtig monster met klauwen en een baby in de greep, dat Baal uitbeeldt, een oud-Syrische god en echtgenoot van Astarte en verpersoonlijking van satan. Alsof al de lagen het verhaal nog niet warrig genoeg maken, heeft het regieteam hier in Opera Vlaanderen in het tweede deel een uitgebreide passage toegevoegd die verwijst naar de onafhankelijkheid van Congo met zelfs een inlassing van de speech die Lumumba bij die gelegenheid hield. Niet alleen overbodig en vervelend, maar bovendien niets te maken met de opera van Schreker. Een (mislukte) poging de dubbele bodem van het sprookje, en de strijd tussen kwaad en goed een meer hedendaags tintje te geven? De kostuums zijn een weelde aan kleur en vorm, origineel en speciaal. Dat Ersan Mondtag overloopt van fantasie, mag zeker een talent van de man zijn. Maar dat hij er dingen bijhaalt die niets met de opera te maken hebben, is toch weer de regisseursvrijheid ten top drijven ten koste van de componist. Vooral slaagt zijn regie er niet in te doen geloven in het contrast tussen de volkse eenvoud die zich verzet tegen de dwingelandij van de Spaanse overheersing. En dan zakt de inhoud van de opera als een pudding in elkaar en zijn de scènes die zogezegd grappig moeten zijn gewoon flauw. Het meest positieve is dat je de voorstelling kan zien als een simpel sprookje waarvan de onwerkelijke feeërieke uitbeelding een diepere inhoud verbergt, een boodschap van enerzijds berouw en anderzijds verzet. Maar om er die symbolische boodschap in te zien, moet je de voorstelling met veel goede wil uitzitten.

Muzikale kaleidoscoop

Dat Schreker een componist is voor wie overvloedige rijkdom in de orkestratie typerend is, bewijst ook dit werk. In andere van zijn opera’s klinkt de klankweelde nu eens overweldigend en dan weer extreem sensueel en verfijnd. Schreker zegde zelf over zijn muziek: “Het orkest is de tot klank geworden atmosfeer, waarbinnen de opera ademt. Het orkest is het noodlot, een of andere hogere macht…/…die dreigt, hoont, lokt, sust, troost, lacht, danst, rammelt en … zwijgt.” Dit citaat is zeker van toepassing op de muziek in Der Schmied von Gent. Misschien is ze hier evenwel vooral luid en overweldigend, enorm expansief en kleurrijk maar jammer genoeg te weinig genuanceerd om zinnelijk over te komen. Er zitten volksdeuntjes in, maar ook lange zwelgende orkestlijnen. Het orkest is zeer uitgebreid met een groot aandeel voor slagwerk en kopers. Aangezien het er wel eens duivels aan toegaat, spelen apocalyptische trompetten (geplaatst in een zijbalkon) luid ten ondergang. Dat Alejo Pérez en het orkest hun werk gehad hebben met de partituur staat buiten kijf. Wat dirigent en orkest presteren, is dus gewoonweg een krachttoer van energie en concentratie!

De zangers kunnen alleen al bewonderd worden om dit soort opera te willen leren voor waarschijnlijk een unieke voorstelling in Opera Vlaanderen. De Britse zanger Leigh Melrose vertolkte zijn partij van Smid Smee met grote inleving en vloeiend weelderige baritonklank. De mezzo Kai Rüütel was ideaal gecast als zijn vrouw. De Zuid-Afrikaanse Vuvu Mpofu was een zinnelijke en monumentale vrouw als Astarte, en Daniel Arnaldos een aandoenlijk Flipke, die in zijn naïviteit soms wel oprecht grappig was. Michael J. Scott (Slimbroek) klonk geregeld wat scherp, maar misschien was dat de bedoeling om zijn venijn kracht bij te zetten.

De extra toevoeging van het koloniale luik buiten beschouwing gelaten, heeft Ersan Mondtag en zijn team zeker een uitvoering afgeleverd die ontzettend veel inzet en energie gekost heeft en een spectaculair resultaat oplevert. Maar of ze Schreker echt een dienst bewijst, is maar de vraag. Misschien net deze opera maar laten rusten, ondanks de “Vlaamse” connotatie. Schreker is beter waard.


  • WAT: Der Schmied von Gent | Franz Schreker (1878-1934)
  • REGIE: Ersan Mondtag
  • STEMMEN: Leigh Melrose, Kai Rüütel, Vuvu Mpofu, Daniel Arnaldos, Michael J. Scott e.a.
  • ORKEST: Symfonisch Orkest, Koor en Kinderkoor Opera Ballet Vlaanderen o.l.v. Alejo Pérez
  • WAAR: Opera Ballet Vlaanderen, Antwerpen
  • WANNEER: dinsdag 4 februari 2020 (voorstellingen in Antwerpen nog tot en met 11 februari en vervolgens in Gent van 21 februari tot en met 1 maart)
  • FOTO’S: © Annemie Augustijns