Het was uitkijken naar deze voorstelling in de Opéra Royal de Wallonie van I Puritani. De opera van Vincenzo Bellini biedt immers belcanto op zijn best, waarvoor chef-dirigente Speranza Scappucci veel vertrouwen gaf. Niet alleen omdat ze geboren en getogen Italiaanse is en vertrouwd met het repertoire, maar vooral omdat een extra persbericht de sérieux beklemtoonde waarmee ze de partituur van Bellini aanpakte: geen coupures in haar voorstelling. Het werd dan ook een zeer lange avond, maar dat was geen seconde te veel.

I Puritani is de tiende en laatste opera die Bellini componeerde. Hij schreef de opera in opdracht van het Théâtre Italien in Parijs onder het beschermend oog van Gioacchino Rossini. Die componeerde op dat ogenblik geen opera’s meer, maar was wel een figuur met gewicht in het Parijse muziekleven. Bellini overleed een paar maanden na de première, net geen 34 jaar oud.

I Puritani is een somber verhaal tegen een historische achtergrond: de strijd in het 17de-eeuwse Engeland tussen de Puriteinen (aanhangers van Cromwell) en de Stuarts. De Puriteinse gouverneur Gualtiero Walton heeft zijn dochter Elvira beloofd aan Riccardo Forth. Maar zij is verliefd op Arturo Talbot, een aanhanger van de Stuarts. Op aansporing van zijn broer Giorgio Walton geeft Gualtiero toestemming voor het huwelijk met Arturo en bezorgt Arturo een vrijgeleide. Arturo maakt daarvan eerst gebruik om Enricchetta, de gevangen gezette koningin, te helpen ontsnappen. Elvira denkt dat haar geliefde haar verlaten heeft voor een andere vrouw en verliest het verstand. Bij zijn terugkeer herkent Arturo het liefdeslied van Elvira en legt haar alles uit. Hij wordt gevangen genomen en ter dood veroordeeld. Maar Cromwell behaalt de overwinning en verleent de Stuarts amnestie. Elvira komt terug tot verstand en het paar kan verenigd worden

Sobere regie in visueel schouwspel

I Puritani is dramatisch niet de sterkste opera van Bellini, zodat een enscenering overtuigend moet zijn om boeiend te blijven. Anderzijds ligt het accent vooral op de vocale prestaties van de solisten. De enscenering van Vincent Boussard beantwoordt zeker aan de sombere en bijna continue onheilspellende inhoud van het werk. Het decor (Johannes Leiacker) is een donkergrijze, bijna zwarte kasteelwand met loges waarin nu eens protagonisten, dan weer groepjes koor een plaats hebben. Boussard heeft uiteraard voor zeer verzorgde kostuums gezorgd. De trouwjurk van Elvira met sluier (om Enrichetta onder te verschuilen) is oogstrelende haute couture. De regie van de personages is sober, maar illustratief voor het verhaal. Zowel de rivaliteit in de liefde als de politieke conflictsituatie wordt duidelijk uitgespeeld. De rol van de vleugelpiano op de scène ontgaat me wel enigszins – behalve dan als visueel effect van de spiegeling van de vleugel. Een beeld voor de verblinding van de omgeving bij de bevrijding van Enrichetta?

Bij de zangers draagt het liefdespaar Elvira-Arturo de voorstelling. Beiden hebben passages met moordend hoge noten en ze zingen die briljant! Arturo doet zijn intrede in de opera in zo’n “decorloge”, wat hem meteen heel mooi kadert op een opvallende plaats, als degene op wie zowel Elvira als het publiek wachten. Lawrence Brownlee zingt zijn vocale entrée A te o cara zo mooi dat hij meteen alle aandacht naar zich toetrekt. Deze introductie-aria gaat na een eerste strofe over in een kwartet en wordt ondersteund door het koor. Het is niet alleen een van Bellini’s mooiste melodieën, maar meteen een van de hoogtepunten in de voorstelling die een overdonderend applaus uitlokte. Met haar eerste grote aria Son vergin vezzosa laat Zuzanna Marková haar klaterende coloratuurkunst horen, die ze nadien in de grote waanzinsaria in het tweede bedrijf (O rendetemi la speme) met prachtig gezongen cabaletta (Vien diletto) bevestigt. Ze acteert ook geloofwaardig in een traumatische shocktoestand. Scappucci dirgeert haar orkest met zeer veel gevoel, wat de triestheid van het geheel accentueert. In dat perspectief kunnen we ook alleen maar toejuichen dat de dirigente het duet in het derde bedrijf Vieni fra queste braccia in zijn integraliteit laat spelen. De tot in het kopregister reikende tenorstem van Brownlee komt er schitterend in tot zijn recht en leidt via zijn heerlijke aria Credeasi misera tot een overweldigende triomf van de opera. Bij de andere zangers is vooral de mezzo Alexise Yerna bijgebleven in de korte partij van  Enrichetta. De bas Luca Dall’Amico als Giorgio klonk wat wollig en niet erg precies. Jammer, vooral in het belangrijke duet met Elvira in het eerste bedrijf. Mario Cassi was een overtuigende rivaal als Riccardo Forth.

Al zette het orkest de korte prelude tot de opera wat zwak in, het is overduidelijk dat Scappucci met haar sterke engagement het orkest tot een mooie prestatie heeft gebracht. Zowel de fragmenten vol melancholie en triestheid als de meer militante passages (Suoni la tromba) zijn knap gespeeld. Het koor muntte niet steeds uit in precisie. Jammer, want er zijn in deze opera toch wel heel wat mooie tussenkomsten van het koor.

Bij het begin van de voorstelling kwam intendant Stefano Mazzonis di Pralafera fier aankondigen dat de voorstelling voor vele tv-stations werd opgenomen. Fijntjes verzocht hij zijn productie dan ook uitbundig toe te juichen, als internationale promotie van zijn huis. Zijn verzoek werd terecht beantwoord. Jammer evenwel dat de Opéra Royal de Wallonie zo’n extreem lange voorstelling niet op een wat vroeger tijdstip laat beginnen. Een voorstelling die pas rond middernacht eindigt, valt zeker veel toeschouwers – die vaak ook van ver naar Luik komen – toch wel zwaar …


  • WAT: Vincenzo Bellini (1801-1835) | I Puritani
  • REGIE: Vincent Boussard
  • WIE: Lawrence Brownlee, Zuzanna Marková, Mario Cassi, Luca Dall’Amico, Alexise Yerna, Zeno Popescu, Alexei Gorbatchev, Sofia Pintzou (actrice)
  • ORKEST: Orchestre, Choeurs Opéra Royal de Wallonie o.l.v. Speranza Scappucci
  • WAAR: Opéra Royal de Wallonie, Luik
  • WANNEER: zaterdag 22 juni 2019
  • FOTO: © Opéra Royal de Wallonie-Liège