Jan Lauwers ensceneert L’incoronazione di Poppea

Voor een nieuwe productie van Monteverdi’s L’incoronazione di Poppea dacht de intendant van de Salzburger Festspiele, Markus Hinterhäuser, aan de Vlaamse kunstenaar Jan Lauwers die met zijn Needcompany reeds in de Salzburger Festspiele te gast was geweest en ook enkele jaren Artist in Residence in het Weense Burgtheater was.

Opera had Jan Lauwers echter nog nooit geënsceneerd en er was maar één werk dat daarvoor eventueel in aanmerking zou kunnen komen: L’incoronazione di Poppea van Monteverdi. Dus stemde hij toe toen juist die opera hem door Markus Hinterhäuser aangeboden werd. “Het fascineert me hoe Monteverdi over muziek en opera denkt”, aldus Lauwers, “en die gedachten komen zeer goed overeen met de manier waarop ik met mijn Needcompany werk. In L’incorazione di Poppea biedt Monteverdi een enorme muzikale vrijheid en die wil ik ook als Gesamtkunstwerk op het toneel brengen”, zegt Lauwers. Dus heeft hij, verantwoordelijk voor regie, decor en choreografie, een productie gerealiseerd waarin zangers en dansers zich relatief vrij bewegen en er een voortdurende interactie is.

Lauwers beschouwt het toneel als een soort arena waarin zich alles afspeelt op een bodem die met afbeeldingen van dode lichamen uit barok en renaissance is bedekt. Het toneel zelf is meestal leeg buiten een reeks stoelen in de achtergrond (waarop Rosas-geïnspireerde bewegingen gebeuren) en een enorme, blinkende luchter die af en toe neerdaalt. In het midden van het toneel staat op een klein verhoog de hele tijd een (afwisselende) performer die als een derwisj onafgebroken ronddraait en de echte tijd verbeeldt te midden van de op het toneel geëvoceerde historische gebeurtenissen.

In dit concept worden het orkest (de musici van Les Arts Florissants) en de dirigent (William Christie) geïntegreerd die vooraan in het toneel ingebed zijn en waarbij Christie vanaf het cembalo de nodige aansporingen geeft. Het resultaat is een uiterst (soms té) beweeglijke voorstelling waarin zangers en dansers quasi onafgebroken in beweging zijn, tegen elkaar aanwrijven en gevarieerde, soms onverwachte groepstableaus maken. Maar er zijn ook momenten waar een sterkere regisseurshand ontbreekt vooral wanneer bepaalde zangers te weinig persoonlijkheid of vocale autoriteit hebben bv. in de tonelen van Seneca en een toegevoegde danser niet de oplossing is.

De kostuums (Lemm&Barkey) combineren periodes en stijlen in een vrij bont allegaartje dat niet altijd helpt figuren en situaties  overtuigend te profileren. De typering van Nero als een soort chique hippie uit de vorige eeuw, vond ik niet bepaald geslaagd vooral ook omdat de rol door een vrouw vertolkt werd (de uitstekende Kate Lindsey) die daardoor moeilijk in het personage van de Romeinse keizer kon doen geloven. Dat betekent niet dat Kate Lindsey geen voortreffelijke invulling gaf aan de afsnauwende, tirannieke, wispelturige, wrede man gedreven door zijn begeerte naar Poppea. Zij, de berekenende ambitieuze geliefde, had de verleidelijke figuur en romige stem van Sonya Yoncheva. Stéphanie d’Oustrac gaf de vernederde Ottavia koninklijke allure en waardigheid en uitte haar smart en woede in expressieve tonen. Ottone kreeg in Carlo Vistoli een viriele vertolker met een soepele stem maar Renato Dolcini slaagde er niet in Seneca vocale allure te geven.

In de komische rollen van de voedsters overtrof Marcel Beekman, zeker op vocaal gebied, Dominique Visse in zijn bekende vertolking van Arnalta. Mooie beurten van Ana Quintans (Drusilla) en Lea Desandre (Amore / Valetto) en prima inzet van het hele zangers- en dansers-ensemble. William Christie dirigeerde de zestien voortreffelijke instrumentisten van Les Arts Florissants, die soms ook bij het scenische gebeuren betrokken werden, met subtiele maar effectieve hand en slaagde erin de opvoering die spontaneïteit te geven die de enscenering van Jan Lauwers nastreefde.

Consertante Les Pêcheurs de Perles

Geen enscenering voor Les Pêcheurs de Perles van Bizet waarvan de Salzburger Festspiele twee concertante uitvoeringen boden in een afgeladen Grosses Festspielhaus waar op de zijtonelen nog extra rijen stoelen toegevoegd waren.  Bizets opera, vooral bekend door het tenor-bariton-duet “Au fond du temple saint”  staat de laatste tijd, na jaren van relatieve verwaarlozing, opnieuw veel op de affiche (ook dit komend seizoen bij Opera Vlaanderen). Het feit dat enkele prominente zangers belangstelling voor het werk toonden, is daar beslist niet vreemd aan. Dat nu ook Placido Domingo in die opera zou te bewonderen zijn, was natuurlijk een extra reden om een kaartje te bemachtigen.

Dat Placido Domingo gerust een fenomeen mag genoemd worden, hoeven we niet meer te onderstrepen. Hij kan op een schitterende carrière terugblikken waarin hij een gevarieerd tenor-repertoire vertolkte, daarnaast ook af en toe dirigeerde, een tijd lang artistiek directeur van twee opera-instellingen was en een belangrijke opera-zangwedstrijd creëerde. Maar aan ophouden denkt hij niet, wel in tegendeel. Hij startte een tweede carrière als bariton, in de eerste plaats van Verdi-rollen.

De stem doet het nog altijd prima, heeft glans, kleur en volume en mist Domingo enigszins de typische bariton-klank dan vergoedt hij dat ruimschoots door zijn interpretatievermogen en zijn dramatisch engagement. De eerste rol uit het Franse répertoire die hij vertolkte was Athanaël uit Thaïs van Massenet. Nu volgde dus Zurga in Les Pêcheurs de Perles van Bizet, naar verluidt de 150ste rol op zijn repertoire. De partituur had hij wel nog nodig maar bij een concertante uitvoering is dat geen probleem. Voor het overige konden we opnieuw genieten van zijn opmerkelijk jong klinkende baritontenor-stem, zijn inlevingsvermogen en zijn engagement. Het Frans mag nog wat bijgeschaafd worden, maar in zijn totaliteit was het een overtuigende vertolking. Natuurlijk stak ze wel een beetje af tegen die van tenor Javier Camarena, die vertrouwd is met de partij van Nadir, zonder partituur over het toneel wandelde en zijn slanke, zonnige, goed beheerste tenor liet schitteren in een doorleefde vertolking met een goede tekstprojectie.

Leïla, de jonge vrouw die zowel Nadir als Zurga betoverd heeft, had de mooie, liefelijke figuur en de vocale charme van Aida Garifullina. Haar zilveren sopraan zweefde boven het orkest en had de nodige kracht en expressiviteit in de meer dramatische momenten en ze zong een degelijk Frans. Stanislav Trofimov gaf Nourabad zijn stevige bas en goede Franse uitspraak. Aan het hoofd van het Mozarteumorchester Salzburg zorgde dirigent Riccardo Minasi voor een kleurrijke uitvoering met dramatische spanning waarin ook het Philharmonia Chor Wien een degelijke prestatie leverde. Veel applaus, geestdrift en bloemen!


  • WAT: Salzburger Festspiele 2018, L’incoronazione di Poppea (Monteverdi) en Les Pêcheurs de Perles (Bizet)
  • WAAR & WANNEER: Salzburg 20 en 23 augustus
  • WIE: Les Arts Florissants o.l.v. William Christie, Mozarteumorchester en Philharmonia Chor Wien o.l.v. Riccardo Minasi
  • VIDEO’S: © Salzburger Festspiele