Er werd heel wat afgelachen in de Opéra Royal de Wallonie-Liège met Rossini’s vrolijke opera – als je het een opera kan noemen – La Cenerentola oftewel Assepoester. Het libretto is niet helemaal trouw aan het gekende verhaal, maar het komt wel allemaal op hetzelfde neer met hetzelfde resultaat.

Om de Kerst- en Nieuwjaarsdagen met een vrolijke noot te beleven is deze opera van Rossini wel ideaal. Het verhaal zoals in het libretto van Jacopo Ferretti en op muziek gezet door Gioachino Rossini, is minder dramatisch geladen dan het verhaal dat we allemaal kennen uit onze kindertijd. Het einde is wel gelijkaardig, net als de rode draad doorheen het verhaal: de slechte stiefvader, de hatelijk jaloerse stiefzussen, de brave mishandelde en vernederde dochter die tot huisslavin is gedegradeerd. Dankzij de nodige toverkunsten kan ze toch op het bal aanwezig zijn van de prins die een vrouw zoekt. Ze verliest een attribuut (in het verhaal haar schoentje, hier een armbandje) bij het verlaten van het feest, de prins vindt haar en de zaak is beklonken: ze huwen. De jaloerse stieffamilie kan het schudden, al maakt in dit libretto de nieuwe prinses het allemaal goed.

In deze opera vol fratsen is het de prins die zijn knecht vraagt zich in zijn plaats uit te geven en de prins neemt de rol van knecht over. Zo kunnen de talloze kandidaat-prinsessen getest worden en is het voor de prins vanuit een neutrale hoek gemakkelijker de ware te vinden. De stiefvader van La Cenerentola is een verarmde baron en ziet zich al in weelde baden eens een van zijn dochters als vrouw van de prins door het leven kan gaan.

Inventief decor en al wat er bij hoort

Cécile Roussat en Julien Lubek hebben zich kunnen uitleven in het ensceneren van deze opera. Ze stonden ook in voor de decors, kostuums, belichting en choreografie. Ze kozen voor een roterend decor dat door verklede figuranten bij elke scènewisseling gedraaid werd. Dan was men in het vervallen paleis van de baron binnen, dan aan de voorzijde van zijn woonst, dan weer in het paleis van de prins, dan weer op de binnenkoer waar gefeest werd en zo verder. Er werd weer eens met beperkte middelen optimaal gebruik gemaakt van de zeer kleine operascène in het Luikse operagebouw. Gekke toestanden met gepaste kostuums en beperkte, net passende choreografieën vervolledigen het geheel waar mag gelachen worden.

Ach, het is geen opera die je moet gaan vergelijken met Mozart, Verdi, Wagner, maar het is een prettig gebeuren dat je wel eens mag meegemaakt hebben. Voor de directeur van de Waalse opera Stefano Mazzonis di Pralafera is dit een kolfje naar zijn hand. Dirigente Speranza Scapucci had het geluk te kunnen werken met een ideale groep zangers, een uitmuntend koor en een goed draaiend orkest. Let wel, deze schijnbaar lichtvoetige opera eist een maximale inzet en meer van alle protagonisten. De muziek is uiterst moeilijk voor zowel elke instrumentalist, korist als solist. De ene virtuoze vocalise volgt de andere op, er is met moeite eens een langer dan halve toon durende noot te zingen. Wat mij betreft van het goede te veel, veel te veel zelfs en dus moet je wel de beste zangers weten te verzamelen.

Meer dan één ster op de scène

Karine Deshayes die we onlangs nog in het raam van deze opera konden interviewen, is dé geknipte Assepoester ‘La Cenerentola’. Wat een vloeiende volle mezzo toch die als niets de volledige tessituur haalt, de vocalises aan elkaar rijgt als parels en zich in de rol inleeft als een 18-jarige verlegen meid die de wereld niet kent maar o hem zo graag eigen zou maken. Hetzelfde kan gezegd worden van de andere zangers. De prins, de Zuid-Afrikaanse tenor Levy Sekgapane (eveneens debuut in Luik net als Deshayes), is fenomenaal in zijn vertolking. Zijn rol is misschien wel de moeilijkste. Je moet heldentenor zijn, licht en tegelijk zeer ver dragend. Het is weinigen gegeven en hij haalt het vlot. Verder hoort bij elke rol die een stevige portie acteertalent. Iets dat iedereen dankzij de sterke regisseurshand, het plezier in het verhaal en de sterke samenhang in de groep op en achter de scène helemaal naar voor komt.

Neem nu de knecht Dandini gezongen door Enrico Marabelli… Je lacht je kreupel met zijn kuren, maar zing het maar even… En dan die onhebbelijke baron, Don Magnifico, die levensecht wordt vertolkt door Bruno De Simone. De fee is hier een tovenaar die knap neergezet werd door Laurent Kubla. De twee jaloerse zussen, bovendien nog lelijke meiden ook (wat je met pruiken en schmink allemaal kan, van een mooie vrouw een lelijk, zeg gerust afstotelijk, geval maken) zijn de sopranen Sarah Defrise en Angélique Noldus.

Voor wie eens goed wil lachen tijdens een kwaliteitsvol gebrachte opera die eerder een lichtvoetige operette avant-la-lettre is, maar muzikaal enorm veeleisend is, dan is La Cenerentola zoals in de Opéra de Wallonie-Liège gebracht, de beste keuze.


  • WAT: La Cenerentola, opera van Rossni
  • WIE: Dirigent Speranza Scappucci, regie, kostuums, decor, choreografie, belichting: Cécile Roussat & Julien Lubek, koordirectie: Pierre Iodice, zangers: Karine Deshayes, Levy Sekgapane, Enrico Marabelli, Bruno di Simone, Laurent Kubla, Sarah Defrise, Angélique Noldus
  • WAAR & WANNEER: première, 18 december 2020, Opéra de Wallonie in Luik
  • FOTO’S: © Opéra Royal de Wallonie-Liège

 

Présentation de "La Cenerentola" de Rossini!

✨ Pour les fêtes de fin d'année, l'Opéra Royal de Wallonie-Liège vous invite à (re)découvrir: "La Cenerentola" de Rossini. Émouvant et drôle, un opéra féerique à partager sans modération!🏰 La Cenerentola (Rossini)🗓 Du 18 au 31 DÉC. 2019📍 à l’Opéra Royal de Wallonie-Liège➡ Infos & réservation : bit.ly/2VZrL0y

Publiée par Opéra Royal de Wallonie-Liège sur Vendredi 29 novembre 2019