Wat een schitterend plan van De Nationale Opera om Die Walküre in de regie van Pierre Audi nog eens te programmeren. Pierre Audi nam in september 2018 na dertig jaar afscheid van De Nationale Opera als artistiek directeur en het zou nu absoluut de allerlaatste keer zijn dat dit favoriete deel van de Ring te zien is in deze terecht legendarisch genoemde enscenering. Een niet te missen gelegenheid!

Voor zijn productie van Der Ring des Nibelungen die in 1999 als volledige cyclus te zien was, werkte Pierre Audi samen met George Tsypin voor het decor. Het is een onvergetelijk concept, dat bestaat uit een reusachtige cirkelvormige ring van stroken in blank hout. In de naden van de ringen kan het vuur op spectaculaire wijze uitbarsten, als een vlammenzee aan het begin van het tweede bedrijf bijvoorbeeld. Maar dat is het enige spektakel dat in de voorstelling zit. In de houten constructie zit een okselvormige uitsparing, die plaats biedt aan het orkest. Dat zit dus niet in de orkestbak, maar maakt zichtbaar deel uit van het decor. Laten we dus ook maar meteen aanstippen dat de eenheid tussen wat er uitgebeeld wordt in de scènes ideaal samenvalt met de verklankte muziek. Zouden we het een aspect van Wagners Gesamtkunst kunnen noemen? Behalve die opvallende scènevorm is het decor pure eenvoud. Ook hier is een parallel te trekken met de eenvoudige, maar zo sterke welsprekendheid in de personenregie. De hut van Hunding is een op zekere hoogte staande barak – enkel vier muren en een dak – die na het eerste bedrijf verdwijnt. Essentieel is uiteraard de essenstam. Die is niet meer dan een spitse houten plank, waarin het zwaard zit dat Siegmund eruit trekt. Sober maar duidelijk. Een ander attribuut in het decor dat continu aanwezig is, maar slechts opvalt waar nodig, is de speer van Wotan.

Uitgekiende personenregie

Het is gewoonweg heerlijk om een opera te zien zonder vergezochte extra gadgets of tijdgeknoei. De kledij maakt handig en sprekend deel uit van de karakterisering van de personages. Wotan ziet eruit als een mythologische god: statig met prachtige rode mantel, gedeeltelijk geharnaste hand en arm en obligate ooglap. Fricka is afstandelijk chic in wit en komt op met twee wandelstokken met ramskoppen als teken van haar eigenwijze bekrompenheid. Siegmund loopt in lompen, terwijl Sieglinde een eenvoudige grijze jurk heeft. Hunding draagt een macho zwartlederen jas, die hem meteen een brutaal uitzicht geeft. De Walküren zijn gekleed in zwarte asymmetrisch gezoomde jurken die er prachtig uitzien. Ze dragen een zwarte helm en vooral een opvallend maar prachtig paar glanzend metalen vleugels, die ze bewegen als een geschikte illusie van snelle verplaatsing bij hun taak de gevallen helden te verzamelen. Bovendien leveren de heen en weer slaande vleugels een mooi lichtspel op.

Van scène tot scène is de personenregie zo uitgekiend en tegelijk eenvoudig dat elke emotie, elke confrontatie tot een aangrijpend element wordt in een geheel dat boeit van begin tot einde. De oprechte en spontane manier waarop Siegmund en Sieglinde elkaar aan het begin ontmoeten, doet onmiddellijk aanvoelen dat er tussen die twee iets te gebeuren staat. Meteen laat de muziek met de heerlijk lyrische celloklanken de genegenheid tussen beiden horen. De harde en onverbiddelijke houding van Hunding en de doortastendheid van Fricka, die Wotan beetje bij beetje doet toegeven aan haar eis: het zijn telkens scènes die overduidelijk het gegeven in diepte en duidelijkheid vertellen. Het absolute hoogtepunt is natuurlijk het prachtige duet waarin Wotan afscheid neemt van zijn lievelingsdochter Brünnhilde, die hij straft omdat ze tegen zijn bevel in Siegmund beschermd heeft. Die scène alleen al maakt van deze opera mijn favoriete deel van de Ring, samen met die mooie aria van Siegmund (Winterstürme wichen dem Wonnemond) en de liefdesscène tussen Siegmund en Sieglinde in het tweede bedrijf.

Nooit opdringerig, altijd herkenbaar

De zangers die De Nationale Opera voor deze laatste herneming gecast heeft, dragen bij tot een pure hommage aan regisseur Pierre Audi. Elke zanger vertolkt zijn partij met overtuigend engagement en grote vocale kunst. Zowel de diepe bas van Stephen Milling als Hunding, die zijn ruwe karakter en onbehouwen gedrag tegenover Sieglinde accentueert, als de prachtige lyrische en in alle nuances klinkende stem van Eva-Maria Westbroek als een ontroerende Sieglinde: elke zanger draagt bij tot een geslaagd geheel. Iain Paterson is een indrukwekkende Wotan, die autoritair is maar ook zijn twijfelende kant durft te tonen. Helemaal op het einde klinkt hij licht vermoeid, maar wat past dat mooi bij de gebroken vaderfiguur die hij op dat moment is. Martina Serafin zingt Brünnhilde met stevige sopraan en een al even heldhaftige vertolking. En dat terwijl ook zij de gevoelige kant van het personage alle kans geeft, als steun voor het liefdespaar en als gestrafte dochter. Heerlijk gewoon!

Marc Albrecht gidst het Nederlands Philharmonisch Orkest op een feilloze en doorzichtige wijze door de partituur. Elke passage wordt door het orkest met de juiste nuance ondersteund – her en der ook aankondigend. Leidmotieven komen fijn en helder tot hun recht zonder ze extra uit te vergroten: het motief van Wotan bijvoorbeeld, of dat van Alberich in het tweede bedrijf waar hij ter sprake komt. Nooit opdringerig, maar altijd herkenbaar en precies gespeeld. Engelse hoorn, hobo en fagot, hoorn en tuba spelen knap hun passages. De strijkers zijn meeslepend. Albrecht doseert evengoed overweldigende klanken als verfijning.

Een lange voorstelling, maar als je op het einde de zaal verlaat, heb je het gevoel dat er nog een derde pauze zou bij kunnen voor nog een stuk … Het zegt genoeg over hoe knap de voorstelling is. Het bevestigt dat het theater gelijk heeft als het stelt dat dankzij Audi’s baanbrekend werk De Nationale Opera internationaal tot de meest vooraanstaande operahuizen behoort.


  • WAT: Richard Wagner (1813-1883) || Die Walküre
  • REGIE: Pierre Audi
  • STEMMEN: Michael König, Stephen Milling, Iain Paterson, Eva-Maria Westbroek, Martina Serafin, Okka von der Dammerau
  • ORKEST: Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
  • WAAR: De Nationale Opera, Amsterdam
  • WANNEER: zaterdag 16 november 2019 (première) – voorstellingen nog tot en met  8 december 2019
  • FOTO’S: © Ruth Walz