gouden-label-thumb.pngGouden Label Opera & Muziektheater – De oorspronkelijke versie van Don Carlos, zoals Giuseppe Verdi ze echt wilde, was waar de Opéra de Wallonie voor koos. Ze duurt 4uur en 30 minuten, niet weinig en dat schrikt af. Al in Verdi’s tijd werd er gretig ingekort. Het gevolg is dat er een resem versies bestaan, want zowat elk operahuis greep in op een eigen manier.

Over het operahuis in Luik

De vriendschappelijke sfeer, de menselijke warmte en het familiale karakter zijn op zich al iets wat het Waalse operahuis onderscheidt van de meeste andere. Alles draait er om het geven van zoveel mogelijk Schoonheid aan het publiek. En of dat gelukt is bij de volledige versie van Don Carlos !

Stefano Mazzonis di Pralafera is niet alleen de directeur van het huis, dat je als het ware een verlengstuk van Italië mag noemen, hij is een artistieke duizendpoot die gedreven is en zo compromisloos mogelijk kiest voor pure opera, het verhaal en de muziek zoals de componist en librettist het ooit bedoelden. Dat is een grote zeldzaamheid geworden en wordt in de operawereld zelfs wat meewarig bekeken. Het publiek, de artiesten en heel de ploeg medewerkers zijn het echter meer dan eens met de visie van de directie en dat trekt sterk aan. Het is voor de musici, decorbouwers, het kostuumatelier en noem maar op veel aangenamer werken. Het geeft ruime voldoening en een gevoel van diepgaande artistieke betrokkenheid. Praat maar eens met zangers na een zoveelste regie die als een tang op een varken past bij de muziek en het verhaal en praat ook maar eens met zangers na zo’n ‘oubollige vertoning’ in Luik…

Vier uur en drie kwartier vlogen voorbij

“Wij brengen de opera volledig”, was het ordewoord van Stefano Mazzonis die de regie meteen voor zich nam. Goed voor extra aandacht, want het gebeurt zelden dat de volledige opera ergens wordt uitgevoerd. Het is onder meer alleen al daarom goede zaak dat deze uitvoering wordt gefilmd en uitgezonden op 14 februari dit jaar. Het zou wat mij betreft op DVD moeten (!) uitgegeven worden.

Bij opera’s die lang uitlopen, kan soms de aandacht van de kijker/luisteraar wat verslappen. Soms verlang je zelfs naar het einde. Begrijpelijk. Even begrijpelijk is het dat dit nu helemaal niet het geval was. Het geheel zit op àlle vlakken zo sterk in elkaar dat je pas beseft dat die opera zo lang duurde omdat je aan je uurwerk merkt: “Hé? Is dat nu echt al zo laat?”

Wat hoorde en zag het publiek dat zoveel enthousiasme uitlokte?

Het oog werd onophoudelijk gestreeld met de prachtig gedetailleerde kostuums van de grote adel uit de 16de eeuw, de tijd van de Spaanse Habsburgers en Philips II. Volop renaissance en dat zie je ook in de decors die zo uit een Spaans paleis van destijds zijn geknipt. Het simpele volk is gekleed zoals het was, sober. Met een gedegen spel van de belichting wordt elke scène, of die zich nu in het woud, de kapel of de paleistuin afspeelt, kleur en accenten bijgebracht. Het theaterelement in deze opera is ruim aanwezig en ja natuurlijk inspireert de weelde van het adellijke leven toen. Het herleeft op het podium.

Don Carlos, de jongste zoon van Philips II, is verloofd met de dochter van de Franse koning met wie zijn vader in oorlog is. Om de vrede te klaren, schenkt de Franse koning zijn dochter echter niet aan Don Carlos, ondanks de verloving, maar aan zijn vader, die daarmee zijn rijk en invloed in Europa sterk vergroot. Elisabeth de Valois zal zijn derde vrouw zijn. Dat moet het jonge koppel, dat net elkaars verlangen in het lang en het breed verklaard heeft en over hun toekomst fantaseert, in het bos van Fontainebleau vernemen. Een koude douche. Het zou een van de redenen zijn waarom er een grote rivaliteit en haat ontstond tussen vader en zoon.

De geschiedenis leert ons dat Don Carlos, troonsopvolger, niet erg goed bij de geest zou geweest zijn en dat hij in nog steeds onopgehelderde omstandigheden op zijn 23 omkwam. Die onduidelijkheid wordt ook in deze opera, helemaal op het einde, sterk geëvoceerd waar Don Carlos in het zich openende grafmonument van Keizer Karl V, zijn grootvader, stapt.

Verdi en zijn librettisten Camille du Locle en Joseph Méry (geïnspireerd op het theaterstuk Don Carlos, Infant von Spanien van Friedrich Schiller), gaan niets uit de weg om de dictatoriale trekken van Philips II in de verf te zetten. De Spaanse inquisitie en de verdrukking van de Vlamingen en Brabanders is, samen met het liefdesverhaal tussen Don Carlos en Elisabeth enerzijds en de trouwe vriendschapsband tussen Carlos en Rodrigue, de markies van Posa, de rode draad doorheen het verhaal. De laatste weet Carlos duidelijk te maken hoe het nobel volk uit de Lage Landen geweld wordt aangedaan en doet er alles aan om Carlos te overtuigen naar Vlaanderen te komen om een einde te maken aan de onderdrukking. De geschiedenis leert ons dat dit allicht ook geprobeerd is door Carlos, maar Philips II stuurde de hertog Alva, met alle gevolgen van dien en Carlos vond ‘ineens ergens’ de dood. Alles behalve fraai is de geschiedenis van de mogelijk godsdienst- en grootheidswaanzinnige Philips II, die zich in alles gesterkt en aangemoedigd voelde door de zeer harde repressie van de oppermachtige grootinquisiteur.

De verdrukking door de inquisitie komt tot leven op het podium. Je ziet hoe de ketters, gekleed in een narrenachtige pij in kooien voorbij het Escorial, het megalomane abdijpaleis van Philips II, worden gedreven en hoe andere ketters de karren voorttrekken en duwen terwijl ze gegeseld worden door soldaten en het volk hen bespuwt. Ze zijn deel van het kroningsfeest waar vendelzwaaiers dit lugubere feest mee inkleuren. Op de kleine scène van het Luikse operagebouw acht je het onmogelijk, maar Mazzonis doet het: je hebt de indruk een zeer groot gebeuren van heel nabij mee te maken. Het maakt het publiek stil, je voelt de mensen nadenken en emoties ondergaan.

Zangers / acteurs ontroeren

Een zo sterk verhaal met dergelijke regie, vraagt niet alleen een uitmuntend orkest en koor – en uitmunten deden beide. Nooit eerder hoorde ik het orkest, waar ik eerder toch al enkele aanmerkingen op had, beter musiceren. Het kon de vergelijking met alle andere grote operahuizen aan. Top! Dirigent Paolo Arrivabeni was in volle doen en één brok inspiratie. Dat gegeven, samen met al het gebeuren op de scène kan niet anders dan de zangers een extra lading artistieke adrenaline gegeven hebben om nog beter te presteren.

Laten we het rijtje even aflopen. Don Carlos werd gezongen door de Amerikaanse tenor Gregory Kunde. Wat een stem, wat een vertolking! Hij was gewoon de jonge, eerlijke, trouwe koningszoon en kon ontroeren, maar ontroeren zouden nog andere stemmen doen.

De Italiaanse bas Ildebrando D’Arcangelo zette een indrukwekkende, karaktervolle Philips II neer. De dragende donkere dwingende stem, zijn doordringende blik… En dan was er die arme Elisabeth de Valois, de vrouw die nooit ware liefde zou mogen kennen. Hoewel de sopraan Yolanda Auyanet ziek was, zong ze deze liefdevolle rol met grote overgave. Een prestatie die extra applaus verdiende!

De verraderlijke en te laat berouwvolle princes Ebola, die Don Carlos, Elisabeth en zijn vriend uit jaloersheid verraden zal, werd perfect gebracht door Kate Aldrich die voor het eerst te gast was in de Opéra Royal de Wallonie / Liège.

Wie een rol neerzette die je zonder meer wereldklasse mag of moet noemen, was Lionel Lhote als de markies van Posa. Het duet waar hij en Don Carlos de vriendschapseed zweren en dan zijn sterfscène, mag je wat mij betreft bij de grootste vertolkingen plaatsen die je ooit mocht beleven.

In je broek doe je, bij wijze van spreken, als de bloeddorstige grootinquisiteur vol dwingende eisen zijn dodelijke woorden zingt. Roberto Scandiuzzi, bas, kan je moeilijk in een andere rol zien.

De kleinere rollen worden ook stuk voor stuk erg mooi ingevuld, al dan niet wat meer bescheiden, maar niet te min helemaal passend zoals het hoort.

Een bijzonder woord van aandacht verdient dit operahuis omdat het bij haast elke productie mensen aan de rand van onze samenleving inzet en hen zo betrekt in het geheel en hen waardigheid geeft. Het is een bijzonder mooi gebaar van menselijkheid.

Wat me overkwam, weet ik nog niet, maar ik kon noch kan me van de indruk ontdoen dat deze operaproductie zowat de mooiste was die ik ooit beleefde. Onze medewerker Matthias De Bel was even sprakeloos en na het applaus zei hij me: “Eigenlijk zag ik niet eerder een betere opera”. Zo hoorde je die indruk ook bevestigd worden in de wandelgangen. Een Nominatie Gouden Label Opera & Muziektheater is dan ook meer dan terecht.


  • WAT: Don Carlos, opera van Giuseppe Verdi op een libretto van Camille du Locle en Joseph Méry
  • WAAR & WANNEER: Opéra Royal de Wallonie, Luik, première 30 januari 2020
  • WIE: directie: Paolo Arrivabeni – Orkest en koor van de Opéra Royal de Wallonie – regie: Stefano Mazzonis di Pralafera – decors: Gary Mc Cann – kostuums: Fernand Ruiz – belichting: Franco Marri – koordirectie: Pierre Iodice
  • STEMMEN HOOFDROLLEN: Gregory Kunde, Ildebrando D’Arcangelo, Yolanda Auyanet, Kate Aldrich, Lionel Lhote, Roberto Scandiuzzi
  • BEELDMATERIAAL: © Opéra de Wallonie