Het is lang geleden dat in een voorstelling van Opera Ballet Vlaanderen alles zo mooi op zijn plaats valt: regie, scenografie, choreografie en muzikale uitvoering. Rusalka van Antonín Dvořák is daar in de productie die momenteel te zien is in regie van Alan Lucien Øyen en gedirigeerd door Giedre Šlekytė een toonbeeld van.

Het imposante en toch sobere decor is niet alleen zeer mooi maar ook functioneel. Het past perfect om de omgeving van de natuur weer te geven. De prachtige blankhouten constructie is suggestief voor de golven van het meer waar Rusalka en de waterman thuis zijn. Ze biedt bovendien dankzij de wonderlijke wendbaarheid talloze mogelijkheden om de confrontaties tussen de personages in al hun variaties uit te beelden. Een treffend voorbeeld daarvan is het ingesloten zijn van Rusalka in het tweede bedrijf als ze zich opzijgezet voelt door de prins. Even wendbaar zijn de “ontdubbelde” personages. De zangers van Rusalka, de prins en Vodník – de waterman – zijn elk gespiegeld met een danser. In tegenstelling tot wat we eerder in Debussy’s Pelléas et Mélisande zagen in Opera Ballet Vlaanderen (februari 2018), maakt hier de choreografie het visuele niet overbodig druk en vergezocht, maar met geraffineerde en uitgekiende bewegingen versterkt ze de emoties van wat het personage op dat moment ervaart en bezingt. De dans leidt niet af van het verhaal en de psychologie, maar maakt het integendeel juist aangrijpender. Misschien heeft het ermee te maken dat regisseur Alan Lucien Øyen tegelijk ook choreograaf is en dus zijn choreografie vanuit de dramaturgie bepaalt.

Succesvolle nimf

Het verhaal is een sprookje zonder happy end. Antonín Dvořák schreef zijn opera op een libretto van Jaroslav Kvapil. Kvapil inspireerde zich op de Undinelegendes en op het stuk van Gerhard Hauptmann: Die versunkene Glocke. Ondine is een jong meisje geboren op de bodem van de zee in een kristallen paleis. Een storm doet haar belanden in een vissershut, waar ze wordt grootgebracht in herinnering aan het dochtertje van de vissers, dat op geheimzinnige wijze verdween in de golven. Ondine wacht op de liefde van een man, om in haar nieuwe bestaan een ziel te krijgen, iets wat de natuurwezens ontbreekt. Op een keer ontmoet ze een knappe ridder, die in het bos verdwaald is. Ze huwen en de ridder neemt haar mee naar zijn kasteel. Maar hij wordt haar ontrouw en Ondine gaat terug naar het rijk van het water.

Dvořák gaf zijn opera de titel Rusalka – dat nimf betekent. Hij is erg ingenomen met de romantische sfeer en voltooit zijn opera op slechts 7 maanden tijd. Dvořáks verbondenheid met de natuur en de toverachtige aspecten ervan was ook al tot uiting gekomen in zijn symfonische gedichten: De waterman, De middagheks, Het gouden Spinnewiel en De woudduif. De opera werd gecreëerd op 31 maart 1901 in het Nationaal Theater in Praag en kende een succes dat alle verwachtingen overtrof.

Vrouwelijke sterren

De regie gaat subtiel terug op het originele verhaal waarop Kvapil zich inspireerde. De voorstelling begint met een geheimzinnige figuur die een kindje in de golven achterlaat en in het laatste deel van de voorstelling ontmoet Rusalka een klein meisje, alsof ze bij haar terugkeer naar haar natuurlijke element het verdwenen kind terugvindt. Een fijnzinnig aspect in de opera, dat bovendien het raadselachtige van het natuursprookje tot zijn recht brengt. In zijn programmanota verklaart Øyen dit beeld ook met een verwijzing naar oude bronnen waarin de watergeesten buitenechtelijke kinderen verdrinken. Ik zag de voorstelling met Tineke Van Ingelgem als Rusalka en ze vereenzelvigt zich ongelooflijk mooi met het personage van de nimf. Doorheen het verhaal vertolkt ze zowel de verlangens van het natuurwezen dat wil ontsnappen aan de binding aan het natuurelement van het water, de passie voor de realistische en aardse prins, het verdriet van het verstoten zijn en het opnieuw gedoemd zijn tot het water. Ze slaagt er uitstekend in de fragiliteit van het natuurwezen tot uiting te brengen in al zijn nuances. De regisseur heeft haar personage mooi in contrast gezet met de koele rivale (knap vertolkt door Karen Vermeiren) en de trotse feeks Ježibaba, die onder één hoedje speelt met de hardvochtige en verontwaardigde Watergeest.

In de meeslepende poëtische partituur van Dvořák wordt het orkest van Opera Vlaanderen op een schitterende manier geleid door de jonge vrouwelijke dirigente Giedre Šlekytė. Van bij de eerste melodieën die de sprookjesachtige atmosfeer van het golvende meer evoceren, hoor je dat ze de muziek in de vingers heeft en kan overbrengen op haar muzikanten. In de spannende en dramatische momenten gaat ze fel te keer, zonder overdrijving. De terugkerende motieven blijven in je hoofd hangen. Samen met Tineke Van Ingelgem zorgt ze ervoor dat de voorstelling best op een vrouwelijk topniveau kan gezet worden. In haar gesprek in het programma van Olav Grondelaers op Klara vertelde Tineke Van Ingelgem dat Rusalka voor haar een droomrol is, onder meer door de mengeling van kwetsbaarheid en kracht. Ik kan gerust stellen dat ze de rol ook als een droom vertolkt! Haar mooie sopraanstem is helder, haalt moeiteloos de hoogte en blijft altijd loepzuiver zonder scherpe kantjes. Uiteraard is het lied aan de maan een hoogtepunt, maar bijna nog mooier vind ik haar lange aria als klaagzang op het einde van de opera, waarin ze met zoveel triestheid en toch berusting de ontgoocheling bezingt. Ook de andere zangers waren zeer goed bezet, met een ijzingwekkende bas voor Vodník, een wat neutrale maar mooi lyrische tenor als de Prins, en een Ježibaba die haar feekskarakter zowel fysiek als vocaal geloofwaardig overbrengt. Een voorstelling die absoluut een aanrader is om deze poëtische opera van Antonín Dvořák te beleven.


  • WAT: Rusalka || Antonín Dvořák (1841-1904)
  • REGIE: Alan Lucien Øyen
  • STEMMEN: Tineke Van Ingelgem, Mykhailo Malafii, Goderdzi Janelidze, Maria Riccarda Wesseling, Karen Vermeiren
  • ORKEST: Symfonisch Orkest en Koor Opera Ballet Vlaanderen o.l.v. Giedre Šlekytė
  • WAAR: Opera Ballet Vlaanderen Antwerpen
  • WANNEER: zaterdag 14 december 2019 – nog voorstellingen tot 31 december 2019. Vervolgens in Gent van 9 januari 2020 tot 23 januari 2020
  • FOTO: © Filip Van Roe