In zijn 65ste editie bood de Wexford Festival Opera opnieuw drie werken aan die, zo niet onbekend, dan toch weinig opgevoerd zijn en eventueel herontdekt mogen worden. Om aan de steeds groter wordende vraag van een internationaal publiek te voldoen dat maar al te graag naar het bescheiden stadje aan de Zuidoost kust van Ierland afzakt , waren er dit jaar vier cycli tussen 26 oktober en 6 november.

“Herculanum” van Félicien David (1810-1876)  gecreëerd in de Parijse Opéra op 4 maart 1859 opende de reeks. In zijn commentaar bij de opname van “Herculanum” gerealiseerd door Palazetto Bru Zane omschrijft Etienne Jardin “Herculanum” als “een van de laatste producties van de Franse “grand opéra” van de eerste periode die aansluit bij de  belangrijkste werken van Rossini, Halévy, Auber en Meyerbeer en tegelijkertijd reeds de invloed van Verdi verraadt. Het is een werk dat  duidelijk op de promotie van het Christendom gericht is. Dus wordt de uitbarsting van de Vesuvius waarmee de opera afsluit, voorgesteld als het resultaat van de decadentie van de antieke beschavingen en de vervolgingen van de eerste Christenen”. De opera werd goed onthaald maar de criticus van “La Presse” vond “de partituur ongelijk maar met uitzonderlijk mooie fragmenten”. Bij die waardering kan ik me aansluiten vooral wat de vocale partijen betreft die over het algemeen interessanter en boeiender zijn dan de orkestpartituur. Indien het eerste bedrijf vrij ontgoochelend is, dan biedt het laatste met het grote toneel van de christenen Lilia en Hélios heel mooie, meeslepende momenten  die  je in het drama opnemen. Dit was ook te danken aan de prestatie van Olga Busonic als Lilia,  een  ontroerende vertolkster met een warme, ruime , glanzende sopraan en van de tenor Andrew Haji met een aangename maar wat lichte stem. Ze werden goed ondersteund door het orkest van de Wexford Festival opera gedirigeerd door Jean-Luc Tingaud die er toch niet in slaagde de partituur boeiender te maken of de koorscènes indrukwekkender. Maar dat zijn eerder de zwakheden van de partituur van Félicien David.

Naar aanleiding van de Parijse première Berlioz schreef Berlioz dat hij verrukt was door de enscenering  en verblind door de schittering van de kostuums en de wondermooie decors. Dat kon je niet in Wexford verwachten dat beslist niet de middelen heeft om een “grand opéra”  met alle luxe inherent aan het genre te presenteren. Het ballet was (natuurlijk) geknipt maar de enscenering van Stephen Medcalf en de decors en kostuums van Jamie Vartan waren toch  wel aan de erg povere kant. Wat een idee bovendien om de handeling naar de 18de eeuw te verplaatsen! Uiteindelijk was het meest indrukwekkende element van de enscenering het voordoek die de steeds dreigender wordende Vesuvius voorstelde met rook en kokende lava! De regie van de protagonisten en de kranig zingende koren hielp ook niet bepaald om de voorstelling boeiender te maken. Daniela Pini was een elegante koningin Olympia maar haar slanke mezzo-sopraan miste volume en kleur en de stem klonk schril in de hoogte. De bariton Simon Bailey (Nicanor/Satan) was vooral overtuigend als de duivel die hij met krachtiger stem gestalte gaf. Voor Magnus, de profeet die de komende catastrofes aankondigt (Rory Musgrave) wenste men zich een dreigender figuur met een donderende stem.

“Vanessa” van de Amerikaanse componist Samuel Barber (1910-1981) is geen werk dat moet “ontdekt” worden maar een opera  ten onrechte verwaarloosd . Het is Barbers vriend de componist Gian Carlo Menotti die het libretto schreef en de opera ook ensceneerde in  een decor van Cecil Beaton  bij zijn première in de Metropolitan in New York op 15 januari 1958 onder leiding van Dmitri Mitropoulos .Zes jaar later heeft Barber de drie bedrijven tot twee herleid en het was deze versie die in Wexford werd uitgevoerd. De muzikale taal van Barber is neo-romantisch, rijk en melodisch en de aria van Erika “Must the winter come so soon?” is een vrij bekend fragment. De handeling speelt zich af rond 1905 in een rijk huis in een onbepaald noordelijk land  waar de mooie Vanessa al twintig jaar op de terugkeer van haar minnaar Anatol wacht. Maar uiteindelijk is het zijn zoon, ook Anatol genaamd, die arriveert, nieuwsgierig om de vrouw te leren kennen die zijn, dode, vader heeft bemind. Hij verleidt Erika, de jonge nicht van Vanessa maar trouwt dan met Vanessa. Nu is het beurt van Erika om te wachten.

Timothy Myers dirigeerde het orkest van de Wexford festival opera met soepele hand, realiseerde een warme klank en gaf een expressieve kracht aan de voorstelling die een echte dramatische muzikale spanning had. In haar coherente en prima uitgebouwde enscenering die het werk respecteerde heeft Rodula Gaitanou de handeling naar ongeveer 1950 verplaatst in het sobere maar suggestieve decor van Cordelia Chisholm (twee grote kamers met uitzicht op een besneeuwde tuin). Chisholm ontwierp ook de kostuums die  niet bepaald erg flatterend waren voor Vanessa, nochtans omschreven als een mooie, elegante dame in de veertig. Claire Rutter zong de titelrol  met een heldere, krachtige sopraan in hoogte soms wat hard  en geforceerd.. Haar Vanessa was, eens ze de jonge Anatol ontmoet had,  vrij uitbundig en soms op het randje van het belachelijke. Haar moeder, de oude barones, had de distinctie, onverzettelijke houding en vrij harde stem van Rosalind Plowright. Michael Brandenburg was Anatol, een jonge man zonder scrupules en een profiteur en zong de partij met een stevige tenor maar zonder veel charme. Erika had de onschuld, de gevoeligheid en het vermogen te ontroeren van Carolyn Sproule, een jonge Canadese mezzo-sopraan met een homogene, warme en expressieve stem, de echte heroïne van de opvoering. Een naam om te onthouden.

“Maria De Rudenz” was de 16de opera van Donizetti (1797-1848) op de affiche van de Wexford Festival opera en zeker een van de minst bekende werken van de componist. De première in het Teatro la Fenice in Venetië op 30 januari 1838 van deze opera die te situeren is tussen “Roberto Devereux” en “Poliuto” was beslist geen succes en het werk beleefde slechts drie opvoeringen. Het was niet Donizetti’s partituur die  afgewezen werd maar het libretto van Salvadore Cammarano die de schuldige was .In een brief aan zijn vrouw schreef de beroemde tenor Adolphe Nourrit: “Ik kan u niet omschrijven hoe stupide het libretto is: het is een degoutant bloedbad, een imitatie van “La Nonne sanglante”, dit verschrikkelijk melodrama van de Porte-Saint-Martin.” “Maria de Rudenz” wordt inderdaad omschreven als “waarschijnlijk de donkerste tragedie van Donizetti”. Het is het vrij gecompliceerde verhaal van twee vijandige broeders Corrado en Enrico en van een heldin Maria die vast besloten is Corrado, de minnaar die haar in de steek liet, te doden evenals zijn nieuwe bruid Matilde. Corrado doodt Enrico, , Maria doodt Matilde,. Corrado steekt Maria neer maar ze overleeft en pleegt  uiteindelijk zelfmoord! Blijkbaar geloofde Donizetti niet in de overlevingskansen van zijn opera en hergebruikte bepaalde fragmenten in “Poliuto” maar de opera kende toch nog opvoeringen tot in 1867 om daarna gedurende meer dan een eeuw van de affiche te verdwijnen. “Maria de Rudenz” keerde terug naar La Fenice in 1980 en nu dus naar Wexford, het festival dat een belangrijke rol gespeeld heeft in de Donizetti-renaissance.

Het orkest van de Wexford Festival Opera, met krachtige hand gedirigeerd door Andrew Greenwood heeft kleur en dramatische spanning aan dit drama gegeven maar had ook aandacht voor de meer elegische muziek van de titelheldin en begeleidde zorgvuldig de zangers in hun expressieve en virtuoze aria’s. In de titelrol liet de Italiaanse sopraan Gilda Fiume een uitzonderlijk mooie stem horen, ruim, romig en tegelijk volbloedig en glanzend die ze met veel nuances en dramatische kracht inzette. Een ontdekking! Corrado had de bronzen bariton van Joo Won Kang, een zanger uit Zuid-Korea die zijn personage een mooie vocale allure gaf. De tenorstem van Jesus Garcia  gaf Enrico vocale elegantie maar miste enigszins substantie. Sophie Gordeladze was een onschuldige en charmante Matilde met heldere sopraan en Michele Patti een degelijke Rambaldo. De zangers en de uitstekende koren waren allen de gevangenen van de regisseur Fabio Ceresa die de hele handling in een soort poppenhuis situeerde, een interpretatie die mij niet bepaald duidelijk is. Wou hij op die manier het Zwitsers kasteel met zijn vele trappen en geheime gangen oproepen waarvan sprake is in het libretto en waarin de personages enigszins gevangen zitten? De muren bewogen meer dan de zangers die geregeld de verschillende structuren (decor Gary Mccann) moesten beklimmen en hun acties en gevoelens met grote handpoppen moesten illustreren. De kostuums (Giuseppe Paella) waren historisch maar ook ruim met grote poppen versierd en de koren, mannen en vrouwen gelijk gekleed en getypeerd met rode ogen in witte gezichten, leken spoken of zombies. Wat een verschil met de mooie mise-en-scène van “Guglielmo Ratcliff” die Fabio Ceresa vorig jaar in Wexford realiseerde!

Traditiegetrouw presenteerde de Wexford Festival Opera ook drie “Short works” opera’s in één bedrijf en van ongeveer één uur, in een bescheiden enscenering en begeleid aan de piano. Ze bieden  een plateau  aan jonge zangers die dikwijls ook deel uitmaken van het koor van het festival. “Il campanello di notte” van Donizetti werd als een klucht voorgesteld met een chargerende Michele Patti (Enrico) en een degelijke Pietro Di Bianco (Don Annibale). “Riders tot he sea” van Vaughan Williams liet vooral de mooie stemmen van Philippa Boyle (Cathleen) en Katie Lowe (Nora) horen. “The Bear” van Walton had de rijkste enscenering en de mooie prestaties van Sarah Richmond (de weduwe Yelena), Rory Musgrave (Grigory) en Ashley Mercer (Luka).

Voor 2017 kondigt Wexford opvoeringen aan van “Medea” van Cherubini, “Margherita” van Jacopo Foroni en “Risurrezione” van Franco Alfano in een  verder uitgebreid festival tussen 19 oktober en 5 november). Wexfordopera.com – 353 53 912 2144.


 

WAT: Wexford Opera Festival
WIE: Sarah Richmond, Rory Musgrave, Ashley MErcer, Pietro Di Bianco, Michele Patti, Carolyn Sproule, Michael Brandenburg, Simon Bailey
WAAR & WANNEER: Wexford, UK – 26, 27, 28, 29 oktober 2016