Van de drie Weense operatheaters (Staatsoper, Volksoper, Theater an der Wien) is de Volksoper het huis dat de traditie van de operette (Weense en andere) in ere houdt. Na pogingen van vorige directies om ook de operette aan een “Regietheater”-behandeling te onderwerpen (zonder succes trouwens) is men nu naar de vertrouwde, succesvolle formule teruggekeerd om die werken te presenteren zoals ze werden bedoeld met respect voor de karakteristieken en tradities van het genre.

Maar tegelijkertijd presenteert men levendig, zinderend theater en geen museum-opvoeringen. Het beslagen ensemble van de Volksoper kent het klappen van de zweep en zingt, spreekt en danst als de besten tot grote vreugde van het publiek dat er niet genoeg van kan krijgen. Van de twee operettes van Emmerich Kalman die ik bijwoonde “Die Csradasfürstin” en “Gräfin Mariza” benaderde  “Die Czardasfürstin” waarschijnlijk het best de originele versie in de enscenering van Robert Herzl met mooie stijlvolle decors van Pantelis Dessyllas en epoque kostuums en uniformen (Silvia Strahammer), het geheel gekruid  met aangepaste balletnummers. Maar het was vooral het zangersensemble met zijn aanstekelijk enthousiasme en temperament dat ons in de greep hield, deed lachen en meeleven met de verwikkelingen van de protagonisten,  gedragen door de muziek van Kalman met ervaren hand gedirigeerd door Rudolf Bibl. Andrea Rost was een mooie Sylva Varescu met pit en een  zoetklinkende sopraan, bemind door de vlotte, geëngageerde Edwin van Szabolcs Brickner (eerste prijs van de Koningin Elisabethwedstrijd 2008!) met aangename, soepele tenor. Boni Kancsianu werd op schitterende manier vertolkt door de sympathieke en energieke Marco Di Sapia en Mara Mastalir was een charmante en vastberaden Stasi even aangenaam om te bekijken als te beluisteren. De Feri Baci van Axel Herrig was een charmante “grand seigneur”.

In zijn enscenering van “Gräfin Mariza” veroorloofde Thomas Enziger zich meer vrijheden en gaf de operette musical-allures in het draaiend decor en de gevarieerde kostuums van Toto. Hij voegde een oude man (Mariza’s trouwe bediende Tschekko) aan het gebeuren toe,die het verhaal van de liefdesperikelen van Mariza en Tassilo aan een klein meisje vertelt dat af en toe in de handeling tussenkomt. Er waren nog enkele andere nodeloze maar gelukkig onschadelijke toevoegingen. Gedirigeerd door Gerrit Priesnitz aan het hoofd van het degelijke orkest van de Volksoper werd de kleurrijke partituur van “Gräfin Mariza” met Schwung en degelijke stemmen vertolkt door Ursula Pfitzner (Mariza), Tilmann Unger (Tassilo), Elisabeth Schwarz (Lisa), Boris Eder (Zsupan), Toni Slama (Populescu), Helga Papouschek (Prinses Bozena) en Günter Rainer (Penizek), een duidelijk prima op elkaar ingespeeld ensemble, het koor van de Volksoper inbegrepen.

Het repertoire van de Volksoper waarvan het seizoen startte begin september en eindigt eind juni biedt ook opera’s uit het internationale repertoire maar meestal in het Duits gezongen. Dat was ook het geval voor “Viva la Mamma” een bewerking van “Le convenienze ed inconvenienze teatrali” van Donizetti, een “farsa” in 1827 in Napels gecreëerd en reeds in het repertoire van de Volksoper sinds 1983. Dit keer werd “Viva la Mamma” in de Duitse versie voor de Volksoper door Alexander Kuchinka geadapteerd, gepresenteerd in een enscenering van de Mexicaanse tenor Rolando Villazon met decors van Friedrich Desplames en kostuums van Susanna Hubrich. Het  verhaal van de problemen van een klein operagezelschap, de rivaliteit tussen de prima en de seconda donna en de tussenkomst van Agata, de moeder van de tweede sopraan werd hier verplaatst naar de dag van vandaag en gesitueerd in een operagezelschap in de Oostenrijkse provincie dat de opvoering van een Italiaanse opera “Romulus ed Ersilia” voorbereidt.

De prima donna Corilla zingt erg goed maar gaat niet akkoord met de enscenering. Haar echtgenoot, die ook haar manager is, moeit er zich mee. De Russische tenor Vladimir verlangt een extra aria maar heeft problemen met de uitspraak van het Italiaans. (De fragmenten van de Italiaanse opera worden inderdaad in het Italiaans gezongen in deze Duitstalige opvoering). De tweede sopraan Luisa zou een Rondo willen zingen dat eigenlijk voor de mezzo-sopraan bedoeld is. De dirigent is de wanhoop nabij. De directeur vreest dat hij de beloofde subsidies zal kwijt spelen enz…Maar de komst van Madame Agata, de moeder van Luisa, die ervan droomt ook zelf eens op de planken te staan, zal alle problemen oplossen!

Villazon maakt er een vrij satirisch spektakel van (personage van de regisseur!), hilarisch (soms te veel) en schuwt de overdrijving en het chargeren niet maar het publiek amuseert zich kostelijk. De rol van Agata is geschreven voor een bariton en Martin Winkler was een sonore, pittoreske en komische mamma en “ would be” diva in al haar verschijningvormen. Corilla en Luisa, de rivaliserende sopranen, kregen de virtuoze zang en het dramatisch talent van Rebecca Nelsen en Mara Mastalir. JunHo You gaf de Russische, zelfbewuste tenor een stevige stem en Daniel Ochoa was de belachelijke echtgenoot-manager. Samen met de andere vertolkers vormden ze een vlot, goed geolied ensemble en presenteerden een vermakelijke theateropvoering, prima muzikaal ondersteund onder leiding van Wolfram-Maria Märtig.