In het Aalto-Musiktheater in het Duitse Essen is de Nederlander Hein Mulders  – een paar jaar casting-verantwoordelijke  in de Vlaamse Opera onder de directie van Marc Clémeur –  als intendant reeds aan zijn derde seizoen toe. In het internationale ensemble vinden we de namen van een aantal Nederlandse zangers naast enkele Belgische solisten zoals de sopraan An De Ridder en de bas Tijl Faveyts.

Als eerste première van het seizoen presenteerde het Aalto-Musiktheater  “The Greek Passion” de laatste opera van de Tsjechische componist Bohuslav Martinu (1890-1959). Hij schreef zelf het libretto gebaseerd op de roman uit 1948 van de Griekse auteur  Nikos Kazantzakis . De handeling speelt zich af in het Griekse dorp Lycovrissi waar een christelijk passiespel voorbereid wordt. Maar wanneer een groep vluchtelingen in het dorp aankomt en hulp vraagt, is de reactie allesbehalve  christelijk. De herder Manolios die de rol van Christus moet spelen en de weduwe Katerina die Maria Magdalena zal vertolken identificeren zich zodanig met hun Bijbelse rollen dat ze ook zo beginnen te handelen en de dorpsgemeenschap ontwrichten. Uiteindelijk zal Manolius door Panait, Katerina’s minnaar en de Judas van het passiespel, gedood worden en moeten de vluchtelingen  verder trekken. Het Aalto-Musiktheater presenteerde de opera in de tweede versie die in 1961 in Zürich in première ging en voornamelijk uit een aaneenschakeling van korte scenes bestaat en een breed palet van muzikale stijlen biedt, van Sprechgesang tot arioso met een belangrijke rol voor het koor (opgesplitst in het koor van de vluchtelingen en dat van de dorpsbewoners).

Alhoewel het thema van de opera vandaag meer dan ooit actueel is, heeft  de Tsjechische regisseur Jiri Herman er geen politiek theater van gemaakt met herkenbare hedendaagse aanknopingspunten. Het verhaal zou zich in gelijk welke dorpsgemeenschap kunnen afspelen en stelt de belangrijke vraag waarom die de hulpzoekende vluchtelingen afwijst. Daarom ook geen typische folkloristische aankleding (decor Jiri Herman en Dragan Stojcevski, kostuums Alexandra Gruskova) maar neutrale en tegelijk stemmingsvolle in elkaar verglijdende  scènebeelden en gevarieerde hedendaagse kledij die toch de nodige accenten zet. De personenregie was effectief en levendig en de verschillende karakters waren goed getekend. De koorregie was sober maar indringend en het geheel meer dan eens ontroerend.  Jessica Muirhead gaf overtuigend gestalte aan de verleidelijke weduwe Katerina die Manolius/Christus (een degelijke  Jeffrey Dowd) wil volgen en zong met ruime expressieve sopraan.  Baurzhan Anderzhanov gaf de priester Fotis gezag en menselijkheid en een nobele basstem. Zijn antagonist priester Grigoris had de autoriteit en kloeke stem van Almas Svilpa. Michael Smallwood was een prima Yannakos en Christina Clark een pittige Lenio met frisse sopraan.  De overige leden van de uitgebreide bezetting presteerden allen op niveau en de projectie van de Engelse tekst was meestal degelijk. De koren (instudering Patrick Jaskolka) zongen heerlijk en acteerden met overtuiging.  De Essener  Philharmoniker gaf Martinu’s  beklijvende partituur leven en diepgang  en wist te boeien onder de leiding van Generalmusikdirektor Tomàs Netopil, een dirigent ook meer dan eens te gast bij Opera Vlaanderen. Voor geïnteresseerden:  de productie staat nog tot eind mei op het programma.