Dit jaar bieden de Salzburger Festspiele zes nieuwe  opera-ensceneringen aan: Die Zauberflöte (Mozart), Salome (R. Strauss), Pique Dame (Tsjaikovski), L’Italiana in Algeri (Rossini), L’Incoronazione di Poppea (Monteverdi), The Bassarids (Henze), plus twee opera’s in concertante vorm Der Prozess (von Einem), Les Pêcheures de  Perles (Bizet) en een opera voor kinderen : een bewerking van Mozarts Zauberflöte.

Die Zauberflöte besluit: “Die Strahlen der Sonne vertreiben die Nacht”

Het was van 2012 geleden dat Die Zauberflöte nog op het programma van de Festspiele van de Mozartstad stond, toen in een enscenering van Jens-Daniel Herzog en gedirigeerd door Nikolaus Harnoncourt. Die ging maar één seizoen mee, in tegenstelling met andere producties die gewoonlijk meer dan eens herhaald werden. Het absolute record bereikte de schitterende en ondertussen legendarische enscenering van Jean-Pierre Ponnelle in de Felsenreitschule die van 1978 tot 1986 jaarlijks op het programma stond, gedirigeerd door James Levine.

Het is Ponnelle die, naar eigen zeggen, de jonge, Amerikaanse Lydia Steier enigszins inspireerde, alhoewel ze heel andere paden bewandelt. Zij koos ervoor het verhaal enigszins te actualiseren en het publiek in een spiegel te laten kijken zonder het daarbij af te schrikken. Ze laat de opera, tijdens de ouverture, beginnen in een burgerwoning in het Wenen van rond 1913 waar een grootvader zijn drie kleinkinderen voor het slapengaan een verhaal voorleest: Die Zauberflöte.

De meeste figuren die daarin voorkomen, zijn in zekere zin fantasiewezens geïnspireerd door de leden van het gezin en het personeel.: de moeder verandert in de Koningin van de Nacht, de poeldenier die de kokkin opzoekt in Papageno, de dienstboden in de drie dames en de kleinkinderen worden de Drei Knaben, de drie jongens die Tamino en Papageno begeleiden en hier in deze versie een zeer actieve rol spelen.

Waarvan de idee komt om het rijk van Sarastro naar de rariteiten- en circuswereld van Barnum te verleggen, is niet duidelijk, tenzij om de principes van Sarastro meer algemeen menselijk en vrouwvriendelijker te maken en erop te wijzen dat mensen er anders kunnen uitzien, maar uiteindelijk allen mensen zijn en hetzelfde respect verdienen. Daarvoor wordt een fragment uit The Merchant of Venice van Shakespeare geparafraseerd en in de gesproken tekst ingelast. De gesproken dialogen zijn trouwens volledig herwerkt en ingekort door Ina Karr en Lydia Steier die nagenoeg alle filosofische uiteenzettingen en verwijzingen naar de vrijmetselarij geschrapt hebben.

De tegenstellingen tussen de nobele, doelbewuste Tamino en de levenslustige, minder karaktervaste natuurmens Papageno zijn weggewerkt, de verschillende confrontaties met Papagena sterk gereduceerd en de aanleiding tot bepaalde aria’s, bv. Pamina’s “Ach, ich fühl’s of “Der Hölle Rache” van de Koningin van de Nacht, nauwelijks duidelijk. Spektakel daarentegen is er genoeg met bewegende decors, acrobaten en projecties. Geen water- en vuurproef voor Tamino en Pamina maar beelden van oorlogsellende uit WO I.

Het is uiteindelijk de grootvader die de conclusie “Die Strahlen der Sonne vertreiben die Nacht” uitspreekt. Daarmee zijn we dus opnieuw in de slaapkamer van de jongens beland die door de grootvader nog eens liefdevol ingestopt worden. Het sprookje is verteld. Jammer genoeg gebeurde dat, tenminste naar mijn gevoel, met een veel te drukke enscenering (decor Katharina Schlipf, kostuums Ursula Kudrna, licht Olaf Freese, video fettFilm) waarin het verhaal en de personages te kort kwamen en vooral de muzikale zijde in de verdrukking kwam.

Nochtans zorgde Constantinos Carydis met de Wiener Philharmoniker voor een levendige orkestrale uitvoering met frisse tempi en een goede zangersbegeleiding. Zij konden niet verbergen dat Matthias Goerne als Sarastro een verkeerde bezetting was. Het was pijnlijk te horen hoe deze uitstekende zanger met een voor zijn stem veel te lage partij worstelde terwijl zijn Barnum-personage weinig reliëf of autoriteit kreeg. Mauro Peter was een stevige Tamino met wat moeizame hoogte en Chrsitiane Karg een popperige maar gevoelvol zingende Pamina met een kristalklare sopraan. Albina Shagimuratova (Koningin van de Nacht) zong alle noten maar miste dramatische, vocale kracht.

De drie dames werden goed verdedigd door de Vlaamse Ilse Eerens (binnenkort in de Munt als Pamina te horen), Paula Murrihy en Geneviève King. Adam Plachetka was een door de regie enigszins in de steek gelaten Papageno maar zong behoorlijk. Maria Nazarova deed wat ze kon met haar beperkte optreden als Papagena en Michael Porter was een vrij onbeduidende Monostatos. Degelijke kleinere partijen en goede tussenkomsten van de Konzertvereinigung Wiener Staatsopernchor.

Ik mag zeker niet onvermeld laten dat de jonge Gentse sopraan Emma Posman de reddende engel was in de opvoering van Die Zauberflöte op 4 augustus.  Albina Shagimuratova, de vertolkster van de partij van de koningin van de Nacht, meldde zich ziek en een vervanging kon moeilijk in enkele uren  gevonden worden. Dus vroeg men, in hoogste nood, Emma Posman, die in de opvoeringen van de kinderversie van Die Zauberflöte deze partij vertolkte, dit nu ook in de productie in het Grosses Festspielhaus te doen. Na enige aarzeling stemde ze toen en deed het met succes. Proficiat!


L’Italiana in Algeri in betere regie

Ook veel drukte, maar beter geregisseerd, volledig in de geest van het werk en niet ten koste van de muzikale uitvoering in L’Italiana in Algeri, de productie van de Salzburger Pfingstfestspiele (artistieke leiding Cecilia Bartoli)  die in het zomerse festival werd overgenomen.

Hier was het Belgisch-Franse regisseursduo Moshe  Leiser en Patrice Caurier verantwoordelijk voor een naar onze tijd verplaatste kleurrijke handeling in een eerder aftands Oosters kader zonder postkaarten oriëntalisme (een pittoreske kameel uitgezonderd!) in een decor van Christian Fenouillat, met kostuums van Agostino Cavalca, licht Christophe Forey en video Ettienne Guiol. De regie met heel wat gags en knipogen zorgde voor  een (soms wat té) wervelende actie gedragen door een volledig geëngageerde cast, maar ook voor heel wat jolijt bij het publiek.

Cecilia Bartoli was Isabella, de Italiaanse schone die haar geliefde Lindoro komt zoeken in Algiers waar Mustafà, die zijn vrouw Elvira beu is, de plak zwaait en in Isabella een gemakkelijke prooi meent te zien. Hij zal wel erg bedrogen uitkomen want Isabella, bijdehand en vastberaden, zal de toestand naar haar hand zetten en met haar Lindoro huiswaarts keren. Een kolfje naar de hand van Cecilia Bartoli, fris en verleidelijk in een gebloemde zomerjurk, die kordaat tot de handeling overgaat en daarbij haar soepele stem als naar gewoonte laat verleiden en kleuren, coloraturen aaneenrijgt en je bij haar cavatina “Per lui che adoro” laat wegsmelten door de heerlijke legato-zinnen en de soms bijna etherische klank.

Haar aangebeden Lindoro, met kniebroek, sandalen en lange haren, had de soepele, lichte maar ook wat droge tenor van Edgardo Rocha, een virtuoos zanger en degelijk vertolker. Ildar Abdrazakov was Mustafa, een mooie man, weliswaar met een extra bolle buik, die ervan overtuigd is dat hij onweerstaanbaar is en Isabella zonder problemen zal veroveren. Abdrazakov genoot zichtbaar van de komische partij die hij extra kleur gaf en prima diende met zijn sonore, warm gekleurde bas en virtuoze zang.

Alessandro Corbelli bewees eens te meer als Taddeo dat hij een van de beste Rossini-vertolkers is zowel vocaal als scenisch. Rebeca Olvera gaf haar frisse sopraan aan Elvira, de verstoten vrouw van Mustafa. Goede beurten ook van Rosa Bove (Zulma), José Coca Loza (Haly) en het Philharmonia Chor Wien. In de orkestbak zat het Ensemble Matheus onder leiding van Jean-Christophe Spinosi, misschien niet de ideale combinatie voor Rossini vooral wat de klank betreft. Hoe mooi en verrassend de beurten van individuele blaasinstrumenten ook mogen zijn en de dynamische accenten onverwacht en  boeiend, de algemene klank wenst men zich toch dikwijls voller en gespierder, minder in de oude muziekstijl. Wat  niet wegneemt dat Spinosi en zijn musici mee de opvoering de nodige vaart en frisheid gaven.


  • WAT: Salzburger Festspiele: Die Zauberflöte (Wolgang Amadeus Mozart) en L’Italiana in Algeri (Giacomo Rossini)
  • WAAR & WANNEER: Salzburg 7 en 8 augustus 2018
  • BEELDMATERIAAL: © Salzburger Festspiele