Het klinkt denigrerend ‘provincialisme’, maar dat houdt ons niet tegen om ‘in de provincie’ naar concerten te gaan van en door minder roemruchte namen. Zo trokken we in eigen stad naar een gedurfde onderneming van het Haydngenootschap en het Mechels Kamerkorkest: een uitvoering, scenisch nog wel, van Mozarts beroemdste opera Die Zauberflöte.

Kijk eens aan, was het niet voor ‘de provincie’ in de stad dat Mozart en Schikaneder, de librettist, deze opera uit hun hoge hoed toverden? Het was een zaal voor ‘het volk’ waar Die Zauberflöte in première ging en meteen de grootste successen oogstte. Nog steeds wordt er geoogst. Een deel van die oogst was in Mechelen te plukken in de onderkomen zaal Theatrium. Mensenlief, wat een vuile inkom is me dat ! ’s Nachts komen er blijkbaar vele dronkenlappen hun overtollig water lozen, zo te ruiken. Dat zou Mozart ook op muzikale ideeën gebracht hebben, denk aan zijn zesstemmige kanon ‘Leck mich am Arsch’… Dus uitbaters van de zaal Theatrium, koop bruine zeep, een schuurborstel en opneemvod en poets die inkom. En koop verf en schilder dat vies gedoe ! Hebben julie dan geen schaamtegevoel? Betaalt u de organisaties om die versleten vuile zaal te gebruiken?

Vol zit de zaal, drie dagen achter elkaar. Veel gewone mensen en minder het gekende ‘betere’ publiek. Kijk eens aan, helemaal zoals in Mozarts tijd. Zeer veel kinderen en jeugd zijn present, het valt op. Dat juichen we toe want hoe jonger je Mozart, opera en dus de beste klassieke muziek leert kennen, hoe beter.

Er is geen orkestbak en het orkest zit pal voor het publiek voor het podium. Op het podium een grote rode ronde tafel met stoelen. Er ligt een laptop op en de tafel is bezaaid met bordjes, glazen, flessen. Er is net vergaderd. Zo ziet regisseur Hugo Segers zijn hedendaagse versie van De Toverfluit. Tamino is in slaap gevallen aan die tafel bij zijn laptop en droomt. Zijn droom is het operaverhaal waar de UNO vredessoldaten een rol in spelen. Een link die ik niet begrijp, maar zo is dat tegenwoordig: zoeken naar het verband tussen het oorspronkelijke verhaal en de hedendaagse invulling ervan. Het blijft voor mij een moeilijke zaak. De belichting is wel precies uitgekozen, eerder subtiel en niet te fel. Het is een nog steeds ondergewaardeerd element in het theater. Noem maar eens een naam van een belichter op. Hier is er een om te onthouden: Els Van der Straeten.

Het orkest zet in, op de scène lopen drie poetsvrouwen die met hun hakken hard over de vloer lopen en opruimen. Het blijken de Drie Dames te zijn. Wie er niet zijn, dat zijn de Drie Knapen. De regisseur koos voor een ingekorte versie, zonder dialogen. Dat mag maar het nadeel was dat hierdoor het verloop van het verhaal moeilijk te volgen werd voor wie deze opera niet of niet goed kent. Anderzijds werd de opvoering een vol uur korter wat weer goed was voor het niet met opera vertrouwde publiek.

Orkest van liefhebbers overtreft zichzelf

Topzangers van bij ons laten zich ontdekken

Het Mechels Kamerorkest is een liefhebbersensemble met een aantal ervaren (semi-)professionelen en zgn. amateurs. Dirigent Tom Van den Eynde wil hen de nodige orkestervaring geven met het laten spelen van groot repertoire. De vergelijking met een echt professioneel orkest kan dan niet en dergelijk initiatief vraagt een mildere beoordeling van de recensent. Er zijn nog wel wat imperfecties, er kan meer evenwicht, juister ingezet worden en van die dingen, maar anderzijds moet gezegd worden dat er al behoorlijk niveau gehaald wordt. Zeker met dit project overtrof het orkest zichzelf. Het moet een buitengewone ervaring zijn, niets minder dan Mozart Zauberflöte en met zangers om U tegen te zeggen. Net als het orkest, was het koor Koriolis (ingestudeerd door Joris Derder) opvallend goed.

De zangers

Wilfried Van den Brande, onze Vlaamse ‘basso cantando’ nam de rol van Saratro op zich. Voor zijn stemtype iets te zwaar, zeg vooral net wat te diep, maar hij speelde de rol met zo’n inleving en had zijn stem in absolute controle dat het in de kleinere zaal die Theatrium is, zeer vlot overkwam.

De Portugese zangeres Rita Marques is een volwaardige Koningin van de Nacht. Wat een rolbeleving en nog meer: wat een heldere stem, mooie uitspraak van het Duits en een verbazingwekkende coloratuur die warm kleurt en ondanks de vergedreven virtuositeit niet dusdanig overkomt. Da’s dus puur muziek.

Nog meer puur muziek kregen we te horen in de rol van Tamino, vertolkt door de jonge tenor Denzil Delaere. Hij was dé ontdekking van de avond. Wat een stem! Wat een vanzelfsprekende souplesse, en met iets ‘Fritz Wunderlich’ in zijn stemkleur. Heerlijk luisteren voor het publiek dat mag onthouden dat dit mogelijk de bekendste tenor wordt die Vlaanderen de komende jaren op de internationale podia zal vertegenwoordigen. En eigenlijk is hij niet de enige.

Pamina werd gezongen door Iris Luypaerts die een sopraanstem heeft die minder mijn type is, maar ze beheerst haar rol zo goed, legt er iets nobel in wat ook vereist wordt – Pamina is een prinses – en zo ben ik ook zeer voldaan over haar prestatie.

Kent u Kris Belligh? Deze bariton is een droom-Papageno, het is maar dat u het weet, als je ooit zelf die Zauberflöte wil programmeren. En als hij voor die rol van a tot z geschikt is, weet dan ook dat hij veel meer in zijn marge heeft. Onthouden die naam. Een naam die we al kennen en die sporadisch ook eens op een podium in ons land te vinden is, is tenor Gijs Van der Linden. Wat een Monostatos! Heel dat karakter van die dubbelzinnige figuur zette hij zowel acterend als muzikaal zeer overtuigend in de verf.

Het meisje van ‘achtzehn Jahr und zwei Minuten’, jawel Papagena kreeg van Mozart een korte rol toebedeeld. Misschien door gebrek aan een ideale zangeres voor die rol. Dat gebrek was er deze keer hoegenaamd niet. Lissa Meyvis is niet alleen een verschijning om van te snoepen – hola ! – maar zingt en speelt met haar fijne stem met humor en speelsheid dat jeugdig ding. Zalig.

Zoals gezegd ontbraken de drie knapen maar niet de drie dames. Karen Vermeire, Ellen Vanherck en Julie Bailly: een zeer sterk trio dat, als ze zo blijven presteren, in de grootste huizen meteen aan de slag zou mogen. Dit was muzikale perfectie.

Eerlijk is eerlijk, met twijfels en mij verplicht voelend, trok in in eigen stad in die vieze zaal naar een opera waar ik geen zin in had. Ja ik ben nu dus boos op mezelf omwille van mijn vooringenomenheid – ook hoofdredacteurs zijn maar mensen – en ik ben heel blij dat ik er bij was.