De Munt opende deze week het nieuwe seizoen in het vernieuwde eigen huis met een bewerking van Pinocchio door regisseur Joël Pommerat en componist Philippe Boesmans. Een thuiswedstrijd, want beide heren werkten al eerder samen voor de Munt in Au Monde (2014) en bestendigen nu hun samenwerking. Daarbij is Boesmans natuurlijk al jaren huiscomponist van de Munt. Gezien de lovende recensies waarmee de première werd ontvangen tijdens het Festival van Aix-en-Provence (Pinocchio is een coproductie met de Munt) en het universele thema een aantrekkelijke voorstelling om naar uit te kijken.

Collodi’s sprookje van de houten pop Pinocchio die een jongen van vlees en bloed wordt, zit in de westerse genen. Ieder van ons heeft wel een beetje Pinocchio in zich, de een wat meer dan de ander. Je kunt er heel filosofisch over doen en het verhaal als een queeste naar de waarheid opvatten of in een nog ruimer filosofisch kader te passen. Natuurlijk zijn er diepere lagen te bespeuren, maar uiteindelijk is Pinocchio voor mij een sprookje zoals vele – zo niet alle – andere, met een duidelijke eendimensionale moralistische boodschap: slecht gedrag wordt gestraft en goed gedrag wordt beloond. Zo eenvoudig kan het zijn.

Dat de armzalige omstandigheden waaronder de houten pop moet opgroeien een extra aanzet vormen voor slecht gedrag zien we ook in veel sprookjes terug. Daar zal de tijdgeest wel voor iets tussen zitten. Collodi publiceerde Pinocchio in boekvorm in 1883, niet de welvarendste periode uit de historie van de toen nog jonge Italiaanse republiek. Intussen zijn we zowat anderhalve eeuw verder, staat Marx weer te stoffen in het archief en weten we dat ook mensen met een flink salaris tot slecht gedrag in staat zijn.

Een goed sprookje is griezelig en wreed. Pommerat’s interpretatie van Pinocchio voldoet in elk opzicht aan die voorwaarde.

Hij laat het gruwelijke verhaal vertellen door de directeur van een reizend theatergezelschap. De zangers hebben allemaal verschillende rollen. Er is hier en daar wat in het verhaal geknipt en er zijn wat ingrepen om de vaart er in te houden. Geen sprekende dieren, maar wel een fee die als hier en daar als lifecoach van Pinocchio optreedt.

De aankleding van de opera is zonder meer indrukwekkend. Het lijkt wel vijftig tinten zwart! Het verhaal biedt weinig lichtpunten en zo is het dan ook de hele voorstelling donker en wil het maar niet licht worden. Ook niet tijdens het happy end als de houten pop een echt jongetje wordt. Tegen die duisternis steken de sobere maar effectieve decors van Eric Soyer prachtig af. Maar het allermooiste vond ik toch de video’s van Renaud Rubiano, die de mogelijkheden van de theatrale mogelijkheden enorm verruimt met zijn geniale, zeer creatieve beelden. Rubiano geeft Pinocchio echt een extra dimensie. De scene waarin Pinocchio verslonden wordt door een walvis en de ontmoeting  met zijn vader  in de buik van het dier vond ik een hoogtepunt. Dat is alleen al een reden om de voorstelling te gaan zien.

Bij al dit geavanceerde futuristische visuele geweld komt de muziek van éminence grise Boesmans helaas wat gedateerd over. Boesmans beheerst het vak tot in de perfectie, beschikt over een eindeloze trukendoos en strooit gul met citaten uit de muziekgeschiedenis, maar waar op het podium een voorproefje geboden wordt van wat we in het theater van de toekomst kunnen verwachten, staat in de orkestbak de versnelling in zijn achteruit. Dat werkte niet altijd goed. Het troepje straatmuzikanten (saxofoon, accordeon en viool) dat hier en daar on stage een scene begeleidde, kwam oubollig over. In de bak zat een bescheiden – overigens adequaat begeleidend – ensemble van een handjevol strijkers en blazers. Het was alles keurig tonaal, netjes en ook een beetje saai. Hier en daar waren er zeker goede noten te horen (vooral de contrafagot was goed vertegenwoordig), maar lang niet voldoende om volwaardig tegenwicht te bieden tegen al het digitale geweld van de bovenburen.

Sterker, de digitale bliksemflitsen begeleid door een paukenroffel uit de achttiende eeuw werkten bij mij op de lachspieren.

De meer dan uitstekende cast maakte gelukkig veel goed. Er werd prachtig gezongen en geacteerd. Stéphane Degout is op dreef als de directeur van de reizende compagnie die de drieëntwintig scenes aan elkaar praat. En ook in zijn andere drie rollen staat hij zijn mannetje. Toch vraag je je af of zo’n talent wel goed gecast is in een rol waarin hij zijn vocale kunnen maar in beperkte mate kan etaleren. Ik hoor hem liever altijd tijd zingen.

Pinocchio werd vertolkt door de jonge Franse sopraan Chloé Briot. Aanvankelijk was dat even wennen. Je denkt bij Pinocchio toch aan een jongetje, maar door ontwapenende en geestige manier waarop ze de houten pop vorm gaf en door haar mooie stem, wist ze me snel voor zich te winnen. Vincent Le Texier (nog bekend van de boswachter in Foxie!) als Pinocchio’s vader overtuigde mij wederom. Prachtige bas heeft die man toch. Een speciale rol was weggelegd voor coloratuursopraan Marie-Eve Munger als fee. Zij had een zeer veeleisende, virtuoze partij die ze volledig soeverein vertolkte. Regelmatige verkeerde zij in de hoogste regionen en mocht ze naar een hoge q vocaliseren. Bovendien was ze ook schitterend uitgedost in een enorme jurk. Ze zorgde voor de schaarse  momenten dat de combinatie van geavanceerde vormgeving en oude noten goed werkte.

Al met al een niet in elk opzicht bevredigende voorstelling. Het gebrek aan balans tussen wat er op en onder het podium gebeurde heb ik toch als onoverkomelijk ervaren. Spektakel op de bühne vraagt om spektakel in de bak en dat bleef helaas uit

En, Pinocchio is zeker geen kindervoorstelling ook al richt de spreekstalmeester zich in de proloog uitdrukkelijk tot de kinderen. De voorstelling lijkt mij ongeschikt voor jonge kinderen, niet alleen door zijn lengte van twee uur, maar ook door zijn duistere aankleding en de soms wel erg griezelige en realistische beelden. Aanbevolen voor twaalf jaar en ouder.

Tot slot, we zijn blij dat we na twee jaar verlost zijn van Tour en Taxis en en weer in het echte negentiende pluche plaats mogen nemen. Echter als ik zou beweren dat mijn twee uur durende verblijf op dat harde, kleine stoeltje aangenaam geweest was, zou ik een hele lange neus krijgen! Maar de sfeer was wel veel beter!


  • WAT: Pinocchio opera naar een libretto van Joël Pommerat op muziek van Philippe Boesmans.
  • WIE: Stéphane Degout – bariton, Vincent Letexier – bas bariton, Chloé Briot – sopraan, Yann Beuron – tenor, Julie Boulianne – mezzo sopraan, Marie-Eve Munger – sopraan, Symfonieorkest van de Munt o.l.v. Patrick Davin
  • WAAR: Muntschouwburg Brussel
  • WANNEER: 7 september 2017
  • Foto: © De Munt