Venetië én renaissance: dat moet tocht elke artistieke ziel inspireren? Het inspireerde in de Opéra Royal de Wallonie alvast kostuumontwerper Fernand Ruiz die we hier meteen een open doekje geven voor de weelde aan historisch verantwoorde kostuums, geen twee dezelfde, een weelde aan kleuren en versieringen, juwelen en noem maar op. Alleen dat schouwspel zien, was zo indrukwekkend dat je het niet meer kan vergeten.

Maar er was nog meer te zien en niet alleen te zien, ook te horen. Een uitverkochte opera, elke vertoning. Dat is in het Luikse operahuis geen zeldzaamheid, uitverkochte zalen. Het wordt met de dag geliefder en bekender en dat is te begrijpen. De mensen snakken naar nog eens een opera in zijn geheel te kunnen zien zoals hij ooit bedoeld was en dat is wat precies kan in Luik. Niet altijd weer moet elk operaverhaal perse naar vandaag de dag of de jaren ’30 of ’60 of zo van vorige eeuw hertaald worden, niet altijd moet met het geforceerd willen plaatsen in de politieke verwarde boel waarin de wereld vandaag vertoeft enzoverder. Het mag echt nog eens met de kostuums, decors en regie die volledig passen bij de tijd toen deze of gene opera geschreven werd. Wie nieuw wil, kan toch nieuw maken? Tekst schrijven, muziek componeren, scenografie uitwerken en dergelijke? Waarom moet het zo dwangmatig in sommige huizen allemaal hedendaags, provocerend seksueel gewelddadig getint en wat nog meer? Veel mensen zijn dat post-modernistisch gedoe nu echt wel beu en verlangen naar het échte en dat échte, dat krijg je in Luik. Busladingen vol Nederlanders, Duitsers, Franen en landgenoten (beide talen) vullen deze operatempel telkens weer tot de nok. Ja, ik ben een fan van dit huis. Je mag het weten.

Was Otello een Moor of heette de historische Otello ‘Moro’ ?

In Verdi’s Otello, naar het verhaal van Shakespeare, is Otello een zwarte Moor met dikke lippen, maar wat speurwerk hier en daar, leverde ons de wetenschap op dat de Otello van Shakespeare en dus ook Verdi wel degelijk bestaan heeft. Hij was een Venetiaan die in 1505 in opdracht van de doge van Venetië naar Cyprus trok om er tegen de binnenvallende Ottomanen te vechten. Na drie jaar kwam de man terug naar Venetië en zijn vrouw overleed tijdens de zeetocht. Uit treurnis liet hij zijn baard groeien. Zijn naam: Christofalo Moro. Zo werd Moro een eeuw later een Moor in de verhalen van onder meer Shakespeare, maar een halve eeuw eerder al ook beschreven door Giraldi Cinthio die van Moro een dappere Moor maakte.

Over het verhaal van Verdi’s Otello (of is het Othello?) lees je hier meer.

José Cura als Otello en meer

José Cura, de grote Argentijnse tenor, gekneed door Placido Domingo wat intussen weeral jaren geleden is, vertolkte meesterlijk de rol van Otello. Hij deed dat in een uitermate stembeheersing waar hij alles inzette wat zijn stem te bieden heeft en zo tot luisteren verplicht. Zijn charisma is bijzonder sterk en hij zet het 101% in om zijn rol van haast koninklijke figuur extra te benadrukken. Dat koppelt hij aan een al even groot acteertalent. Alleen al om hem te zien en horen, was het de moeite er bij te zijn. Net zoals het alleen al de moeite was omwille van die kostuums en het decor, het levende renaissance schilderij dat je zomaar gepresenteerd kreeg.

Desdémona werd voor Cinzia Forte met haar lichte en toch volle sopraan fragiel vertolkt. Soms had ik meer overtuiging gewenst, maar anderzijds zette zo haar onschuld, haar breekbaarheid, haar eerlijkheid, het onterechte lijden dat haar overkomt, in de verf.

Wie volledig opging in zijn rol was Pierre-Yves Pruvot, de valse, misdadige, jaloerse, hatelijke Jago die bewust een gruwelijk familiedrama uitlokt. De verdienstelijke tenor Giulio Pelligra zong zeer behoorlijk zijn rol als Cassio.

De bijrollen werden goed uitgekozen en in verantwoord evenwicht vertolkten ze hun rol. We vermelden Alexise Yerna als Emilia, Roger Joakim als Lodovico, Roderige werd gezongen door Papuno Tchuradze, Mondat door Patrick Delcour en Marc Tissons zong Un Araldo.

Afscheid Paolo Arrivabene

Voor het Waalse operahuis dirigeerde Paolo Arrivabene voor de laatste keer als chef-dirigent. In het verleden waren we niet altijd even positief, maar voor deze productie? Daar maak ik voor hem een diepe buiging, dit was dirigeren zoals de groten en het orkest blonk uit zoals zelden voordien.

Pierre Iodice had zijn uitgebreid koor zoals altijd uitstekend ingestudeerd en zo kwam het over alsof een zuiver Italiaans operakoor op de scène stond.

Al die muzikale kwaliteit, het decor, de kostuums (ik zou er uren kunnen over doorbomen) en de belichting – wie doet beter? – werd in een knappe regie gebracht door de directeur van de opera, Stefano Mazzonis di Pralafera.

Geniet nu maar van de foto’s en overtuig je zelf, als je nog niet naar Luik trok voor een of andere (Italiaanse) opera te gaan beleven, het volgend seizoen dan wel te doen. Ik ben er zeker van dat het niet je laatste keer zal zijn.


  • WAT: Otello, opera van Giuseppe Verdi, libretto Arrigo Boito naar William Shakespeare
  • WIE: Koor en orkest van de Opéra Royal de Wallonie, dirigent: Paolo Arrivabeni, regie: Stefano Mazzonis di Pralafera, decors: Carlo Sala, kostuums: Fernand Ruiz, belichting: Franco Marri, koordirigent: Pierre Iodice
    Zangers: José Cura als Otello, Cinzia Forte als Desdémonia, Pierre-Yves Pruvot als Jago, Giulio Pelligra als Cassio, Alexise Yerna als Emilia, Roger Joakim als Lodovico, Papuna Tchuradze als Roderigo, Patrick Delcour als Montano, Marc Tissons als Un Araldo
  • WAAR & WANNEER: Première 16 juni 2017, Opéra Royal de Wallonie, Luik
  • FOTO’S: © Lorraine Wauters – Opéra Royal de Wallonie