Het klinkt een beetje als een exotisch slaatje, geef toe. Toch was het geen sla, maar slagwerk. Negen vrouwen van drie generaties veroverden het podium met een verbazingwekkende combinatie van Japanse percussie (Taiko), dans en zang.

Het werd vooral een schouwspel van conversatie. De verschillende grote en kleine slaginstrumenten gingen volop met mekaar in dialoog. Dit niet enkel via geluid, maar ook via lichaamstaal. Hierbij kwamen een aantal vrouwelijke elementen en bewegingen sterk naar voren. Het mooie hieraan is dat de vrouwelijkheid vooral uit de handelingen van de muzikanten bleek. De nummers die gebracht werden hadden eerder traditionele thema’s zoals natuurverschijnselen en seizoenen. De rolverdeling op het podium was ook bijzonder fris. Mezzosopraan Inez Carsauw betrad het podium met een klankschaal en bespeelde daarna een klein slaginstrumentje. De percussionisten gebruikten ook af en toe hun stem, weliswaar om traditionele kreten te produceren. Natuurelementen zoals water en wind werden realistisch in het geheel verwerkt. Zo was er een waterdrum – een bak water met een micro boven die in combinatie met een kleiner slaginstrument succesvol werd bespeeld.

De Japanse danseres Chieko Kojima (Kodo, Taiko en dans) combineerde Japanse traditionele dans met slagwerk. En eigenlijk deden de percussionisten in hun bewegingen bijna hetzelfde. Het beroeren van de stokken is zoveel meer dan het maken van muziek. Minutieus draaien ze rond hun as in vaste ritmes tussen de slagen door.

De marimba is dan wel geen traditioneel Japans instrument, toch heeft het de afgelopen decennia Azië veroverd door zijn compatibele klanken bij de lokale muziek. De mogelijkheid tot het spelen van toonladders, maakt het mogelijk Westerse klassieke muziek die ook toonhoogtes los van ritmes kent voort te brengen. Zo was het een fijn experiment om naast de gefloten stukken ook twee gezongen aria’s uit de traditionele Franse en Italiaanse opera te brengen. Carsauw zong  vol pathos Mon coeur s’ouvre à ta voix uit Samson et Dalilah van Camille Saint-Saëns en Re dell’Abisso van Guiseppe Verdi. Een eigen compositie, Quiet night van Véronique Piron (Shakushachi, Shinobue) kwam tussen beide aria’s in. Eerder al deed Carsauw aan geslaagde stemacrobatie door het zingen van een Japans stuk. De moeilijkheidsgraad van het zingen ondersteund door marimba is trouwens niet te onderschatten aangezien de stuwing van een orkest totaal afwezig is.

Een fijn extraatje was de zeer jonge percussioniste Ilse Baremans (Ikezuki, Taiko), nauwelijks de lagere school ontgroeid en nu al blakend van talent. Ze werd dan ook op een speelse manier op het podium ingezet om iedereen te verstommen van verbazing.

Kortom, Onna was een schouwspel dat van begin tot einde boeit door de originele verwerking van traditionele elementen uit verschillende werelden zonder er een potpourri van vreemde klanken van te maken. De maar liefst twee uur durende voorstelling zonder pauze vraagt naar meer.


  • WAT: Onna – a concert celebrating femininity
  • WIE: Chieko Kojima, Beibei Wang, Veronique Piron, Adilia Yip, Jige Akemi, Grete Moortgat, Aster Vermeulen, Inez Carsauw, Ilse Baremans
  • WAAR: Zuiderpershuis Antwerpen
  • WANNEER: 18 mei 2018
  • Foto: © Klassiek Centraal