Telkens weer verbaast het me hoe geniale componisten er door de eeuwen heen in slaagden de meest onvergetelijke muziek te componeren voor operalibretto’s die inhoudelijk toch niet zoveel om het lijf hebben. Het is dan ook vooral de muziek die een groot aantal van de grootste werken uit de operageschiedenis onvergankelijk maakt, zoals Nabucco.

Wie van klassieke opera in zijn geheel houdt, kan (of moet) terecht in de Opéra de Wallonie in Luik. Het is het enige operahuis in zeer wijde omtrek waar de liefhebber van het klassieke totaaltheater met de regelmaat van de klok nog terecht kan. De leiding van deze zeer druk bezochte instelling onder directeur Stefano Mazzonis di Pralafera, heeft er resoluut voor gekozen om het hervertalen van de libretto’s naar hedendaagse toestanden te laten voor wat het is. Luik blijft trouw aan het geheel wat niet wil zeggen dat er geen hedendaagse ingrepen zijn, wel integendeel. Ze worden altijd weer toegepast, maar zo subtiel en artistiek sterk verantwoord dat ze volledig passen en aansluiten bij het origineel.

Flutverhaal of ‘de menselijke zwakte’?

Het verhaal op zich is er een van leidinggevende mensen die duidelijk erg begaan zijn met zichzelf en alleen zichzelf en anderen meesleuren in de gevolgen van hun afgunst en wrok. Als ze dan zogezegd tot inkeer komen, doen ze dat vooral uit opportunisme omdat zij, heren van stand, anders persoonlijk gaan lijden en dat? Dat mag niet hoor, o nee. Dat het volk gebukt moet gaan onder hun kuren, is hun zorg in feite niet. Dat is in dit verhaal niet anders dat wordt aangedikt door jaloersheid en eerzucht. Het kost allemaal veel bloed, zweet en tranen. Kortom, het is iets dat we ook vandaag meemaken, al dan niet op grotere schaal.

Verdi wist hoe hij het platte van de mens in dit verhaal, tot meer dan een trapje hoger moest tillen door misschien wel de nobelste noten te schrijven voor een koor dat ‘het volkske’ uitbeeldt en zijn lijden moedig draagt. Allicht daarom is Het Slavenkoor uitgegroeid tot meer dan het officieuze Italiaanse volkslied. Wie wordt niet op sleeptouw genomen op de golven van die muziek?

Ja Nabucco is muzikaal genieten en dat genot werd aangedikt met prachtkostuums, een rijk kleurenpalet, intelligente artistieke belichting, een sober maar knap uitgekiend decor en een eenvoudige en doorzichtige regie zonder overdreven drukte. Het Waalse operahuis heeft veel goede naam verworven bij het publiek en de internationale pers. Opvallend veel jonge mensen zijn altijd aanwezig. Busladingen vol liefhebbers komen uit Duitsland, Nederland maar ook tal van Vlamingen kennen de weg naar dit huis dat door de Vlaamse pers genegeerd wordt.

Grote namen schitteren op het podium

Publiekstrekker nummer één voor deze productie, is niemand minder dan Leo Nucci, de 74-jarige bariton die de genade geniet nog voluit over zijn prachtstem als een jong zanger te mogen beschikken. Wij hoorden hem niet, want we waren op de tweede premièreavand waar de evenknie van Nucci, de Roemeense zanger Ionut Pascu een passionele Nabucco neerzette. Wat een zangtalent en al even groot acteertalent. Samen met de sopraan Tatiana Melnychenko die de rol van Abigaille uitzonderlijk sterk vertolkte, zowel muzikaal als scenisch, waren deze twee internationaal geroemde zangers de sterren van de avond.

Ook heel mooi vertolkt, met iets nobels in zich, was de rol van Zaccaria door Enrico Iori. Minder in de ban waren we van Cristian Mogosan, tenor, die Ismaele gestalte gaf. Acteren was helemaal naar wens, maar de stem was niet helemaal in vorm al klonk ze naar het einde toe heel wat vaster. Nabucco’s dochter, Fenema, werd fragiel zoals ze moet zijn, ingekleed door Na’ama Goldman. De bijrollen werden erg verdienstelijk vertolkt door Roger Joakim (Il Gran Sacerdote di Belo), Anne Renouprez (Anna) en Papuna Tchuradze (Abdallo).

Een extra, zeer verdiend applaus van ons, maar ook van het publiek dat juichte, gaat naar het koor. Pierre Iodice heeft nog maar eens bewezen een van de betere koordirigenten te zijn. Als je met een behoorlijk klein koor presteert wat we hier mochten aanhoren, dan ben je meer dan een middelmatig koordirigent, dan mag je je naam op de lijst van Groten noteren.

Open doekjes bij de vleet

Dat het publiek in de ban was van de muzikale prestaties van koor en solisten, bewezen de vele open doekjes tijdens de voorstelling. Samen met het aanhoudend eindapplaus, duurde de avond door die vele handklapperijen ruim een half uur langer. Het is bemoedigend voor iedereen die aan zo’n productie meewerkt en dat is àl het personeel, diegenen wiens naam we kennen en al diegenen wiens naam nooit vermeld wordt.