Luik, 6 april 2018: première in de Opéra de Wallonie van Le Nozze di Figaro van Wolfgang Amadeus Mozart en Lorenzo Da Ponte. Na een naar ons gevoel mislukte Don Giovanni in vorig seizoen en een nogal bizarre Carmen dit seizoen, was ondergetekende wat ongerust over wat er te zien en te horen zou zijn. De onrust verdween onmiddellijk bij het opengaan van het doek.

Het verhaal is, zoals talloze operalibretto’s, geen hoogdraver. Waar het in feite om gaat, is het aanklagen van de machtige pretentie van decadente adel die met de onderdanen vrij zijn gangen gaat. Zo was er het recht van de eerste nacht voor de heer als een van zijn dienaren een maagdelijke deerne huwde. De adellijke heer in het voorliggende verhaal, gebaseerd op een roman van Pierre-Augustin Debeaumarchais ‘Le Mariage de Figaro’, gaf een keer toe van dat recht af te zien. Hij dacht dat het een sluwe zet was om zijn onderdanen nog meer aan hem te binden en dan vooral (zeg alleen) de vrouwelijke helft van die onderdanen. Daar mislukt hij echter in en hij moet zelfs publiek pardon vragen. Het is de totale vernedering van de heer voor zijn schandelijk gedrag dat geen liefde kent maar alleen brutaal seksueel persoonlijk genot dat geen rekening met de partner houdt. Een perverse situatie en zijn onderdanen slagen erin het tij niet alleen te keren, nee, ze weten hem letterlijk op de knieën te dwingen.

Al het andere om en rond het verhaal om het luchtig te maken, toegankelijk en humorvol is eigenlijk overbodig. Het moest in die tijd wel want met de (terug opkomende) censuur was het altijd koorddansen voor de auteurs. Hoe ver kon je te ver gaan? En wat als de censuur meteen doorhad waar de kritiek feitelijk zat? Welke maatregelen konden je overkomen? Het was dus op eieren lopen… Mozart en Da Ponte zijn creatief omgesprongen met het geheel en zijn er in geslaagd de censuur uiteindelijk tevreden te stellen. Dankzij hun handigheden kunnen wij nog steeds volop genieten van deze meesterlijke opera. Want meesterlijk, dat is hij. Die meesterlijkheid, die vraagt om de beste zangers, de beste regisseur, het beste orkest en de beste dirigent.

Streling voor het oog

Eén minder goede ervaring wat heel de uitvoering betreft: het orkest was niet in zijn beste doen, vooral de ouverture liet muzikale steken vallen en kwam erg magertjes over. De musici volgden dirigent Christophe Rousset, toch niet de eerste de beste amateur !, blijkbaar niet of was er te weinig repetitietijd? Het kan in elk geval mooier, juister, voller, gefraseerder. Eens de opera op volle toeren draaide, was ook het orkest beter.

Bij het openen van het doek waande je je meteen in het 18de-eeuwse paleis van graaf Almaviva. Zachte romige eierschelpkleurige wanden, mooie classicistische mouluren, het mooie schrijnwerk. Achter de grote ramen zitten de meiden de kledij en stoffen versieringen voor het snel naderende huwelijk te maken. Ze dragen allemaal tinten van zachtgeel naar romig oker, alles in pastel, wat veel licht in het decor brengt en de sfeer van feest en blijgezindheid en geluk onderstreept.

Ook de decors die volgen in het het paleis en vooral in de tuin zijn zeer fraai, hoog artistiek. Vooral het tuintafereel dat eindigt met een opkomende volle maan, is als een levend schilderij uit Mozarts tijd. De samenstelling van de planten in en om de zuilengalerij, de kostuums van de verschillende zangers en hun positie op de scène maken dit levend schilderij af. De talrijk aanwezige jeugd in de zaal kon het best smaken. Voor mij zaten enkele jongeren van rond de 20 en jonger en hun commentaar zei eigenlijk alles over de volledige regie: “Mooi he zoetje, da’s nu helemaal zoals in Mozart zijn tijd. Dat past zo goed bij de muziek. Dat zie je in geen andere opera waar ze er altijd iets modern van maken.”

Het oor mocht mee genieten

Los van mijn wat strengere opmerking over het orkest, was de schare zangers ideaal uitgekozen voor de rol van hun leven. Op het lijf geschreven van elke zanger, precies of Mozart en Da Ponte kozen ze persoonlijk uit en gingen dan aan het schrijven van tekst en muziek.

Laten we de zangers in het rijtje overlopen zoals ze in het programmaboekje staan.

Il Conte Almaviva, de graaf, werd gezongen door bariton Mario Cassi. Een ver dragende stem, volle rijpheid en zeer bewust. Hij acteerde tevens perfect. Wat een graaf !

La Contessa Almaviva – de gravin – werd vertolkt door Judith Van Wanroij. Een minder sterke stem, maar dat is nu net wat hoeft voor deze droeve dame die al jaar en dag beledigd wordt door haar talloze vrouwen versierende en tegelijk aartsjaloerse echtgenoot. Ze wist het leed, de zwaarmoedige stemming bijna pakkend weer te geven.

Figaro kreeg vorm door de jongere bariton Leon Košavic. Een vertolking van de betere die je je kan wensen. Muzikaliteit en acteertalent gingen hand in hand. Dat werd dan nog bekrachtigd door Susanna, die lieve eerlijke schat van een Susanna, een bij de pinken meid die de graaf op de knieën krijgt en beloond wordt in de Liefde. Deze zalige rol werd in alle denkbare perfectie in het leven gebracht door sopraan Jodie Devos. Wat een zangeres toch ! Ze wordt er keer per keer nog beter op, dit is absolute wereldtop. Het maakt me elke keer wat trotser dat ze in 2014 op onze jaarlijkse Uitreiking Gouden Labels zong, net nadat ze de tweede prijs won in de Koningin Elisabeth Wedstrijd zang. Wij hadden haar al geboekt voor ze laureaat werd. Het doet deugd dat we met Klassiek Centraal soms zeer alert zijn voor jong talent, dat bekronen en dat het nadien maakt. Het is een van onze taken en als het lukt, krult onze neus. Genoeg eigen lof, terug naar de zangers.

Knap in rol gezet was zeker ook Cherubino door Raffaella Milanesi. Het blijft moeilijk voor een vrouw om die mannenrol te spelen en dat is hier als een ‘fluitje van een cent’ geslaagd. Zeer goed !

Julien Véronèse, een stevige bas, gaf heerlijk vorm aan Dottore Bartolo terwijl de wat oudere sopraanstem van Alexise Yerna voor de rol van Marcellina geknipt was. Niet het stemtype dat me normaal kan bekoren, maar in deze rol: ideaal. De beperkte rol van Don Basilio, Enrico Casari, was zich al even bewust als de anderen om het geheel mee te kleuren. Patrick Delcour is een van de betere vaste waarden voor kleinere rollen in de Opéra de Wallonie en als Antonio, de vervelende tuinman en vader van de huwelijk klare Barbarina, wist hij het publiek op zijn hand te krijgen. Barbarina, het brave dochtertje, zo smoorverliefd als wat op Cherubino was Julie Mossay die de rol mocht vertolken.

Voor de directie van het geheel tekende dirigent Christophe Rousset, de regie was in handen van Emilio Sagi, de decors een ontwerp van Daniel Bianco en Gabriela Salaverri tekende de kostuums. Voor een zeer gepaste choreografie stond Juria Castejón borg – haar Spaanse dansers brachten een perfect balletje met castagnetten die zeer goed met het orkest meespeelden. Eduardo Bravo mocht opnieuw de belichting doen en zoals telkens Pierre Iodice voor een koor dat zong naar best vermogen.

Met deze Le Nozze di Figaro was het grotendeels genieten en nagenieten. Mozartiaanser kon het bijna niet. Kortom, een productie om nog eens opnieuw te bekijken.


  • WAT: Le Nozze die Figaro, opera van Mozart (muziek) en Da Ponte (libretto)
  • WIE: Orkest en koor van de Opéra Royal de Wallonie, dirigent Christophe Rousset, regie Emilio Sagi, decors Daniel Bianco, kostuums Gabriela Salaverri, choreografie Juria Castejón, koorleiding Pierre Iodice. Zangers: Mario Cassi, Judith Van Wanroij, Leon Košavic, Jodie Devos, Raffaella Milanesi, Julien Véronèse, Alexise Yerna, Julie Mossay, Enrico Casari, Patrick Delcour, Stefano De Rosa, Myriam Hautregard, Anne-Françoise Lecoq
  • WAAR & WANNEER: Opéra Royal de Wallonie, Luik, vrijdag 6 april 2018
  • FOTO’S: © Opéra Royal de Wallonie