Na Parijs en voor New York presenteert het Théâtre du Capitole van Toulouse  Les Fêtes Venitiennes, een “opéra-ballet” van André Campra, gecreëerd op 17 juni 1710 in het Théâtre du Palais Royal, Académie royale de Musique in Parijs.

Gedurende ongeveer een halve eeuw werd het werk geregeld opgevoerd waarbij de partituur meer dan eens werd aangepast en/of aangevuld en een aanzienlijk lengte kreeg. Dus beslisten dirigent William Christie en regisseur Robert Carsen om een eigen versie te maken “aangepast aan de luistergewoontes van een hedendaags publiek”. Ze behielden een Prologue,  Le Triomphe de la Folie sur la Raison dans le temps du Carnaval en drie  Entrées  :  Le Bal , Les Sérénades et les Joueurs en L’Opéra waarvan de thema’s zijn :liefdesspelen, verleiding, jaloersheid ,spijt en natuurlijk vermomming.  Als epiloog haalt  tenslotte la Raison (de rede)  het van la Folie (de zotheid). En William Christie voegt daaraan toe  dat hij wil benadrukken dat de frivole situaties en de liefde voor de luchtige scherts geenszins moeten doen geloven dat de muziek van Campra triviaal is.
De fijn uitgewerkte partituur en delicate schrijfwijze van Campra lagen in zekere handen bij William Christie en zijn Arts Florissants-ensembles  (orkest en koor) die de opvoering leven, vaart en kleur hebben gegeven en op voortreffelijke manier de zangers begeleidden , een perfect evenwichtige en voortreffelijke gerodeerde equipe met soepele stemmen, weliswaar soms wat aan de lichte kant, en een goede tekstprojectie. Ze vertolkten bijna allemaal met succes twee of drie verschillende personages: de sopranen Emmanuelle de Negri, Elodie Fonnard en Rachel Redmond, de mezzo-sopraan Emilie Renard, de tenoren Cyril Auvity, Reinoud Van Mechelen, Marcel Beekman en Dean Clayton, de bariton Jonathan McGovern en de bassen François Lis en Geoffroy Buffière.
Venetië was natuurlijk het toneel van al die feesten, amoureuze avonturen, verkleedpartijen, verwarringen, trouweloosheid, verraad of ontvoeringen en in feite de belangrijkste protagonist in de eerder magere libretti van de verschillende episodes. Robert Carsen heeft de dogen-stad op magistrale manier geëvoceerd  met Radu Boruzescu (decors), Petra Reinhardt (kostuums), Peter Van Preat en Robert Carsen (licht) en Ed Wubbe (choreografie) in feeërieke beelden met als dominante kleuren zwart (de gebouwen) en rood (de met damast beklede interieurs). Het eerste toneel toont ons het San Marco plein overstroomd door hedendaagse toeristen die vol bewondering rondkijken en foto’s nemen en dan zullen deelnemen aan de festiviteiten van karnaval (in epoque kostuums en maskers). In  het laatste toneel (de toegevoegde epiloog) zien we hun enigszins melancholisch vertrek van het plein waar ze drankbekertjes, lege pizzadozen en andere afval achterlaten. De scènes van de verschillende “Entrées”  zijn bijzonder levendig en getuigen van veel fantasie (het toneel met de gondels), zijn heerlijk om te bekijken en schuwen ook de ironie niet (L’Opéra!). De fantasierijke dansen ( geen historische evocatie of nadrukkelijke hedendaagse choreografie) uitgevoerd door het uitstekende Scapino Ballet Rotterdam  integreren perfect in de handeling. Een verfrissende en aanstekelijke opvoering.