Alhoewel de opvoering die ik bijwoonde de 79ste was van Semiramide in het Royal Opera House in Londen, was het melodramma tragico van Rossini op een libretto van Gaetano Rossi naar Sémiramis van Voltaire er al 120 jaar niet meer te beleven! Het is in een coproductie met de Beierse Staatsopera München dat Covent Garden nu een nieuwe realisatie aanbood in een enscenering van David Alden (decors Paul Steinberg, kostuums Buki Shiff, licht Michael Bauer) en gedirigeerd door zijn muziekdirecteur Antonio Pappano.

Voor David Alden geen historisch Babylon met een misdadige koningin Semiramide)die met haar minnaar Assur haar man, koning Nino, vermoordde en haar jonge zoon verloor maar een totalitair regime ergens in het (Midden)-Oosten met een gigantisch standbeeld van het (vermoorde) staatshoofd dat het toneel domineert en zijn foto’s (ook als gelukkige echtgenoot en vader) aan de paleismuren die evenals de tempels gevormd worden door een mobiel decor dat in alle richtingen draait. Handig maar vermoeiend en dikwijls van een twijfelachtige esthetiek  zoals de hele opvoering trouwens. De kostuums combineren militaire uniformen voor Assur en Arsace en islamitische en koninklijke gewaden voor Semiramide terwijl de koordames in hoofdoeken en lange jurken gehuld zijn. Idreno, de Indische koning, draagt een tulband, Azema, de prinses, geliefd door Arsace maar ook begeerd door Idreno en Assur zit letterlijk gevangen in een gouden, nauw aansluitende, jurk  met lange mouwen die eruit zien als vleugels en wordt behandeld als buit . Akkoord, tot daar nog aan toe, maar wat ik niet aanvaard is dat David Alden de opera zelf meer dan eens bewust belachelijk maakt. Indien een regisseur niet in een opera gelooft, dat hij die dan ook niet ensceneert! Dat hij, in dit geval, naar de muziek van Rossini luistert die de grootste troef van deze opera is en er zijn dramatische kracht aan geeft niettegenstaande een niet altijd  evenwichtig libretto. Gelukkig heeft David Alden de voornaamste personages  Semiramide, Arsace en Assur hun waardigheid gelaten en zelfs een vrij intense interactie gegeven. Maar wat een idee om de hogepriester Oroe  te vragen zelfmoord te plegen!

Op muzikaal gebied was de opvoering in de stevige en strelende handen van Antonio Pappano die een goed gestructureerde uitvoering liet horen, levendig en evenwichtig met een orkest in grote vorm (precieze strijkers, elegante houtblazers, foutloze, sonore kopers). Pappano ademt met de zangers (en de uitstekende koren) en geeft de lange opvoering grote harmonie en een elan dat niet verzwakt. Joyce DiDonato vertolkte de misdadige koningin, verliefde vrouw en moeder die haar verdwenen kind terugvindt, met autoriteit, waardigheid en temperament. Haar stem (is ze mezzo of sopraan?) plooide zich zonder moeite  naar de eisen van de partij die ze koestert, mooie kleuren geeft en uiterst virtuoze coloraturen. Daniela Barcelona  gaf allure en emotie aan Arsace, een partij die ze zonder problemen beheerst. Assur had de présence van Michele Pertusi, vocaal niet altijd even overtuigend maar met een grote autoriteit. Idreno had een uitstekende vertolker in Lawrence Brownlee met soepele en virtuoze tenor en triomfantelijk hoge noten. Balint Szabo gaf een krachtige maar wat wollige stem aan Oroe en Jacquelyn Stucker een frisse, zuivere sopraan aan Azema.

Het klassieke duo Cavalleria  rusticana  (Mascagni) en Pagliacci (Leoncavallo) beleefde reeds zijn 261ste en 262ste opvoering in de Royal Opera in een reprise van de realisatie uit 2015 in een enscenering van Damiano Michieletto (decor Paolo Fantin, kostuums Carla Teti, licht Alessandro Carletti), een coproductie met de Munt waar deze productie vanaf 6 maart 2018 op de affiche zal staan. In mijn recensie van december 2015 had ik reeds opgemerkt dat Michieletto de twee opera’s combineert en men de personages van Pagliacci terugvindt in Cavalleria en vice versa. Ik had ook de vraag gesteld of het absoluut nodig was nieuwe, onnodige elementen toe te voegen (vb. de taverne van Mamma Lucia in een bakkerij veranderen)  die meer dan eens met het libretto en de voorgeschreven handeling botsen. In deze reprise is men nog verder gegaan en de ultieme confrontatie van Canio met zijn overspelige vrouw gebeurt evenzeer in zijn verbeelding als op het toneel van zijn klein theatertje. Wat met zich meebrengt dat het mobiele decor nog meer ronddraait dan voorheen. Ergerlijk. Jammer want er zitten goede elementen in deze koppeling van Cav en Pag hier beide gesitueerd in het zelfde kleine Italiaanse stadje in de jaren 1950-60.

In Cavalleria rusticana volgde Elina Garanca in de rol van Santuzza Eva-Maria Westbroek op die ook in Brussel op de affiche zal staan. Garanca presenteert een intense jonge vrouw, vertwijfeld, heftig in haar confrontatie met Turiddu en die zich te laat realiseert wat de gevolgen van haar bekentenis aan Alfio kan zijn. Haar ruime mezzo-sopraan met moeiteloze hoogte geeft de rol een grote dramatische kracht. Bryan Hymels Turiddu is tegelijkertijd ongegeneerd en schuldbewust en zijn zonnige tenor schittert expressief. Mark S.Doss geeft een zekere scenische en vocale elegantie aan de figuur van Alfio. Elena Zilio is een echte Italiaanse mamma en Martina Belli een verleidelijke, sexy Lola met zwoele stem. Bryan Hymel nam ook Canio in Pagliacci voor zijn rekening, als vervanger voor Fabio Sartori die wegens familiale problemen moest afzeggen. Op vocaal gebied schijnt de rol hem minder goed te liggen dan Turiddu en zijn vertolking miste enigszins dramatische kracht niettegenstaande zijn duidelijke inzet. Simon Keenlyside stelde zijn verfijnde kunst ter beschikking van Tonio maar ook daar zou meer vocaal volume welkom geweest zijn. Carmen Giannattasio vertolkte opnieuw Nedda, ernaar snakkend om aan de weinig geliefde man te ontsnappen et zong haar verlangen naar vrijheid uit met een expressieve stem. Andrzej Filonczyk (reeds aanwezig in de bakkerij van Mamma Lucia) was een jonge, viriele Silvio met soepele bariton. Luis Gomes maakte een goede beurt als Beppe met zijn heldere tenor. De koren die ook scenisch in beide opera’s erg actief waren, deden het prima. Daniel Oren dirigeerde met overtuiging beide veristische partituren en gaf ze kleur en dramatische impulsen maar ook de nodige nuances en het orkest volgde hem met elan.


  • WAT: Semiramide, Cavalleria Rusticana, Pagliacci
  • WIE: Antonio Pappano, Elena Garanca, Carmen Giannattadsio, Andrzej Filoncyk, Damiano Michieletto, David Alden, e.a.
  • WAAR: Londen
  • WANNEER: 4 en 6 december 2017
  • Foto’s: © ROH/Catherine Ashmore