Nominatie Gouden Label – De Nationale Opera Amsterdam bracht twee eenakters bij elkaar: Eine Florentinische Tragödie van Alexander von Zemlinsky en Gianni Schicchi van Giacomo Puccini. Hoewel de ene opera een gitzwarte tragedie is en de andere een komedie vol ironie, biedt de combinatie een ijzersterke voorstelling. Dat is vooral op rekening van een spitse regie te schrijven, die alle overbodigheid mijdt. Als daarbij ook de muzikale uitvoering van hoge kwaliteit is, wordt het resultaat een uitstekende voorstelling.

Het was een wens van dirigent Marc Albrecht om deze twee werken met elkaar te combineren. Hij noemt het in Odeon, het magazine van de Nationale Opera, “een botsing van twee briljante geesten”. Al leefden ze in dezelfde periode, muzikaal zit er evenwel een wereld van verschil tussen beiden. “Uitwendige” gemeenschappelijke punten tussen de twee werken is dat ze allebei in Firenze spelen en dat in beide het spel van macht en het belust zijn op geld een rol spelen.

Eine Florentinische Tragödie speelt zich af op een scènegroot zwart vlak dat op een as in alle richtingen beweegt: draaien, kantelen, schuin staan. De opera opent op een dartele vrijscène van Bianca en haar minnaar Guido Bardi, de zoon van de hertog van Firenze: fel, maar nergens aanstootgevend. Na een tijdje komt de echtgenoot van Bianca aan, Simone, een handelaar in stoffen. Hij is verwonderd over de aanwezigheid van de vreemde heer in zijn huis. Horend dat hij van adel is, probeert hij hem van zijn rijke stoffen te verkopen. De confrontatie tussen het drietal verloopt nu eens schijnbaar vriendelijk, dan weer bitsig en nijdig. De jaloezie tussen de twee mannen, de macht over de vrouw en de machteloosheid van de vrouw krijgt steeds scherpere contouren. Dat bereikt de regisseur enkel door de manier waarop hij letterlijk speelt met het speelvlak, waarop de personages telkens op een andere manier tegenover elkaar komen te staan. Op een hellend vlak waar verder niets van de essentie afleidt, krijgt het spel van liefde, overspel en jaloezie zo telkens weer een ander facet: wat is waar, wat is geveinsd. Het hele stuk houdt je in de ban door de continue onderhuidse ambiguïteit van de relaties, tot het onhoudbare toe. Zemlinsky’s opera zuigt ons mee in een complexe uiting van macht en uiterlijke schijn. Daarbij leven de drie zangers zich zo levendig in hun personage in, dat je als toeschouwer letterlijk meeleeft. De rechtlijnige en kale uitbeelding van Eine Florentinische Tragödie houdt de aandacht vast en nijpt de keel toe – zodat je bijna verzucht als het voorbij is. Wat je gezien hebt, kan je niet direct loslaten! Een unieke opera-ervaring!

Sensualiteit en frustratie

Ausrine Stundyte is eens te meer een zangeres die niet alleen met een nu eens sensuele dan weer stalen stem haar personage zingt, maar bovendien spat de passie van haar lijf. Nikolai Schukoff is een knappe minnaar, die met allure zijn adellijke status verenigt met zijn net niet macho-verliefdheid. Als Simone treft John Lundgren uitstekend de toon van bedekte beschuldiging over de verleiding van zijn vrouw, die tegelijk zijn gefrustreerd verlangen verraadt. Hij heeft het talent om alle nuances van de bedrogen en geleidelijk tot overwinnaar evoluerende koopman in zijn warme baritonstem te leggen.

Op het zo goed als naakte vlak maakt regisseur Jan Philipp Gloger visueel subtiel duidelijk dat we met Zemlinsky in het Wenen van de Jugendstil zitten. Zemlinsky was niet alleen de leraar van onder andere Alma Mahler en Arnold Schönberg. De kunstenaars van die periode vormden een artistieke vriendenkring waartoe ook Gustav Klimt behoorde. Beiden waren ze trouwens verliefd geweest op Alma Mahler voor ze met Gustav Mahler trouwde. Gloger heeft zich misschien wel geïnspireerd op de (soms) losbandige relaties van Klimt voor zijn vrijscène in de opera. En zeker op schilderijen van Klimt, waarin we het soort stoffen herkennen die Simone hier op de scène uitspreidt – vooral dan de fluwelen mantel met gouddraad, waarin Bianca in een bepaalde passage op het podium poseert als op een van de vrouwenportretten van Klimt. Ik heb zelden een voorstelling gezien waarin de regisseur zo nauwgezet en spitsvondig de tekst van de opera uitbeeldt en tegelijk de zangers op de muziek laat ageren. Gewoon schitterend. Het drama dat hoorbaar is in de muziek, is zichtbaar op de scène, en dit het hele stuk door en tot het extreme in het duel Simone – Guido Bardi.

Spitsvondige uitbeelding van ambiguïteit

Het tweede stuk van de voorstelling slaat uiteraard een heel andere toon aan, maar tegelijk is ook in Puccini’s Gianni Schicchi de regie een toonbeeld van tekstbegrip en spitsvondige uitbeelding van ambiguïteit. Handig wordt het vlak uit het eerste stuk gebruikt waarop nu de wanden van de ziekenkamer van Buoso Donati gemonteerd zijn. Er is ook een groot raam met een gordijn, verder wat salonmeubeltjes en aan één wand een groot schilderij met een zicht op Firenze, wat in het slot nog tot een grappige scène leidt. Het allegaartje familieleden dat op de erfenis van Buoso Donati uit is, is een mondain ensemble in hedendaagse kostuums. Elk vertegenwoordigt door zijn kledij een specifiek type. Zo is Zita een deftige tante en Nella een wat vulgair type. Simone is een en al ernst en degelijkheid. Lauretta is een hip tienermeisje in jeans en ook haar geliefde Rinuccio is vlot en jeugdig gekleed. Boven de twee grote dubbele deuren van de kamer hangen spreuken die verwijzen naar het belust zijn op geld en “marktwaarde”. Jan Philipp Gloger maakt van de eenakter een wervelend spel van wisselende kansen van de familieleden die mekaar beloeren om de erfenis van Donati in te slaan. De scène waarin de overleden Donati omgeruild wordt voor de sluwe Gianni Schicchi is pure (goede) slapstick. Elk stelt op zijn eigen manier zijn wensvraag bij Schicchi, wat tot hilarische scènes leidt, waarbij het vulgaire nichtje op de rand van zich prostitueren zit. Kleine details houden er de spanning in. Nevenfiguren als de notaris en de getuigen voor het testament worden in detail gekarakteriseerd zodat het geestig blijft, zonder platvloerse komiek. De aandacht van de regisseur om de twee stukken met elkaar te verbinden, gaat tot in de details: de rijke Donati draagt de mantel in kostbare stof met goudversiering uit het eerste stuk en de gouden ketting rond de hals waarmee Guido Bardi in Florentinische Tragödie gewurgd werd. Ook in Puccini’s stuk slaagt Gloger in een super spirituele behandeling van de dubbele bodem. Bovendien is er steeds – en in beide opera’s – een feilloze bewegingsregie op de muziek. Ook hier kregen we een mooie en homogene cast te horen, waarbij Mariangela Sicilia als Lauretta uiteraard op applaus kon rekenen voor de beroemde aria uit dit stuk O mio babbino caro. Massimo Cavaletti debuteerde in de rol van Gianni Schicchi en deed dat vocaal en als acteur met veel panache en natuurlijkheid. Een heerlijke voorstelling, en een verademing na de bloedstollende spanning van Eine Florentinische Tragödie.

Stijlgetrouw dirigent

Marc Albrecht toonde zich aan het hoofd van het Nederlands Philharmonisch Orkest eens te meer als een uitstekend en stijlgetrouw dirigent. Het orkest liet de vaak dissonante muziek van Zemlinsky vol weelde en vooral fijnzinnige details tot zijn recht komen, steeds in unisono met de handelingen op de scène. Lange frasen doen soms aan Richard Strauss denken en er zijn passages die aan Alban Berg herinneren, of Schönberg. Over het ruime orkestdeken, worden details gespreid van mandoline en harp, fijn geciseleerd. De celesta zorgt voor ijle spanning en onwezenlijk drama. In Puccini is het grappige bijna kamermuzikaal luchtig behandeld. Licht en geestig.

De Nationale Opera heeft eens te meer een voorstelling getoond van het hoogste niveau. De positieve kennismaking voor mij met regisseur Jan Philipp Gloger hoop ik snel met andere producties te kunnen bevestigen. Deze man weet hoe een operatekst uit te beelden in harmonie met de muziektaal en bovendien stijlgetrouw met de context van een stuk. Schitterend gewoon. Dit verdient een nominatie voor het Gouden Label.


  • WAT: Alexander von Zemlinsky (1871-1942) | Eine Florentinische Tragödie || Giacomo Puccini (1858-1924) | Gianni Schicchi
  • REGIE: Jan Philipp Gloger
  • STEMMEN: Nikolai Schukoff, Ausrine Stundyte, John Lundgren, Massimo Cavaletti, Mariangela Sicilia e.a.
  • ORKEST: Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht
  • WAAR: Nationale Opera Amsterdam
  • WANNEER: zondag 26 november 2017
  • FOTO’S: © Clärchen en Matthias Baus