The Rake’s Progress in De Nationale Opera in Amsterdam trekt duidelijk de kaart van het gevoel. Ze begint met Anne Trulove die voor het gesloten doek zachtjes en triest de scène opkomt met een ruikertje bloemen, en het liefdevol neerlegt. De scène wordt herhaald op het einde van de voorstelling en heeft ondertussen aan betekenis en kracht gewonnen. De cirkel is rond en tussen beide momenten ervaren we de fratsen van de “losbol” Tom Rakewell. 

Igor Stravinsky werd voor zijn opera geïnspireerd door de schilderijen van William Hogarth, en dit tijdens een bezoek aan het Chicago Art Institute op 2 mei 1947. Ze kwamen op hem over als een aantal scènes uit een toneelstuk. Hij wilde ze als onderwerp gebruiken voor een Engelstalige opera, waarvoor hij al plannen had sinds zijn aankomst in Amerika acht jaar daarvoor. De dichter Wystan Hugh Auden en auteur Chester Kallman schreven het libretto. De eerste opvoering had plaats op 11 september 1951 in het Teatro la Fenice in Venetië. Stravinsky dirigeerde zelf de “prima assoluta” met het orkest van de Scala en de rol van Anne werd gezongen door niemand minder dan Elisabeth Schwarzkopf. De opvoeringen waren meer een “social event” dan een artistiek succes en de rijken kwamen het theater binnen via de kanaaltoegang in gondola’s.

The Rake’s Progress van Igor Stravinsky is het bizarre verhaal van Tom Rakewell, een jonge man die verloofd is met een lief en eenvoudig meisje van het platteland. Haar vader wil eerst de garantie dat hij zijn dochter Anne niet aan een nietsnut geeft. Tom neemt het leven langs de gemakkelijke kant, maar wil toch de wereld aan zijn voeten hebben. Hij laat zich inpalmen door Nick Shadow, een bedrieglijk figuur en een soort Mefisto, die hem op een jaar tijd vernietigt. Na de verleidingen van het perverse stadsleven en een gearrangeerd en mislukt huwelijk met een dame met een baard, Baba the Turk, eist Nick Shadow rekenschap. Tom geeft zich nog niet gewonnen en wint het kaartspel dat over zijn leven beschikt. Nick Shadow maakt zich dan meester van zijn verstand. Tom wordt waanzinnig en brengt zijn dagen door in een gekkenhuis, waar Anne hem een laatste keer komt bezoeken.

Grote witte vondst

De broers Simon McBurney en Gerard McBurney, regisseur en dramaturg, slagen erin de hele opera als een illusie voor te stellen, een droom die nu eens idyllisch, maar ook vals en pervers is. Ze vertrekken letterlijk van een “wit blad”. Als het doek opgaat, zien we de scène als een grote witte doos. Een prachtige projectie beschijnt de wanden ervan met een natuurtafereel als op een schilderij van Constable. Het is het decor van de landelijke plek waar vader Trulove, zijn dochter Anne en Tom een mogelijk huwelijk van de geliefden bespreken. Doorheen de hele opera is die doos, die van papier blijkt te zijn, het decor dat via belichting en projectie de locatie van de diverse taferelen uitbeeldt. Een schitterende vondst. Nick Shadow maakt zijn intrede op de scène door zich door het papier te “scheuren” en zo gaat het met alle andere personages. De materiële verlokkingen van de stad worden met projecties van de Londense skyscrapers en beurstabellen weergegeven. Voor de verleidingen van het perverse zakenleven met drank en seks staat een groot wit bed in de kamer. Zogenaamde zakenlui en hoertjes (v/m) springen in het rond. Een levendig gebeuren dat Tom verwart en in de ban houdt. Baba komt aan in een witte luxe-limousine en haar kamer is als een achttiende-eeuwse paleiskamer waarin al haar extravagante souvenirs niet alleen door de muren maar ook vanuit het plafond hangen. Men komt ogen te kort om alles te zien en te volgen. Het spel met de kaarten waar Nick Shadow Toms leven laat van afhangen, krijgt een ijzingwekkende spanning door de vier kaarten met een hand door de bodem te laten steken. Tom kiest telkens juist en spaart zo zijn leven, maar Shadow ontneemt hem het verstand. Als een waanzinnige brengt hij zijn dagen door in de cleane, lege witte kamer.

Pure liefde versus sluwe verleiding

Elk optreden van Julia Bullock, die standhoudt in haar liefde voor Tom, is een moment van tederheid en hoop. Ondanks zijn verraad blijft ze hem trouw. Bullock zet een ontroerende Anne Trulove neer, die – steeds vanuit de zaal komend – als het ware op afstand blijft van het circus waar Tom zich in heeft laten vangen. Haar gave sopraan klinkt warm en van diep uit het hart: een innemende vrouw en zangeres, de verpersoonlijking van de pure liefde. Paul Appleby is ontwapenend in zijn naïviteit en heroïsme. Je kan hem niet zien als een negatief persoon, maar eerder als een slachtoffer dat onwetend met zich laat sollen. Zijn drang naar vrijheid en rijkdom zet hem op het foute pad. Zijn stemtimbre is mooi, beheerst en vol kracht. Zijn energie is recht evenredig met de pas waarmee hij zijn destructie tegemoet gaat. David Pittsinger zet een oprecht geloofwaardige vader op de scène, een rechttoe-rechtaan man met het hart op de juiste plaats. Baba the Turk wordt knap gezongen door contratenor Andrew Watts. Hij biedt eerder een waardige en elegante vertolking dan een monster of een belachelijk wezen. En dan is er natuurlijk nog de cruciale partij van Nick Shadow: een yuppie die de wereld aan zijn voeten heeft en de mensen rond zijn vingers draait. De stralende bariton van Kyle Ketelsen is even beweeglijk als zijn trucs. Zijn mimiek is grijnzend en verleidend. Hij slaagt er uitstekend in het echte negatieve personage te vertolken.

Ivor Bolton ondersteunt vanuit de (verhoogde?) orkestbak zeer genuanceerd de zangers in hun vaak ritmisch moeilijke zangpartijen die geregeld aanschuren tegen dissonantie en spreekgezang. Een uiterst zorgvuldig dirigent die ook het Nederlands Kamerorkest doorheen de nu eens speelse dan weer gespannen partituur gidst. Er zijn knappe details te horen van bijvoorbeeld de blazers (fagot, trompet) en klavecimbel. Alles zeer precies getimed en het scenische juweel muzikaal afwerkend. Alle lof ook voor het koor en de figuranten en natuurlijk ook voor Keira, het schattige hondje van Baba! Een voorstelling waarin illusionaire verbeelding gepaard gaat met hartverwarmende tederheid op een bodem van tragiek.


  • WAT: Igor Stravinsky (1882-1971) | The Rake’s Progress
  • REGIE: Simon McBurney
  • STEMMEN: David Pittsinger, Julia Bullock, Paul Appleby, Kyle Ketelsen, Andrew Watts, Hilary Summers, Alan Oke, Evan Hughes
  • ORKEST: Nederlands Kamerorkest, Koor van de Nationale Opera o.l.v. Ivor Bolton
  • WAAR: De Nationale Opera, Amsterdam
  • WANNEER: zondag 11 februari 2018 – voorstellingen nog tot 21 februari
  • CREDIT FOTO’S: © Monika Rittershaus