Dit jaar presenteert het festival van Glyndebourne tussen 19 mei en 26 augustus zes opera’s : Madama Butterfly (Puccini), Der Rosenkavalier (R. Strauss), Giulio Cesare (Händel), Pelléas et Mélisande (Debussy), Saul (Händel) en Vaness (Barber). Pelléas et Mélisande is een nieuwe productie in een enscenering van Stefan Herheim, de Noorse regisseur die in Glyndebourne debuteert.

Symbolisme of verwarrend realisme

Aangezien hij een zekere gelijkenis zag tussen de mysterieuze en eerder ontoegankelijke wereld van het  kasteel van Allemonde en het vrij afgeschermde domein van het goed van Glyndebourne, heeft hij de hele handeling van het drama van Maeterlinck gesitueerd in een eenheidsdecor dat de “Organ Room” van het herenhuis van Glyndebourne voorstelt, een ruime kamer waarin zich een indrukwekkend pijporgel bevindt en waar het festivalpubliek zich in diepe fauteuils mag nestelen tijdens de pauze. De reconstructie is prima gelukt (decor Philipp Fürhofer). Som schijnt het orgel uit de muur te treden om bepaalde effecten te creëren. Maar zelfs met projecties en allerlei lichtspel blijft het dikwijls moeilijk om de verschillende handelingsoorden te evoceren.

Het symbolisme van Maeterlinck is vervangen door een dikwijls verwarrend realisme . De kostuums verwijzen duidelijk naar de jaren 1900. Pelléas (met snor en strohoed) is een schilder, Golaud een prikkelbaar burgermannetje en verwoed jager, Yniold is omnipresent, altijd met een schetsboek in de hand, meiden en knechten zijn druk doende….met als resultaat een moeilijk te volgen opvoering, vermoeiend en verwarrend,  waarin de tekst heel dikwijls genegeerd wordt. Die tekst werd trouwens niet altijd goed geprojecteerd door een bezetting met maar een enkele francofone zanger: Chloé Briot die présence en een soepele stem gaf aan Yniold.

Christina Gansch was een kwetsbare Mélisande, een lieve maar toch enigszins kleurloze jonge vrouw met een heldere sopraan. John Chest was een zeer actieve Pelléas met karakter en een expressieve bariton. De gekwelde Golaud van Christopher Purves, met kloeke stem, miste enigszins adel. Brindley Sherrat (Arkel) had allure maar een eerder povere tekstprojectie. De Geneviève van Karen Cargill maakte indruk. Samen met het London Philharmonic Orchestra deed dirigent Robin Ticciati de juwelen van Debussy’s partituur schitteren en gaf aan de opvoering de atmosfeer die de enscenering tevergeefs  zocht.

Orchestra of the Age of Enlightenment en Händel

Perfecte cohesie tussen toneel en orkest daarentegen in Giulio Cesare, de opera van Händel die in de enscenering van David McVicar voor het eerst voorgesteld werd in 2005 maar ondertussen niets van zijn impact verloren heeft. Men wordt dus opnieuw bekoord door deze elegante en intelligente transpositie van de handeling in de contekst van het “British Empire” met een opmerkelijke en levendige  personenregie en een inventieve choreografie (Andrew George) die een ongelooflijk dynamisme en elan aan de opvoering geven en niet onverschillig kunnen laten. Maar de dramatische momenten, de lamentaties van Cornelia en de pijn van Sesto, de wanhoop van Cleopatra vinden hun plaats in deze fantasierijke en uitstekend uitgebalanceerde enscenering.

Dit keer zat het Orchestra of the Age of Enlightenment in de orkestbak, gedirigeerd door Jonathan Cohen, en samen hebben ze alle aspecten van de partituur van Händel schitterend belicht en de zangers ondersteund in hun veeleisende interpretaties. Want in deze enscenering volstaat het niet om goed te zingen! Sarah Connolly (die reeds Cesare was in 2005) maakt nog altijd indruk door haar allure en autoriteit en haar genuanceerde zang. Maar de stem heeft blijkbaar niet meer de vereiste kracht voor de partij. Joëlle Harvey was een pikante en verleidelijke Cleopatra, vastberaden en triomferende koningin met een soepele stem en virtuoze zang. Christophe Dumaux herhaalde zijn wrede en perfide Tolomeo met indrukwekkende vocale prestaties. Cornelia had de mooie stem en de adel van Patricia Bardon en Anna Stéphany zette een ontroerende en dappere Sesto neer, vocaal bijzonder expressief. Kangmin Justin Kim danste door de partij va Nireno en John Moore gaf veel présence aan de dreigende Achilla. Een opvoering om te koesteren!

Dramatische Saul

Händel was ook vertegenwoordigd door een van zijn oratoria, composities die soms nog dramatischer zijn dan zijn opera’s. Dat is zeker het geval voor Saul een oratorium van 1739 dat de tragische aftakeling vertelt van Saul, jubilerend na zijn overwinning op de Filistijnen maar jaloers op  het succes van David (die Goliath doodde) en tenslotte zo vervuld van haat voor zijn jonge rivaal dat hij razend  en moorddadig wordt. En het is zeker het geval voor de uitvoering van “Saul” in de enscenering van Barry Kosky (een herneming van de productie van 2015) die je vanaf het eerste beeld tot het laatste in zijn greep houdt (decor Katrin Lea Tag, choreografie Otto Pichler, licht Joachim Klein).

Het eerste toneel is verbluffend en oogverblindend : een grote bankettafel, rijkelijk versierd (schotels, bloemen, groen en een grote witte zwaan) en een gezelschap (het koor) in fantasierijke 18de eeuwse kostuums en pruiken dat de overwinning viert. De koren, in verschillende samenstellingen en kostuums, zullen de motor zijn die de opvoering aandrijft door hun aanwezigheid (soms vormen zij als het ware het decor op een leeg toneel!), hun choreografische evoluties, hun dramatische intensiteit en hun vocale prestaties.

De koren van Glyndebourne verdienen een grote bravo evenals Barry Kosky en zijn equipe voor de manier waarop ze leven , spanning en een grote dramatische kracht aan dit spektakel hebben gegeven. De solisten integreren zich  zonder problemen in dit fresco: Saul en zijn dochters Michal an Merab in epoque-kostuums , David en Jonathan, de zoon van Saul, in hedendaagse pakken. Markus Brück gaf vocale  en scenische kracht aan Saul, de koning aangevreten door jaloersheid die zijn ondergang tegemoet gaat. Iestyn Davies was de jonge held David, edel en vol autoriteit en zong met zijn heerlijke countertenor-stem, zo soepel, vol en expressief. Zijn vriend Jonathan werd goed verdedigd door Allan Clayton. Stuart Jackson, die vier verschillende personages mocht vertolken, deed dit met geestdrift en komisch talent. De dochters van Saul waren mooi gecontrasteerd : Anna Devin gaf de impulsieve, liefhebbende Michal een frisse sopraan terwijl Karina Gauvin haar ruime stem en koninklijke allure aan de venijnige  Merab leende. John Graham-Hall deed dienst als de heks van Endor.

Laurence Cummings en het Orchestra of the Age of Enlightenment zorgden voor een gespierde en geestdriftig stemmende uitvoering. Heerlijk!


  • WAT: Opera Festival Glyndebourne
  • WIE: London Philharmonic Orchestra o.l.v. Robin Ticciati en het Orchestra of the Age of Enlightenment o.l.v. Laurence Cummings (Saul) en Jonathan Cohen (Giulio Cesare)
  • WAAR & WANNEER: Glyndebourne;  20, 21, 22 juli
  • FOTO’S: © Richard Hubert Smith