Opera Vlaanderen eindigt het seizoen met De Speler van Sergej Prokofjev. Het is een voltreffer van formaat. De regie zoomt zowel in op de vaak bizarre verhoudingen van de Russische aristocratie als op de destructieve waanzin van het gokken. Muzikaal is de bezetting en de orkestrale uitvoering superlatief. 

Van de enkele opera’s die Sergej Prokofjev schreef, wordt alleen De liefde voor de drie sinaasappelen geregeld gespeeld. Zijn andere opera’s, onder meer De Speler, De Vuurengel, Oorlog en Vrede, komen op een operaprogramma zelden voor.

Prokofjev componeerde De Speler in 1914 en voltooide de orkestratie in 1917. Door de revolutie kwam het niet tot een opvoering en de opera werd pas in 1929 na een grondige herziening in de Muntschouwburg in Brussel gecreëerd.

Het verhaal speelt in een fictief “Roulettenburg”. Polina en Aleksej hebben een liefdesrelatie die overschaduwd wordt door de speelzucht van Aleksej. Aleksej heeft al het geld verspeeld dat Polina van haar stiefvader, de Generaal, geërfd heeft. De andere (vele) personages hebben ingewikkelde relaties met elkaar (de Generaal is verliefd op Blanche die ook rekent op de steun van Baron Wurmerhelm, de Markies leent de Generaal geld tegen woekerprijzen, Mr. Astley is een afstandelijke rijke Engelsman). Er wordt vooral uitgekeken naar de komst van de rijke grootmoeder uit Moskou, die voor de Generaal en zijn stiefdochter de redding moet brengen. Babuschka komt inderdaad, maar hautain en zonder enige rekening te houden met de netelige toestand waarin haar familie zich bevindt, verspeelt ze zelf al haar geld. Ze nodigt Polina uit met haar naar Moskou te vertrekken, maar die wil eerst haar zaken regelen in Roulettenburg. Op beledigende wijze scheldt de Markies schriftelijk Polina haar schulden kwijt, maar Aleksej wil haar uit die schandelijke toestand redden en besluit het geld voor haar bij elkaar te spelen. Keer op keer wint Aleksej op de roulette en buitenzinnig schenkt hij haar de enorme som die Polina de Markies schuldig is. Maar zij gooit hem het geld terug in het gezicht en laat hem vertwijfeld achter. De speelzaal is nu voor hem de enige uitweg.

Fascinerend schouwspel

Regisseuse Karin Henkel wordt door Opera Vlaanderen voorgesteld als een Dostojevski-experte. Ze regisseerde al theater, maar maakt met deze regie haar debuut in de opera en haar kennis van de Dostojevski-wereld komt haar daarbij duidelijk goed van pas. De reële gebeurtenissen worden in een bevreemdende context geplaatst en de emoties, die hoe dan ook al extreem zijn in de opera, worden nog eens op groteske of ironische manier uitvergroot. Het fantastische in haar regie is dan wel dat het overdrevene niet gezocht of ergerlijk overkomt, maar integendeel de toeschouwer in een irreële wereld dompelt waarin hij al die bizarre dingen aanvaardt en er zelfs door aangegrepen wordt.

Haar procedé is tweevoudig: ze gebruikt verschillende tijdslagen. De opera begint met een korte scène waarin Aleksej Ivanovitsj terugkijkt op wat er zich vroeger in Roulettenburg heeft afgespeeld, waardoor de opera als het ware één lange flash back wordt. Die tijdslagen geeft ze drie niveau’s in het decor. Er is een scène voor de droom, het verleden en het heden. De decors zijn volledig parallel: een hotelkamer met bed, nachtkast, fauteuil en een grote staanlamp met rode lampenkappen. Haar tweede pijler is de ontdubbeling van de hoofdfiguur. Een Aleksej die verliefd is, vecht voor zijn Polina en zich in de gokzaal verliest, en een Aleksej die geïnspireerd is op de biografie van Dostojevski en lijdt aan epileptische aanvallen (uitstekende prestatie van danser Miguel do Vale). De verschillende lagen die Karin Henkel in haar regie legt, zijn ongelooflijk schrander en ingenieus uitgewerkt en zodanig met elkaar verweven dat alles één groot hallucinant schouwspel wordt dat van begin tot einde fascineert. Niettegenstaande de verschillende lagen in haar regie zijn alle personages – en dat zijn er nogal wat – helder en klaar gekarakteriseerd. Een wonderlijke prestatie.

Uitstekende cast

Bovendien is de rolverdeling met uitstekende zangers bezet. Ze krijgen nauwelijks aria’s te zingen, maar moeten zich bewijzen in het soort dialogische Sprechgesang van Prokofjev, met een aartsmoeilijk ritme gebaseerd op het Russische klankidioom. Ladislav Elgr zingt met nu eens felle dan weer smachtend lyrische tenor met veel kleur en nuance zijn aartsmoeilijke partij van Aleksej. Anna Nechaeva is als Polina een stralende sopraan, helder en vastberaden. Renée Morloc geniet duidelijk van haar groteske partij van Baboelenka. Eric Halfvarson overtuigt – soms al even grotesk – als generaal. Maar ook alle andere partijen tot de croupiers en bezoekers van het casino zijn scherp getypeerd en in hun soms stereotiepe (en herhaalde) bewegingen steeds een bijdrage tot de ironische geest van het geheel. Het orkest speelt gedreven onder leiding van Dmitri Jurowski die hier nog eens laat horen dat hij het Russische repertoire perfect in de vingers heeft. Rien ne va plus mag dan al de seizoenslogan zijn van Opera Vlaanderen, deze laatste voorstelling is alvast pure winst!


  • WAT: Sergej Prokofjev (1891-1953) | De Speler
  • REGIE: Karin Henkel
  • STEMMEN: Ladislav Elgr en Miguel do Vale, Anna Nechaeva, Renée Morloc, Eric Halfvarson, Kai Rüütel e.a.
  • ORKEST: Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen o.l.v. Dmitri Jurowski
  • WAAR: Opera Vlaanderen, Gent
  • WANNEER: woensdag 13 juni (première)
  • CREDIT FOTO: © Annemie Augustijns