Sopraan Laurie Janssens vroeg me nadrukkelijk om te komen. Zo ook BE Culture, het bijzonder degelijke Brusselse cultuurgericht persagentschap en zo ook de organisatoren van de Mozartiade in Brussel. Kan je dan nog neen zeggen en dat met bovendien Cosi fan tutte op het programma en nog andere Mozartiaanse verleidingen? Dat kan niet en dus ding ik maar al te graag op die uitnodigingen in en ik heb er geen spijt van !

Ladies first en  zeker zij die uitnodigen: Laurie Janssens hoorde ik onder meer schitteren in een vertolking van een pracht van een liederencyclus, in wereldpremière nog wel, van de jonge componist Matthias Coppens. Vlaanderen zendt zijn zonen uit, zo luidt een gezegde en het is zo, Matthias vertrekt naar Los Angeles (VSA) om er filmmuziekcompositie bij te schaven. Iemand die zo goed is als hij, gaan de Amerikanen koste wat het kost willen houden.

Dat concert met die liederen en ook nog een compositie voor piano en viool als geschenk voor het eerste kindje van het artiestenkoppel Jolente De Mayer en Nikolaas Kende die het werk ook uitvoerden – wat een bijna angstwekkend iets dat de eerste indrukken weergeeft van wat een baby’tje doorstaat bij de geboorte – was van een absoluut topniveau.

Ik schrijf zeer bewust wereldklasse. Coppens schrijft met een sterke emotie die hij in alle vormen en tonaal best volgbaar en begrijpelijk toonzet. Dat is nu eens een staaltje hoe hedendaagse kunst kan en mag zijn. Eigenlijk doet Coppens misschien wel wat Mozart deed: muzikaal uitdrukking geven aan al de emoties, gevoelens, invloeden en wat nog waar een mens ononderbroken onderhevig aan is. Het is maar weinigen gegeven dit zo te doen en wie dat kan, heeft iets van genie en als dat zo is, dan vinden Matthias Coppens en Mozart elkaar opnieuw. En net als Mozart wist Coppens de ideale zangeres te strikken om zijn werk, in dit geval die wondermooie liedcyclus in wereldpremière te brengen.

Van Coppens naar Mozart en de bugel

Ik zou het dus over Cosi fan tutte hebben, maar u neemt het mij allicht niet kwalijk dat ik even via een noodzakelijke omweg nam via Matthias Coppens en Laurie Janssens.

Voor het derde jaar op rij stonden in de ‘Salle des Martyres’ aan het Martelarenplein in Brussel de eerste dagen van juni de deuren open voor de Mozartiade, een jonge traditie die hopelijk nog vele jaren mag blijven bestaan. De organisatie grijpt hoog en heeft de ambitie elk jaar een van Mozarts opera’s op het programma te zetten en in die kleine zaaltje uit te voeren. De eerste keer waren we er niet bij, vorig jaar wel en de Don Giovanni was zo goed, de beste die ik ooit live meemaakte, dat alleen al om die reden ik me verplicht voelde om opnieuw van de partij te zijn. Daar kwamen dan nog die vriendelijke uitnodigingen bij en ja, dan zeg je dus ja.

Klein zaaltje met heel klein podium en geen orkestbak? Voer daar nu maar eens een opera op die grote zalen gewend is. Don Giovanni? Dat lukte perfect en nu was het nog beter door kleine ingrepen die de luisterkwaliteit nog verbeterden. Hoe doet men het zonder orkestbak op zo’n podium? Regisseur Eric Gobin is bijzonder creatief in zijn aanpak. Hij maakt het podium nog kleiner en van het rechthoekige podium maakt hij een driehoek die hij met grote witte gordijnen afbakent. Zo creëert hij al ruimtelijk zicht dat het oog bedriegt maar dit ‘bedrog’ nemen we er graag bij. Het orkest – in deze het Orchestre Royal de Chambre de Wallonie – zit links van het podium achter het gordijn waar een opening in is, afgedekt met een zwart gaas zodat je het orkest niet echt ziet, maar wel zeer goed hoort. De podiumactie is beperkter, de rekwisieten zijn tot het strikste minimum gehouden. Het leven zit daar waar het moet zijn: bij de tijdloze kostumering en het acteertalent van de zangers. Cosi fan tutte is wat dat betreft erg dankbaar. Het is een van de plezantste opera’s, zeker voor jongere zangers, om te brengen. Muzikaal uitdagend, speels en jeugdig en vol humor.

En die bugel dan?

Het orkest werd, gezien de beperkte plaats, verkleind. Minder strijkers en minder blazers. Zo ontbrak er een hoorn en met wat transcriptiewerk van de dirigent, werd de trompettist ingezet om ook de bugel, als vervanger voor de hoorn, te spelen. Wie zou dat gehoord hebben? Welja, ik dus en daarom vroeg in na afloop wat dat nu toch was met die rare hoorn? Zeg nu zelf, bij Mozart ga je toch niet aan een bugel denken, maar het was hier de ideale vondst en wie, buiten geoefende luisteroren van een recensent, zal het nog gehoord hebben? Knap dus zo’n ingreep! Ook dit: door de ongewone opstelling van het orkest, kwamen heel wat orkestrale kleinoden en kleuren duidelijk meer tot hun recht. Het gaf een extra muzikale rijkdom aan deze opera die we denken o zo goed te kennen. Je beseft dat je verkeerd dacht.

De orkestaanpak en die van het podium was niet het enige wat tot de verbeelding sprak en sterk overkwam. Er was de algemene regie en de belichting – Nicola Pavoni – die een belangrijke rol speelde in de sfeerschepping. De ongewone poses van de Turkse verleiders, ingestudeerd door Françoise Ponthier, het vloeiend Italiaans met de hulp van coach Sabrina Avantario, de fijnzinnige kostuums, hedendaags en wat van ‘die tijd’ met zin voor kleurencombinaties (de twee koppels droegen passende kleuren) van Gaël Bros Vandyck zorgden samen met een schare opmerkelijk goede zangers voor een zeer geslaagde Cosi fan tutte die naast heel wat uitvoeringen in de beroemdste zalen mag staan.

Een aantal zangers kennen we zoals de reeds vermelde Laurie Janssens die niet eens moest zingen om het publiek te doen genieten in haar op het lijf geschreven rol van de deugnietachtige meid Despina. Pierre Derhet hoorden we al in Don Giovanni en was nu een goede Ferrando, soms wel te luid drukkend op zijn stem om de zaal te vullen wat onnodig is wat je hoort in de fijnere passages waar hij zeer fraai kleurt. Dorabella, die na veel twijfels ook zwicht, lag Pauline Claes heel vlot. Mooi, alles dat ze zong was mooi, Mozart van a tot z.

Zo mogelijk hoorden we nog meer, nog overtuigender Mozart door Laura Telly Cambier als Fioriligi. Een grote zangeres, al zeker voor Mozartrollen, voor de podia waar dan ook en hetzelfde mag gezegd worden, in mannelijke vorm weliswaar, van de bariton Drew Santini die een warme stem heeft met een soms pakkende gevoeligheid. Ik zou in niets iets kunnen noch willen verbeteren aan zijn interpretatie als Guglielmo. En wie niets anders deed dan zingend genieten, dat was Don Alfonso door Shadi Torbey. Je werd gewoon blij gezind van hem bezig te zien. Dit alles werd nog extra bijgekleurd door het koor, dat, hoe beperkt de rol er ook van moge zijn, uitmuntendheid zou behalen op een wedstrijd met deze prestatie.

Dirigent David Miller mag trots zijn op hoe de musici zijn visie op Mozarts Cosi fan tutte volgden. Een dikke bravo voor iedereen en ja, volgend jaar zijn we ook in de zaal te vinden en mag je op onze recensie rekenen. Jong talent dat zo presteert, verdient onze morele steun !


  • WAT: Cosi fan tutte, opera van Wolfgang Amadeus Mozart, libretto van Lorenzo Da Ponte
  • ORGANISATIE: Mozartiade Brussel
  • WAAR & WANNEER: Salle des Martyres, Martelarenplein Brussel, 1 t/m 8 juni 2018
  • FOTO’S: Mozartiade