Het was de gebeurtenis waar met ongeduld, nieuwsgierigheid en een zekere ongerustheid naar uitgekeken werd: het debuut van tenor Jonas Kaufmann in de rol van Otello in de opera van Verdi. Na maanden van afwezigheid, annuleringen en vocale problemen  stond  hij  inderdaad op het toneel van het Royal Opera House Covent Garden om voor uitverkochte zalen voor het eerst dat bijna mythische personage te vertolken, geschapen door Shakespeare en Verdi (met de hulp van Boito).

Laten we onmiddellijk zeggen dat het debuut geslaagd was, tenminste wat het vocale aandeel betreft. Met zijn ruime, soepele en (blijkbaar opnieuw) gezonde tenorstem met het  vrij donkere timbre maar triomfantelijke edelmetalen topnoten, zijn mooie frazering, zijn genuanceerde stijl en zijn voortreffelijke tekstprojectie heeft Jonas Kaufmann zeker alle troeven in de hand om een grote Otello te worden. Te worden, inderdaad want … hij heeft de rol zich nog niet echt volledig eigen gemaakt. Dat is tenminste de indruk die hij gaf in de nieuwe Otello-productie die Covent Garden presenteerde in een enscenering van Keith Warner (decors Boris Kudlicka, kostuums Kaspar Glarner, licht Bruno Poet) die de veel gespeelde  versie van Elijah Moshinsky uit 1987 vervangt. Is het de schuld van de regisseur dat de Otello van Jonas Kaufmann  eerder een smachtende romantische minnaar lijkt en présence, kracht en vuur mist. Is hij die grote krijger, die fiere, ongetemde man die verscheurd wordt door jaloezie en zijn wereld ziet instorten?

Soms had ik de indruk dat Keith Warner meer belang hechtte aan de wisselende bewegingen van het decor dan aan de interactie van de personages. De donkere muren openen zich om het binnenvarend schip van Otello te tonen en omsluiten later het koor dat voornamelijk als massa wordt getoond om dan weer later  opgesplitst te worden in de verschillende ruimtes van het paleis. De Venetiaanse delegatie, helemaal in het wit gekleed en voorafgegaan door een groot beeld van de Venetiaanse  leeuw , doet eerder belachelijk aan. Helder wit is  ook de kleur van de slaapkamer van Desdemona waar Jago zijn vrouw Emilia de keel oversnijdt en Otello hevig bloedend neervalt.

In deze context  is het niet verwonderlijk dat de Jago van Marco Vratogna de opvoering domineert zelfs als men zich kan afvragen of zijn vertolking van de figuur, eerder een louche kerel, kan overeenstemmen met de onesto Jago die Otello in hem ziet. Zijn bariton laat meer  kracht dan adel horen maar hij kan , gelukkig, ook nuanceren. Jammer genoeg heeft hij ook dikwijls last met de toonzuiverheid. Maria Agresta geeft Desdemona mooie vrouwelijkheid, tederheid en karakter en zingt met een soepele stem met een warm timbre. Toch slaagt ze er niet in echt te ontroeren. Frédéric Antoun is een uitstekende Cassio,  Kai Rüütel een toegewijde Emilia en In Sung Sim een sonore Lodovico. Goede beurten ook van Thomas Atkins (Roderigo) en Simon Shibambu (Montano). De koren van de Royal Opera  zongen krachtig met volle klank en het orkest volgde zijn chef met elan en een mooie sonoriteit. Antonio Pappano liet  de storm in alle geweld openbarsten en nagelde je vast in je stoel om met vrij vlugge tempi verder te gaan en de opvoering  veel onstuimigheid te geven. Maar hij had ook aandacht voor de details, wist te nuanceren en bouwde in het derde bedrijf een indrukwekkend gestructureerde finale op. Een groot moment!


  • WAT: Otello
  • WIE:  Jonas Kaufmann, Maria Agresta, Thomas Atkins, Simon Shibambu, Kai Rüütel, Frédéric Antoun, Antonio Pappano
  • WAAR: Londen, Royal Opera House Covent Garden
  • WANNEER: 21 juni tot 15 juli 2017
  • Foto’s: ©Catherine  Ashton – Mark Ronan