Heinrich Marschner (1795-1861) is een Duits componist die een prominente plaats inneemt in de geschiedenis van de romantische opera en een belangrijke link vormt tussen Weber en Wagner. Hij had een opmerkelijk  dramatisch instinct, beheerste prima harmonie en orkestratie en was erg geschikt om de bovennatuurlijke elementen in de romantiek muzikale vorm te geven.

Hans Heiling gecreëerd op 24 mei 1833 in de Hofoper van Berlijn (gedirigeerd door de componist en met Philipp Eduard Devrient, de librettist, maar ook een van de meest opmerkelijke theaterpersoonlijkheden van de tijd in de titelrol) wordt over het algemeen als zijn meesterwerk beschouwd. Het is het demonische en romantische verhaal van Hans Heiling, de zoon van de koningin van de geesten en een sterveling, die tussen die twee werelden verscheurd wordt. Hij houdt van een jonge vrouw, Anna en doet afstand van zijn bovennatuurlijke krachten om haar het hof te maken. Maar Anna voelt zich uiteindelijk niet zo goed in die relatie en verkiest  haar ja-woord aan Konrad te geven. De wanhopige Heiling wil zich wreken maar op het laatste ogenblik kan zijn moeder haar gekwetste zoon overtuigen om naar het rijk van de geesten terug te keren zodat opnieuw  rust en vrede kunnen heersen.

Voor zijn enscenering van deze opera in Essen, in het Ruhr-gebied, waar op het einde van dit jaar de laatste kolenmijn zal gesloten worden,  heeft de regisseur Andreas Baesler ervoor gekozen een parallel  te trekken tussen de onderaardse wereld van geesten en gnomen en die van de mijnwerkers, beheerst door de almachtige koningin, hier Bertha Krupp. Hans Heiling, de zoon die zich wil verzetten, is geïnspireerd op de figuur van Alfried Krupp, zoon van Bertha en Gustav von Bohlen und Halbach en de erfgenaam van de firma Krupp.  Het decor van de eerste tonelen van de opera toont dan ook het interieur van de beroemde Villa Hügel van de familie Krupp met op de achtergrond een mijngang met kompels (voor de gelegenheid in echte mijnwerkerspakken gekleed). Gedurende de ouverture wordt een film geprojecteerd die het ontstaan en de evolutie van de kolenwinning  evoceert en van de Ruhr waar de mijnbouw in 1830 begon. Voor het overige vertelt de enscenering het verhaal  van het libretto , weliswaar in deze geactualiseerde versie, en veroorlooft zich nog een paar extra lokale toetsen zoals het inschakelen van het optreden van een echt mijnwerkersorkest in gala-uniform .Maar waar het originele slot van de opera van algemene verzoening spreekt, laat Andreas Bauer Hans Heiling het hele industriële complex (waar het huwelijk van Anna en Konrad gevierd wordt) vernietigen in een spectaculair gefilmde explosie. Voor het overige is zijn enscenering vrij eenvoudig en rechtlijnig in eerder povere decors en weinig flatterende kostuums.

Onder de leiding van Frank Beerman zorgde de Essener Philharmoniker voor een boeiende  uitvoering van Marschners rijk  georkestreerde partituur, schitterde in de eerder onverwachte ouverture, liet virtuoze instrumentisten horen en ondersteunde en begeleidde de zangers  voortreffelijk. Heiko Trinsinger was een indrukwekkende, gekwelde Heiling, menselijk en ontroerend en zong met een ronde, warme,  krachtige bariton. Anna had een overtuigende vertolkster in Jessica Muirhead met ruime en expressieve sopraan. Rebecca Teem gaf allure aan de Koningin van de geesten vooral in haar grote toespraak  (Wagner is niet veraf!) weliswaar met een niet altijd even homogene, dramatische stem. Bettina Rauch (Gertrude, de moeder van Anna) en Jeffrey Dowd (Konrad, haar verloofde) waren beide niet in staat om te zingen en hebben dus hun rollen alleen gespeeld terwijl Almuth Herbst en Steven Ebel met wisselend succes  de vocale partijen voor hun rekening namen.  Het koor dat actief bij de handeling betrokken was, maakte een goede beurt. Een kennismaking is deze zelden opgevoerde  “Hans Heiling” zeker waard en dat kan nog in Essen tot 22 juni!


  • WAT: Hans Heiling
  • WIE: Heinrich Marschner
  • WAAR: Essen Aalto-Musiktheater (DE)
  • WANNEER: maart 2018
  • Foto:  © Beu Thilo