Dat de vader-dochterrelatie een hoofdthema is in de opera’s van Verdi, is een open deur intrappen. Regisseur Damiano Michieletto geeft er in zijn regie van Rigoletto in De Nationale Opera in Amsterdam een heel scherpe en diep-tragische visie op. Orkest en zangers ondersteunen de intense dramatiek.

Wat maakt een vader mee als zijn overbeschermde en gekoesterde tienerdochter bedrieglijk verleid, misbruikt en lafhartig vermoord wordt? Immens verdriet, diepe wanhoop en uiteindelijk vervalt hij mogelijk in waanzin. Dat is wat Michieletto interesseert in Verdi’s opera. Hij toont de lijdensweg van Rigoletto die als vader geconfronteerd is met de dood van zijn dochter en waanzinnig in een gesloten instelling terecht gekomen is. De opera begint met een flashback: Rigoletto wordt in een kille, cleane zaal van een gekkenhuis in bedwang gehouden. De zwarte afvalzak waarin later het lijk van Gilda zal zitten, en zijn fantasiebeeld van Gilda – bij wijze van een (technisch zeer mooie) pop – zijn op de scène te zien. Samen met de uiterst dramatische muziek van de ouverture voorspelt dit beginbeeld al waar de opera naartoe gaat. Een voorstelling die het talent voor tragiek illustreert van de regisseur die in juni 2015 een Elisir d’Amore vol gags regisseerde voor de Munt in het Koninklijk Circus.

Het scènebeeld van het gekkenhuis doet op het eerste gezicht vreemd aan. Je verwacht een paleiszaal waar de hovelingen zich amuseren, terwijl ze de spot drijven met de nar en de hertog uitkijkt naar nieuwe veroveringen van liefjes. Michieletto bouwt de opera evenwel heel bedachtzaam en met veel verbeelding op, zodanig dat elke scène verrassend sterk werkt, hoewel je oordeelt dat ze traditioneel vreemd is aan het decor waarin het verhaal speelt. De vele details die Michieletto in zijn beeldtaal toepast, zijn onmogelijk allemaal aan te halen. Deze regie van Rigoletto is ver(be)vreemdend, maar in zijn vreemdheid allesbehalve een verraad aan de opera van Verdi. Het doet soms raar dat je de locaties niet “herkent” – er is geen paleiszaal met uitgedoste hovelingen, geen “huis” waar Gilda ontvoerd wordt, geen taverne bij Maddalena en Sparafucile. Maar de suggestie van de locaties krijgt telkens een inhoudelijke waarde. Michieletto maakt op een zeer betekenisvolle manier gebruik van video. Het huisje waar Rigoletto met zijn dochter woont, wordt via videoprojectie op de kale muur van het asiel getoond. Het jonge naïeve meisje met vlechtjes mag/kan haar kamertje niet verlaten en bonkt driftig op de tralies voor het raam. Het bezoek van de Hertog in de tweede scène van het eerste bedrijf “ontpopt” haar als tiener die de liefde wil ontdekken en haar bh uitgooit (opgeraapt door de behoedzame chaperonne Giovanna).

Door merg en been

Een opera die eindigt op het uitkomen van de vervloeking die in het eerste bedrijf is uitgesproken, geeft bijna aanleiding tot het toepassen van een flashback. Michieletto geeft die vervloeking trouwens een extra accent: Monterone wordt gekostumeerd met een bochel en een horrelvoet, exact zoals Rigoletto heeft. We weten wat Rigoletto te wachten staat. Als vaders zijn ze elkaars gelijke, al zingt Rigoletto de aria “Pari siamo” – “we zijn gelijk” –  tegenover Sparafucile. Zijn vinnige taal staat gelijk met de snelle dolk van de huurmoordenaar.

De aria “Cortiggiani, vil razza dannata” in het tweede bedrijf is de centrale scène waarin Rigoletto zijn masker tegenover de hovelingen aflegt en hen onthult dat hij vader is. In het paleis van de decadente hovelingen vindt hij zijn dochter terug. We zien een gebroken man, zonder greintje spotdrift of cynisme: een vader die krampachtig wenend de onbezorgde kindertijd van zijn dochter ziet wegdeemsteren. De videoprojectie toont kindertekeningen met lieflijke beertjes en fladderende vogeltjes, puur en onschuldig. Tijdens het ijzingwekkend zingen van Rigoletto wordt alles beetje bij beetje met zwart doorstreept. De kindertijd wordt overtekend door het zwart van pijn en gekwetstheid. Een onvergetelijke en door merg en been snijdende scène.

In het bedrijf in de taverne bij Maddalena en Sparafucile is Gilda de hele tijd aanwezig en komt ze dus niet pas om middernacht opdagen – het afgesproken tijdstip voor de moord. Ook dit krijgt zin binnen de context van de regie van de flashback. Ze ziet met eigen ogen (en die van de pop!) dat ze bedrogen wordt en weet dat de dood haar lot is. Aangezien ze zich sowieso bewust als slachtoffer aanbiedt om haar minnaar te redden, maakt het haar slachtofferrol nog sterker. Tegelijk is Rigoletto een graf aan het delven.

De dood van Gilda wordt uiteindelijk tegelijk haar verlossing. Ook hier keert Michieletto met een prachtige video terug naar haar kindertijd. Het kleine naïeve meisje springt vanuit het – nu tralieloze – vensterraam van haar kamertje de velden in en loopt de vrijheid tegemoet: het paradijs waar haar moeder lang geleden naar verdwenen is. Een slotbeeld dat tot tranen toe ontroert.

Er zit geen kleur in de voorstelling – alles is zwart en wit. Enkel Gilda heeft een zonnig gekleurde jurk, net als de pop die haar ontdubbelt. Als een waanzinnige heeft Rigoletto voortdurend het beeld van zijn dochter bij zich. Ze behoort tot het intieme leven van de geesteszieke vader. De pop zit in zijn hoofd en is als een stille aanwezige overal getuige van. De prachtige pop wordt trouwens heel knap bediend door twee handige poppenspelers en ze vertoont een perfecte gelijkenis met Lisette Oropesa, die Gilda zingt.

Hartstochtelijk en vol liefde

Lisette Oropesa is een Cubaans-Amerikaanse sopraan met een loepzuivere, frisse stem die meteen de zaal verovert met haar bekendste aria “Caro nome”. Ook in haar scène met Rigoletto in het tweede bedrijf zingt ze sprankelend mooi en haar slot getuigt van uiterst fijne fragiliteit. De Hertog (Saimir Pirgu) heeft me minder overtuigd. Pirgu heeft een zekere kracht in de stem, en hij zingt met volle overgave, maar er zit een bitter toontje in zijn klank dat me niet zo bevalt. Ook als acteur kwam hij minder geëngageerd over. Luca Salsi heeft een heldere baritonstem die hij veel emotionele wendingen geeft, van woede en razernij naar verdriet en smart. Hij vertolkt een Rigoletto die een citaat van Verdi aan de directeur van het Teatro La Fenice eer aan doet: “Ik vind het prachtig, dit personage dat uiterlijk mismaakt en lachwekkend is, innerlijk voor te stellen als hartstochtelijk en vol liefde.” Carlo Rizzi bevestigt zijn reputatie als meester van het Italiaanse repertoire en haalt prachtige klanken uit het Nederlands Philharmonisch Orkest. Het stuwt de emotionele kracht van Verdi’s partituur naar de zangers en het publiek toe, met sublieme passages van de (diepe) houtblazers, hobo, klarinet en fagot. Een heerlijke en innerlijke theatermuzikale ervaring.


  • WAT: Giuseppe Verdi (1813-1901) – Rigoletto
  • REGIE: Damiano Michieletto
  • STEMMEN: Saimir Pirgu, Luca Salsi, Lisette Oropesa, Rafal Siwek, Annalisa Stroppa
  • MUZIEK: Nederlands Philharmonisch Orkest, Koor van de Nationale Opera o.l.v. Carlo Rizzi
  • WAAR: De Nationale Opera, Amsterdam
  • WANNEER: zondag 28 mei 2017
  • CREDIT FOTO’S: Clärchen & Matthias Baus