Het Opera Forward Festival van De Nationale Opera in Amsterdam opende dit jaar met Das Floss der Medusa van Hans Werner Henze. Romeo Castellucci maakte van dit oratorium een filmische opera-uitvoering die visueel verbluffend is en het historische gegeven van het drenkelingenschip subtiel en nergens schokkend met de actuele vluchtelingenproblematiek associeert.

Het verhaal van het schip dat in 1816 voor de Franse regering naar Senegal vaart om het gebied op Engeland te veroveren, lijdt averij. Enkel de rijken die aan boord zijn, worden gered. De anderen (matrozen, soldaten) proberen op een vlot te overleven en komen om op zee. Voor Hans Werner Henze staat dit historisch feit symbool voor het onrecht in de maatschappij waardoor de zwakkeren slachtoffer zijn van de rijken en heersers. Het beroemde schilderij van Théodore Géricault in het Louvre geeft op een uiterst dramatische manier de tragiek weer van de mensen die op zee vergaan.

Hans Werner Henze componeerde zijn oratorium in 1968. In die periode had Henze een intens politiek engagement en nam hij deel aan verzetsacties. Het stuk had voor hem duidelijk een revolutionaire bedoeling en het was gericht tegen het establishment en onderdrukking. Toen de marxistische guerrillaleider Che Guevara in 1967 in Bolivia vermoord werd, droeg hij het werk dan ook aan hem op. Voor de tekst baseerden Henze en zijn librettist Ernst Schnabel zich op dagboekfragmenten van een van de overlevenden van de ramp van 1816, de chirurg Henri Savigny. Schnabel voegt citaten toe uit Dante’s Divina Commedia, teksten van de Franse filosoof Blaise Pascal en verwijzingen naar het schilderij van Géricault. Henze: Schnabel en ik hebben het werk als een allegorie beschouwd: de strijd om het naakte leven, waaruit later een strijdbare geest zal voortkomen en de vastberadenheid om die onverdraaglijke verhoudingen te veranderen.

De zwarte man en de zee

Romeo Castellucci presenteert het oratorium “dat allerlei theatereigenschappen en opera-elementen bevat” (Ingo Metzmacher) als een film, waarin het poëtische het duidelijk wint op het pamflettaire. Hij geeft ontegensprekelijk een boodschap mee over onrecht tegenover wie dagen op zee zwalpt, maar hij provoceert nergens. Zelfs de New York Times heeft maar een half oor voor de berichtgeving over mensen in miserie: halve letters komen op het scènedoek. Maar de hedendaagse boodschap wordt zeer subtiel aangebracht en zit verborgen in de verschillende lagen van de voorstelling. De toeschouwer bepaalt zelf in hoever hij erin meegaat, vult in hoever hij zich betrokken voelt. Castellucci stelt hierover in het programmaboek: “Tegenwoordig spelen de sociale klassen uit Henzes tijd niet meer zo’n belangrijke rol, maar wel komt er de ‘klasse van de toeschouwer’ naar voren, een toeschouwer van 24 uur per dag. Een toeschouwer die gewend is geraakt aan het leed van de anderen.”

Als het publiek de zaal binnenkomt, zit Dale Duesing (verteller en Charon) voor het witte zeil en werkt aan een zeiltouw. Alles is rustig. Als de muziek begint, gaat het doek (zeil) langzaam op en van dan af speelt de hele opera zich als een film af. Hij neemt ons mee naar een Senegalees dorp, waar we kennis maken met Mamadou Ndiaye. De man speelt eigenlijk een zwijgende hoofdrol in het stuk. Hij is degene die met de rode vlag zwaait en die we dan de hele tijd op zee zien zwalpen, soms heel ver, soms in close up. De zee is als een vloeibare woestijn: er is geen enkel houvast. Hij is steeds aanwezig en uiteraard is hij een referentie aan de wanhopige vluchtelingen die de Middellandse Zee op gammele bootjes proberen over te steken.

Verdiend oorverdovend

De drie personages van de opera worden in verschillende dimensies op het filmdoek geprojecteerd of komen op de voorscène. Bo Skovhus verpersoonlijkt Jean-Charles, een van de drenkelingen die zowat de leiding neemt over de miserabele wezens op het vlot. Hij is degene die het verhaal ondergaat en doorstaat. Met stevige baritonstem die ook zacht en bezwerend kan klinken, vertolkt hij de aartsmoeilijke partij. Hij komt ook – als personage vaak half verzonken in het beeld van de zee – kwetsbaar en aangrijpend over. Zijn vocale partij krijgt heel vaak de ondersteuning van de blazers van het Nederlands Philharmonisch Orkest, de houten in de ontroerende passages, de kopers waar het woester klinkt. Een fantastische prestatie. Hetzelfde kan ongetwijfeld gezegd worden van de spreekrol van Dale Duesing. Met het engagement hem eigen brengt hij als verteller de boodschap van onrechtvaardigheid over. Als Charon, de man die de doden naar het dodenrijk brengt, vindt hij het juiste evenwicht van betrokkenheid naar de toeschouwer en onverschilligheid tegenover zijn lugubere opdracht. Bovendien is zijn Duitse dictie feilloos. Eens te meer bewijst Duesing zich als een fijnzinnig en intelligent vertolker.

Lenneke Ruiten speelt de allegorische partij van La Mort, die hier ingevuld is als een reporter voor de krant. Ze heeft een camera en een microfoon voor opname en draagt een gele jekker voor het werk in de storm. Die invulling aan de Dood geven, is misschien wat vergezocht, maar het stoort ook niet en het past bij de halve letters van de New York Times. Zij reproduceert als het ware de feiten, zonder erop te reflecteren. In elk geval zingt ze met feilloze superhoge stem de aartsmoeilijke partij met vreselijke dissonante klanken. Heel speciaal is het optreden van het koor. Een reusachtig koor waarvoor het Koor van de Nationale Opera versterking krijgt van Capella Amsterdam en het Nieuw Amsterdams Kinder- en Jeugdkoor. De drie koren zijn afzonderlijk voorbereid door hun dirigenten (Daniel Reuss, Eline Welle) maar vormen één groot geheel in de voorstelling, geleid door Ching-Lien Wu. Het zit als het ware verzwolgen in de golven. Naargelang hun aandeel wordt de focus op bepaalde delen ervan gericht, zijn ze nu eens de doden, dan de levenden. Wonderlijk in beeld gebracht en wat zingt het indrukwekkend!

Ingo Metzmacher is de geknipte dirigent voor dit soort werk. Hij dirigeert dan ook strak en vlijmscherp de rijke maar zo verraderlijk moeilijke partituur van Henze, die hij als een scenische opera op de scène van de Nationale Opera wilde brengen. De atonale muziek spoort voelbaar met het gruwelijke verhaal dat Castellucci met zoveel poëzie in beeld zet, zodat alles verdraaglijk wordt en bij de indrukwekkende slotfuga met enorme intensiteit aangrijpt. Het is even naar adem happen, voor je aan applaudisseren toekomt. Maar het applaus mag verdiend oorverdovend zijn voor Henze’s Das Floss der Medusa.


  • WAT: Hans Werner Henze (1926-2012) | Das Floss der Medusa
  • REGIE: Romeo Castellucci
  • FILM: La Compagnie des Indes
  • MUZIEK: Nederlands Filharmonisch Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher, Koor van de Nationale Opera, Capella Amsterdam, Nieuw Amsterdams Kinder- en Jeugdkoor
  • STEMMEN: Lenneke Ruiten (La Mort, sopraan), Bo Skovhus (Jean-Charles, bariton), Dale Duesing (Charon/verteller, bariton, spreekstem)
  • WAAR: De Nationale Opera, Amsterdam i.k.v. het Opera Forward Festival 2018
  • WANNEER: zondag 18 maart 2018 – voorstellingen nog tot en met 26 maart
  • CREDITS FOTO’S: © Monika Rittershaus