Voor dit concert voegden zes koren hun troeven samen: Omnia Cantica uit Zaventem, Andante uit Perk, het Arenbergkoor uit Leuven, Laudate en het Academiekoor en Kinderkoor uit Heist-op-den-Berg. Ze versmolten tot één gigantisch koor van zo’n driehonderd stemmen. Allemaal koren met een gedegen reputatie. Initiatiefnemer was de Heistse concertvereniging Sinfonia v.z.w..

Het symfonisch orkest, Diamond Symphonic, onder leiding van André Walschaerts, tevens de oprichter, stond in voor de begeleiding. Een dirigent met vrachten ervaring. Zo was hij o.a. van 1995 tot 2005 de vaste dirigent van het Golden Symphonic Orchestra, een orkest dat ook door hem werd opgericht en tekende hij voor de begeleiding van Helmut Lotti. Met deze zanger dirigeerde hij op drie continenten: zowat in alle Europese landen, Zuid-Afrika, de USA en Canada.

Inzetten op ‘beleving’ is het streefdoel van de koorleiding. Participeren aan kunstzinnige en culturele activiteiten laat de koorleden toe nieuwe dingen te ontdekken en relevante indrukken op te doen. Wanneer de vijf koren samensmelten tot één geheel worden de koorleden uit hun comfortzone gehaald. Weg van de vertrouwde mensen die hen anders omringen, waar ze soms houvast aan hebben. Ze komen in een andere opstelling te staan en moeten vertrouwen op zichzelf. De zintuigen worden waakzamer en verscherpen de concentratie. Maandenlang werd er afzonderlijk, onder de respectievelijke dirigenten, intensief gerepeteerd. Stukje bij beetje werden de koren wegwijs gemaakt in het klankenlabyrint.

Componist

Carl Orff componeerde de Carmina Burana eerst voor kleine bezetting. Zijn inspiratie: vroegmiddeleeuwse liederenteksten en gedichten. Deze teksten geschreven door rondtrekkende studenten, de zogenaamde ‘Vaganten’, staan vol kritiek op de wereldlijke en kerkelijke overheid en bezingen met een aardse humor de geneugten van de natuur, de taverne, de liefde en de lust. Orff selecteerde uit het grote aanbod zorgvuldig drie thema’s: lente, drank en liefde, in totaal 25 liederen. Ze voedden zijn verbeelding en hielpen hem bij het scheppen. Enige tijd later maakte hij een tweede versie voor groot symfonisch orkest en koren waarin hij zijn compositietalent botvierde, inhoudelijk en vormelijk. Hij brak een lans voor de poëzie uit lang vervlogen tijden en smeedde ze tot ze deel uitmaakten van zijn universum. Hij ontdoet de tekst van zijn nostalgisch verleden en laat hem aansluiten op de muziek van de 20ste eeuw in een monumentaal werk. Het is ook de compositie waarmee hij definitief zijn eigen stijl vond. Orff is een meester in het evoceren van de lente. Hij weet de stuwende kracht, de geur en kleur van bloemen, in noten te vangen. Je wordt meegevoerd op de golven veranderende noten, het inlevingsvermogen van instrumentalisten en vocalisten.

Uitvoering

De organisatoren kozen voor een complementair voorprogramma met tijdgenoten van de vroegmiddeleeuwse Carmina Burana, waaronder Orlandus Lassus, Heinrich Isaac, Pierre Certon en anderen. De polyfonie kwam voornamelijk uit onze streken. Stuk voor stuk soevereine miniwerelden waarin transparante klankkleuren en contrasten centraal staan. Meerstemmige a-capella liederen, stilistisch zeer gevarieerd: van minneliederen tot frivole liederen en hoogstaande poëtische teksten. Het Vocaal Ensemble en Kinderkoor van de Heistse Academie o.l.v. Lydia Van den Berckt streven perfectie na. De zangers schuiven voor elk nieuw lied vlot en stijlvol op hun plaats. Het geheel is kwalitatief hoogstaand. Alleen misschien deze randopmerking: in een intimistische setting zouden deze liederen nog veel meer tot hun recht komen.

Na een korte pauze volgt de hoofdmoot van dit concert, de Carmina Burana. Wat dit werk zo impressionant maakt is de kracht van het aantal. Er werd de voorbije maanden hard gewerkt om de vaak moeilijk te zingen passages onder de knie te krijgen. Waar nog serieus aan gedokterd kan worden is de podiumprésence. Op een scène sta je in een andere wereld. Er hoort een zekere etiquette, discipline, respect voor de andere performers én het publiek. Niet zwaaien naar familie of bekenden tijdens de opstelling, niet praten terwijl het orkest speelt. Al die slordigheden halen het peil naar beneden. Dat jonge kinderen die een eerste keer op een podium staan wuiven naar papa en mama is vertederend. Bij volwassenen is dat not done. Ontoelaatbaar!

De Carmina Burana getuigt van de kracht van muziek. Het welbekende openingsmotief verklankt het noodlot dat in de jubelende finale wordt overwonnen. Van bij de eerste noten gaan je haren rechtop staan. Wat een kracht en energie. De subtiele klankalchemie van de lyrische stukken staan in sterk contrast met sommige halsbrekende Latijnse teksten. Er zijn ritmisch en qua articulatie complexe passages, zeker in het In taberna lied. De koren brengen het er virtuoos van af met een glasheldere dictie. Onder leiding van dirigent André Walschaerts wekken de alerte musici elke noot tot leven. Op alle fronten –dynamiek, tempi en articulatie- wisten ze heerlijk te variëren. De Carmina Burana heeft de intensiteit en epische grandeur van een symfonie en vergt qua nauwkeurig samenspel het uiterste van de uitvoerders. De dirigent stelt het orkest perfect af op het koor en geeft hen de ruimte om zich in de briljante passsages uit te leven met fortissimo’s van jewelste maar ook met ingetogen pianissimo’s. Ook de solisten leverden prachtig werk. De solo van tenor Kurt Jaecques getuigt van beheersing met een keur aan vocale technieken en de extreme tessituur in het lied ‘De gebraden zwaan’. Bariton Joris Derder laat zijn warm timbre samensmelten met het rijke kleurenpalet. Als losbandige, dronken abt zorgt hij voor de komische noot om zich even later vol smart weer te verliezen in een onbeantwoorde liefde. Sopraan Joke Cromheecke heeft een technisch perfecte stem waarin ze veel expressie weet te leggen.

Koren, orkest en solisten o.l.v. André Walschaerts zetten een verbluffend resultaat neer, het perfecte tegengif voor ons individualistische en hectische bestaan. Ze kregen dan ook een minutenlange welverdiende staande ovatie.