Als er één regisseur is die je vereenzelvigt met het fantasierijke en feeërieke in opera, dan is het wel Laurent Pelly. Ook in La Cenerentola van Gioacchino Rossini, de eindejaarsproductie van de Nationale Opera in Amsterdam geeft hij zijn uitbundige en tegelijk fijnzinnige verbeelding vrije teugel. Gepaard aan de super-ritmische muzikale prestatie van het orkest en het zang- en acteertalent van de vertolkers levert het een operabeleving op die blij en tevreden stemt.

Una volta c’era un re … Er was eens een koning. Met zo’n openingszin van Rossini’s La Cenerentola kan je enkel een sprookje verwachten. Maar Rossini deed wel iets meer met het originele sprookje van Charles Perrault. De venijnige stiefmoeder is hier de vader, baron Don Magnifico. Er is geen pompoen die een koets wordt. De fee is de “filosoof” Alidoro, die zich eerst aandient als arme bedelaar. Last but not least: het schoentje is een armband, waarvan het tweede exemplaar moet opgespoord worden! Typisch Rossini is uiteraard ook de wereld van verwarring en bedrog die hij oproept door de persoonsverwisseling van de Prins en zijn dienaar Dandini. Het vermengen van uitgesproken buffo-personages als Don Magnifico met meer sentimentele personages als de Prins en Cenerentola, verlenen de opera het karakter van tederheid en romantiek. Zo is La Cenerentola door de vermenging van het komische en het sentimentele een typisch stuk in het gemengde genre van de semi-seria-opera.

Komisch en ontroerend

Verrassend is de opbouw van Pelly’s scène: hij vertrekt van een lege scène waarop de sloof van de arme Cenerentola – stoffer en emmer in de hand – haar trieste cavatina Una volta c’era un re zingt. Cecilia Molinari doet dat vol weemoed en verlangen en karakteriseert meteen haar personage als een eenzaam en nederig meisje. Heel handig worden dan verschuifbare podia opgerold met kamers van het woonhuis: badkamer, slaapkamers van de stiefzussen, keukentafel en kast, wasruimte met wasmachines. Een bont allegaartje met staanlamp aan de sofa, porseleinen postuurtjes enzovoort. Heel realistisch en wegschuifbaar naargelang de inhoud van de scène. Nuttig vooral om de relatie duidelijk te stellen tussen Cenerentola en enerzijds haar stiefzussen en vader en de “magische” figuur van Alidoro en anderzijds de prins en zijn dienaar.

Pelly geeft met details in het decor aan dat het kasteel in verval is. Alles is pover en versleten en het behang hangt half van de muren. Maar dan zorgt Pelly voor een magische omtovering: op het moment dat Cenerentola en de Prins (op dat ogenblik nog in de gedaante van zijn dienaar Dandini) elkaar in de ogen kijken, laat hij plots een roze schijn over het toneel oplichten. Het is een heerlijk moment bij die prachtige aria Un soave non so che, waarvoor Rossini de schitterende inval had de aria in hetzelfde ritme te schrijven als de melancholische openingsmelodie van Cenerentola, zij het bij een snellere melodie. Laurent Pelly heeft van zijn kant de heerlijke inspiratie vanaf dan de scenerie die te maken heeft met het bal en de zoektocht van de Prins naar een verloofde te illustreren met doorschijnende roze decorelementen: betoverend en helemaal in de geest van de irreële magische wereld van Gioacchino Rossini. Koets voor Cenerentola, lusters in het paleis: het behoort tot een doorschijnende wereld die pure fantasie is en tafereel na tafereel naar een fantastisch slot leidt. Dat Cenerentola en de Prins toch ook ontsnappen aan de pure betovering toont ook hun kostuum. Zolang Dandini de pseudo-prins speelt, draagt hij een roze kostuum. Eens de prins niet meer in vermomming speelt, draagt hij een elegant grijze pak, conform de schitterende grijze jurk met tule van de betoverde Cenerentola als verloofde in spe. Pelly speelt met details en fijne verwijzingen die nu eens grappig en dan weer ontroerend zijn en voortdurend de ambiguïteit van het verhaal beklemtonen.

Ritme en verwarring

Pelly slaagt er ook uitstekend in het contrast tussen de personages van Rossini’s opera te tonen en te regisseren op het ritme van de muziek. De gevoelige en tot dienstbaarheid veroordeelde Cenerentola die een metamorfose doormaakt van “lelijke eendje” naar volwassen, knappe vrouw. De wijze Alidoro, speelt perfect zijn rol van aanvankelijk bedelaar, maar dan filosoof “met de gouden vleugels” (zijn naam) en de motor van Cenerentola’s gedaanteverwisseling. Rossini geeft hen ook aria’s die in melodie en ritme overeenstemmen met hun karakter. Het tedere van Cenerentola en het wonderlijke van Alidoro in zijn indrukwekkende aria La del ciel nel arcano profondo.

Daar tegenover staan de potsierlijke pseudo-aristocratische Don Magnifico en zijn twee verwaande dochters. Voor hen heeft Rossini muziek die bulkt van ironie, zoals in Don Magnifico’s aria over zijn droom met de gevleugelde ezel. Of de stokkende muziek als Don Magnifico en de stiefzussen ontdekken wie Cenerentola is, alsof hun mond openvalt van verbazing. De regie past zich telkens aan het ritme van de muziek aan, ook bij elk optreden van het koor, het gevolg van de Prins. Het ritmische regisseren komt uiteraard tot een culminatie in de typisch Rossiniaanse crescendi in de ensembles, zoals in het bruisende sextet van de “ontknoping” (Questo è un nodo avviluppato) waarin de dienaar Prins blijkt te zijn en de keukenmeid de dame van het bal. De personages vormen terwijl ze die extra geaccentueerde medeklinkers zingen letterlijk een warrige heen en weer wriemelende bundel.

Briljante belcanto

Het hele vermakelijke verhaal met zijn betovering en bedrog is tegelijk een muzikaal festijn met een orkest dat bruist van energie en spitsvondigheid onder leiding van de gedreven dirigent Daniele Rustoni, die steeds de juiste en vaak wisselende teneur van muziekstijl toepast. Het poëtische van Cenerentola en haar ontmoeting met de Prins klinkt weemoedig en romantisch als tegengewicht voor de ridicule nervositeit en ironie van de zussen en Don Magnifico. Vocaal genieten we van een topcast met als uitschieter de zeer mooie tenorstem van Lawrence Brownlee met zijn uitstekende beheersing van de licht klinkende kopstem. Nicola Alaimo bevestigt zijn reputatie van geboren en getogen buffo-bariton, Roberto Tagliavini verleent zijn warme en imposante stem aan de wijze filosoof Alidoro. In de voorstelling van 22 december zong Cecilia Molinari een ontroerende en ontwapenende Cenerentola met veel souplesse in de veeleisende coloraturen. Soms klinkt de stem een beetje hard, maar in haar beroemde slotaria Nacqui all’affanno e al pianto zette ze een heerlijk gevarieerde vocale apotheose neer. Muzikaal dus ook een prachtuitvoering, waar trouwens ook het talrijke jeugdige publiek in de zaal grenzeloos van genoten heeft!


  • WAT: Gioacchino Rossini (1792-1868) | La Cenerentola
  • REGIE: Laurent Pelly
  • STEMMEN: Cecilia Molinari, Lawrence Brownlee, Nicola Alaimo, Roberto Tagliavini, Alessandro Arduini, Julietta Aleksanyan, Polly Leech
  • ORKEST: Nederlands Kamerorkest en Koor van de Nationale Opera
  • WAAR: De Nationale Opera, Amsterdam
  • WANNEER: zondag 22 december 2019 (voorstellingen nog tot en met 28 december)
  • FOTO: © Matthias Baus