Overweldigend is wel het minste wat je over deze productie van Prins Igor van Alexander Borodin kan zeggen. De Rus Dmitri Tcherniakov regisseerde deze weinig opgevoerde opera in februari 2014 voor de Metropolitan Opera in New York en de opvoering kwam deze maand naar de Nationale Opera in Amsterdam met bovendien dezelfde zangers in de twee hoofdrollen.

Alexander Borodin (1833-1887) baseerde zijn opera op het zogenaamde “Igorlied” uit 1187, een kroniek uit de Russische Middeleeuwen. Borodin was in de eerste plaats chemicus en beschouwde componeren als bijzaak. Toch maakte hij deel uit van het zogenaamde “Machtige Hoopje”: voorvechters van de nationaal getinte Russische muziek. Zijn opera Prins Igor bleef bij zijn dood in 1887 onvoltooid. Hij werd voltooid en georkestreerd door Rimski-Korsakov en Glazunov en kreeg in 1891 een eerste opvoering in het Mariinski-theater in Sint-Petersburg.

Historisch fresco en persoonlijke emoties

Zoals zo veel Russische opera’s is ook Prins Igor een historisch fresco waarin een persoonlijk drama ingebed zit. Tcherniakov slaagt erin de twee aspecten op een aangrijpende en soms verrassende manier tot een boeiend geheel met elkaar te verweven. Geen simpele klus voor een opera waarvan het verhaal eigenlijk weinig samenhang vertoont en de scènes losse episodes zijn. Er loopt wel een rechtlijnige rode draad door het verhaal: de stad Poetivl (Noordoost-Oekraïne), waar Prins Igor heerst met zijn echtgenote Jaroslavna, wordt belaagd door de Polovetsers. Prins Igor vertrekt om hen te verslaan en tijdens zijn afwezigheid pleegt Prins Galitski, de broer van Jaroslavna, een machtsgreep. Maar de stad wordt overweldigd door de vijand en Galitski wordt gedood. In het laatste bedrijf is Prins Igor, die gevangen genomen was door de Polovetsers, kunnen ontsnappen, en hij is teruggekeerd naar zijn stad. Aanvankelijk ten prooi aan waanbeelden, vindt hij geleidelijk het verstand terug en roept zijn volk op het leven in de stad terug in handen te nemen.

De variatie aan reacties van de diverse individuen en groepen verleent het verhaal zijn rijkdom en spanning. De trouwe liefde van Jaroslavna, die blijft geloven in haar man, haar mededogen met de angstige vrouwen, die – achtergelaten door de ten strijde getrokken echtgenoten, belaagd worden door de wilde – en dronken macho-bende van Prins Galitski, de verliefdheid tussen de Polovetservrouw Kontsjakova en Vladimir, de zoon van Prins Igor die uiteindelijk voor haar zelfs zijn vader en land verloochent, de ogenschijnlijk dwaze maar eigenlijk lucide goedokspelers die herinneren aan de komische figuren uit Boris Godoenov van Moesorgski (Varlaam en Missail). De vastberaden Prins Igor, die na de vernedering van de gevangenschap door de vijand en de verbijstering over zijn verwoeste stad moedig het plan opvat met het leven door te gaan. Voor die afwisseling van persoonlijke emoties en brutale collectieve vijandigheid vindt Tcherniakov de gepaste expressie. Een eerste prachtig scenisch effect is de zonsverduistering in de proloog, die meteen een onheilspellend voorteken is en het afscheid tussen Jaroslavna en Prins Igor in een bang daglicht stelt. Een hoogtepunt is uiteraard het visueel prachtige klaprozenveld, met de prachtige uitvoering van de Polovtsiaanse dansen door een sensueel en tegelijk subliem ballet, waarbij de witte soepele kleren afsteken bij de felrode bloemen waar ze uit opduiken en weer in wegzinken. Maar ook de scène met de eenzame Jaroslavna die treurt over haar afwezige Prins Igor is in zijn eenvoud treffend mooi. De vernietiging van de stad op het einde van het tweede bedrijf is letterlijk als een bom die inslaat en de stad in puin achterlaat. Het puin waaruit Prins Igor op het einde de poorten van de paleishal haalt en rustig rechtop zet tegen de verschroeide wanden: een veelzeggend en beklijvend beeld. Het reële decor van het ruime, monochrome en architecturale atrium waarin elke episode – op het tweede bedrijf met de klaprozen na – zich afspeelt, wordt bij de tussentonelen ook afgewisseld met videobeelden die focussen op de gewonde prins of soldaten en hun van pijn vertrokken gezichten: een realistisch beeld van de wreedheid van de oorlog waarmee Tcherniakov het verhaal een universeel karakter geeft.

Muzikaal indrukwekkend

Muzikaal krijgt het grandioze werk een indrukwekkende uitvoering door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van de jonge Russische maestro Stanislav Kochanovsky, die zijn sporen al verdiende in het Mariinski-theater in Sint-Petersburg. Hij heeft dan ook geen probleem met het Russische idioom van de opera. Hij beheerst zowel de oosters getinte klanken van de Polovetser-scène als de melancholische tonen van de verdrietige Jaroslavna, en zijn gestiek is duidelijk ondersteunend voor de veeleisende zangpartijen. Hij schrikt er niet voor terug de brutale scènes in de verf te zetten. Slagwerk en kopers spatten erop los! Het koor heeft een grootse rol in de bijna “grand opéra” en het vervult die prachtig. De diepe mannenstemmen hebben elk hun eigen nuance, passend bij het personage. Ildar Abdrazakov heeft een heldere baritonale basstem die hij vol gevoel legt, en hij leeft zich helemaal in zijn personage in. De bas Dmitry Ilyanov speelt en zingt de oproerstoker Galitski, de arrogante rebel. Hij klinkt zowel kruiperig als autoritair en maakt zijn personage weerzinwekkend antipathiek, als aanvoerder van een bende dronken macho’s. Oksana Dyka heeft een prachtige sopraanstem met groot volume en verbluffende uithouding. Ze speelt een heel ontroerende en tegelijk zelfbewuste Jaroslavna. Pavel Chernoch als Vladimir Igorevitsj en Agunda Kulaeva als Kontsjakovna en de bizarre goedokspelers Andrei Popov en Vladimir Ognovenko zijn uitstekende bezettingen.

Na de eerder geziene productie van De legende van de onzichtbare stad Kitesj van Rimski-Korsakov (februari 2012), is dit opnieuw een prachtige regie in De Nationale Opera van Dmitri Tcherniakov. Een voorstelling die terecht bejubeld werd met een staande ovatie van de overvolle zaal in Amsterdam.

Wie de voorstelling niet live heeft kunnen meemaken, kan ze toch perfect meebeleven op een schitterende dvd-opname gemaakt in de Metropolitan in New York in 2014 en uitgebracht door Deutsche Grammophon.


  • WAT: Alexander Borodin (1833-1887) – Prins Igor
  • REGIE: Dmitri Tcherniakov
  • STEMMEN: Ildar Abdrazakov, Oksana Dyka, Pavel Černoch, Dmitri Ulyanov, Vladimir Igorevitsj, Agunda Kulaeva, Andrei Popov, Vladimir Ognovenko
  • MUZIEK: Koor van de Nationale Opera o.l.v. Ching-Lien Wu | Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Stanislav Kochanovsky
  • WAAR: De Nationale Opera, Amsterdam
  • WANNEER: zondag 26 februari 2017
  • CREDITS FOTO’S: ® BAUS