Een pretentieloze komische voorstelling van Le Comte Ory, een weinig opgevoerde opera van Gioacchino Rossini: het levert een geslaagde eindejaarsproductie op in de Opéra Royal de Wallonie. Met als grootste pluspunt, ideale zangers in de hoofdrollen, waarmee aan een absolute Rossiniaanse vereiste voldaan is.

Jawel, Rossini schreef ook een soort “schelmenverhaal”. Het is zijn voorlaatste opera en de eerste die hij origineel in het Frans componeert. Hij woont immers al een vijftal jaar in Parijs en wil zich ietwat aan de Franse mode onderwerpen. Hij zal daar vooral in slagen met zijn allerlaatste opera, de tragische Guillaume Tell, waarmee hij een gooi doet naar de Grand Opéra.

Le Comte Ory is dus tegelijk zijn laatste “buffo”-werk. Het heeft meer de allure van een komisch fait-divers met niet al te grote pretenties. Zo wordt de opera ook in de ORW gepresenteerd. Regisseur Denis Podalydès vertelt de peripetieën van Graaf Ory, Gravin Adèle de Formoutiers en hun gezelschap op grappige en rechtlijnige manier in een sober decor van Eric Ruf. De neutraal grijze wanden van de scène vormen in het eerste bedrijf het kader waarin een preekstoel centraal staat opgesteld, die tegelijk als biechtstoel kan dienen. Een meubelstuk dat handig te pas gebracht wordt om de dames van het kasteel de Formoutiers en hun gravin te “troosten” of anderzijds te entertainen tijdens de afwezigheid van de ridders, die op kruistocht zijn.

Met hun verleidingstrucs worden de dames sluw om de tuin geleid door de zogenaamde kluizenaar – niemand anders dan de “onvervalste” bon-vivant Graaf Ory – en zijn vriend Raimbaud. Het leidt tot komische tafereeltjes, die af en toe ook een beetje mislukte gags zijn. Zoals bij voorbeeld als de verklede graaf Ory zijn lijvige buik met monnikspij over de kansel drapeert. In het tweede bedrijf wagen de “chevaliers” nog handiger hun kans om de dames – vooral de gravin – te verleiden. Nu hebben ze zich als nonnen verkleed en tijdens een vreselijke storm vragen ze in het kasteel onderdak. Een list waarin ze grandioos slagen en die in de voorstelling ook geestig uitgebeeld wordt, met dwaze gestes en gebaren, die helemaal passen in het komische verhaal. De dronken “nonnen” – ze hebben  immers in het kasteel de wijnkelder ontdekt – beelden met verve en zichtbaar plezier hun triomf uit!

Het bedrijf culmineert in een fictief triootje tussen de gravin, Graaf Ory en Isolier,  de page van Graaf Ory, die zelf ook verliefd is op de gravin en die trouwens de bedenker was van het plan om zich als nonnen te verkleden. In het duister van de kamer van de gravin houdt Graaf Ory zijn page Isolier voor de gravin en de hele hofmakerij krijgt een burleske uitkomst. Te meer dat op dat moment de terugkeer van de ridders aangekondigd wordt en de “nonnen” snel moeten afdruipen. Het tweede bedrijf komt in de voorstelling alvast nog grappiger en spitanter over dan het eerste en het koor van de “nonnen” geniet duidelijk van hun dwaze gedrag.

Rossiniaanse panache

De jonge Spaanse dirigent Jordi Bernacèr voelt zich als een vis in het water in deze sprankelende Rossini-partituur vol levendigheid en Rossiniaanse speelsheid, die het orkest dan ook met vaart en panache verklankt. De diverse passages die Rossini ontleend heeft aan zijn eerder gecomponeerde cantate Il viaggio a Reims passen als een handschoen in de uitvoering. Zo doen de herhalingen van tekstpassages de handeling niet stilvallen, maar zorgen ze integendeel voor spanning en wordt de opeenstapeling van grappige situaties geaccentueerd. Hij heeft ook aandacht voor de functie die specifieke instrumenten, zoals de hoorns, houtblazers en trompetten hebben in Rossini’s tekst.

De zangers voelen zich blijkbaar ook gesteund door zijn directie, want ze munten uit in de glinsterende vocalises en “esprit” in het acteren. De twee hoofdrollen op kop. Jodie Devos ontpopt zich als een prachtige belcanto-zangeres met stralende en aangename stem. En ze ziet er ook knap uit als voorname gravin. Antonino Siragusa bevestigt niet alleen zijn reputatie van lichte typische belcanto-tenor, maar ook scenisch wat hij in het leuk YouTube-filmpje (zie hieronder) onthult: dat buffo zijn genre is! Ook de partijen van Isolier, Raimbaud, Dame Ragonde en de gouverneur zijn mooi bezet. Alvast eens te meer een productie waarmee de ORW bevestigt dat minder bekende opera’s de moeite van het programmeren lonen.


  • WAT: Gioacchino Rossini Le Comte Ory
  • WIE: Regie: Denis Podalydès
  • Met: Antonino Siragusa, Jodie Devos, Josè Maria Lo Monaco, Enrico Marabelli, Laurent Kubla, Alexise Yerna, Julie Mossay – Orkest en Koor  Opéra Royal de Wallonie-Liège o.l.v. Jordi Bernacèr
  • WAAR: Opéra Royal de Wallonie-Liège
  • Geziene voorstelling: 23-12-2018 – Nog tot 2 januari 2019

     

    https://www.rtc.be/le_comte_ory_a_l_opera_pour_les_fetes_de_fin_d_annee-1500442-999-325.htm