Geen politieke accenten of ideologische taferelen, maar een bruisende voorstelling, die recht deed aan de vele psychologische en muzikale lagen die Mozart ons met deze opera achter liet.

Een redelijk sterke cast, die zowel de donkere als lichte kanten van de personages goed over het voetlicht wist te brengen. Verbijsterend actueel is nog steeds Mozarts beschrijving van de verschillen tussen Oost en West. Bij Simons lag het accent echter niet zozeer daar op als wel op de personages in deze opera. Het ging vooral over hun onderlinge relaties, hun innerlijke strijd en over Mozart’s geliefde thema van trouw en ontrouw.

Het verhaal

Bij een schipbreuk is Konstanze, geliefde van de Spaanse edelman Belmonte, samen met haar kamenier Blonde en Pedrillo, bediende van Belmonte, in handen van zeerovers gevallen. Als slaven werden zij verkocht aan Bassa Selim, een Turkse hoogwaardigheidsbekleder. Selim is een tot de islam bekeerde Christen, die zich tegenover de Europeaanse vrouwen in zijn harem edelmoedig gedraagt. Belmonte wil hen bevrijden en treedt al bouwmeester in dienst bij Selim. Allerlei verwikkelingen moeten leiden tot de ontvoering van de dames. Maar dat mislukt natuurlijk en dan zijn de rapen gaar. Wacht hen de doodstraf of erger nog, de martelkamer? Integendeel: niet zonder slag of stoot komt de vergeving vanuit Selim.

Grenzen vervagen

Met Die Entführung aus dem Serail laat Mozart de grenzen vervagen tussen de genres van de opéra buffa en de opéra seria. Deze vernieuwing had gevolgen voor de personages in deze exotisch getinte opera. Mozart gaf ze met een geraffineerd psychologisch inzicht vorm. Steeds zijn in de muziek meerdere kanten van eenzelfde medaille te horen. Dat leidt tot een glimlach op een triest moment of een bedroefd gevoel tijdens komische gebeurtenissen. Simons wist die momenten er goed uit te lichten.

Personages

Degene die in deze regie het meest verscheurd op de bühne staat is natuurlijk Konstanze. Lenneke Ruiten wist zich goed in te leven in haar rol en speelde een overtuigende Konstanze. Soms moest ze vocaal wat op gang komen, maar ze zong ook uiterst verzorgde, mooie coloraturen, zoals in haar aria Martern aller Arten. Konstanze is, zoals het hoort, standvastig, en heeft haar hart aan Belmonte geschonken. Ze is een jonge vrouw, die niet weet of ze haar geliefde ooit zal terugzien. De avances van Selim weet ze maar met moeite te weerstaan. Haar verdriet om Belmonte en de onvervulde verlangens in haar lijf en ziel komen tot uitdrukking in haar aria Ach, ich liebte …. Haar ambivalentie loopt als rode draad door de opera heen. Simons voorzag zijn publiek meerdere malen van de handtastelijkheden van Selim tijdens haar coloraturen, hetgeen iets weg had van een smakeloos en kitscherig kunstje.

Paul Applebye als Belmonte speelde de ongedurige, impulsieve minnaar die, als het erop aankomt, met zijn ongeduld en egocentrische houding de boel voor iedereen in het honderd laat lopen. Ook hij kwam soms wat dunnetjes op gang, maar was op andere momenten overtuigend de vurige onbesuisde jongeling.

Het andere paar, Blonde en Pedrillo, zong stevig en kwam goed uit de verf. Siobhan Stagg als Blonde was ontwapenend in haar onafhankelijke optreden. Haar personage kent weinig innerlijk conflict en ze zette Blonchen stevig en robuust neer.

Schitterend gezongen werd het terzet van Belmonte, Pedrillo en Osmin tijdens de eerste akte. De vonken spatten er vanaf. En het lastige ‘jaloezie’ kwartet aan het eind van de tweede akte, Ach Belmonte, ach mein Leben, werd door beide paren meesterlijk gezongen en geacteerd. Lastige zangpartijen met al die kruisbestuivingen in Mozarts tekst en muziek. Leuke vondsten in de regie: het ongecompliceerde paar spiegelde de troubles van Belmonte en Konstanze.

Ster van de voorstelling was de schurk Osmin, hier gespeeld door Peter Rose. Zijn eerste aria’s zong hij meteen al aan het begin, met een schitterend basstem. Wat een bühne-présence! Komisch, aandoenlijk en weerzinwekkend tegelijk was zijn ongegronde haat tegen alles wat niet tot zijn eigen soort mensen behoort.

Decor en orkest

Het decor was verrassend oriëntaals en kitscherig met kermisachtige flikkerlichten. Kleurrijk kwam het Janitsarenkoor op, terwijl de blazers op de toren stonden. Eigenlijk ontzettend leuk: want dat is toch hoe in het westen werd gekeken naar al dat exotische andere? Ook hier dubbele lagen verstopt in het uiterlijk schone.

Jérémie Rhorer joeg Mozart’s muziek er in flinke tempi doorheen. Dat leverde een bruisend geheel op met veel vaart, maar soms overstemde het orkest de zangers enigszins, of lag dat toch aan de zangers?

Vergeving

Geheel in de lijn van de Verlichtingsgedachte en het verplichte happy end laat Mozart Selim de twee jonge paren niet bestraffen. Dat dit niet zonder slag of stoot gaat was aan het einde te horen en te zien in het decor, dat met veel geraas in duigen viel. Het ‘Nein, Nein’ van de Bassa, gekleed in soldatenjas, riep bepaald minder plezierige associaties op. De opera eindigde ook niet echt happy: een kaal decor en een wenende Konstanze, die haar Bassa eigenlijk liever niet wilde missen. Het slotkoor met de vaudeville moest ons daarna op andere gedachten brengen.


WAT: Die Entführung aus dem Serail van Wolfgang Amadeus Mozart
WIE: De Nationale Opera (DNO)
WAAR: Amsterdam
WANNEER:15 januari 2017
Foto’s: © DNO