Aida wordt vaak clichématig beschouwd als een opera met olifanten en paarden op een scène als het ware zo groot als half Caïro. Hoe breng je dan deze opera van Giuseppe Verdi, op een libretto van Antonio Ghislanzoni ten tonele op de kleinste operascène van het Westers halfrond, zijnde de Opéra Royal de Wallonie in Luik en doe je dat wonderwel lukken?

Akkoord, olifanten en paarden waren er niet, stel je voor op dat toch echt wel kleine podium. Er waren ook geen honderden figuranten die opkomen om meteen weer weg te gaan. Hoe zou dat op de wereldpremière geweest zijn op 24 December 1871 in de nieuwe opera ‘Khedivial’ in Caïro? De aanleg van het Suezkanaal bracht meer mee dan een economische bom op vlak van zuivere handel, ook het cultuurtoerisme barstte los in Egypte dat enkele jaren later zou losgeweekt worden uit het Ottomaanse Rijk.

Pracht en praal, maar niet theatraal

Operadirecteur en regisseur Stefano Mazzonis di Pralafera koos voor een zo getrouw mogelijke uitvoering, zoals we het van hem gewend zijn. Het podium scheen groter dan het werkelijk is door een effect van vals perspectief te creëren. De opgestelde podiumelementen waren tempelmuren en konden gekeerd worden zodat ze dan weer paleismuren werden. Een statige en grootse vergulde god Isis beheerst het hele gebeuren. Tijdens de Triomfmars, het beroemde stuk muziek, moet het allemaal zeer groots lijken. Het probleem wordt ingenieus opgelost: de podiumvloer gaat de hoogte in met een ingebouwde valse vloer die eveneens stijgt. Daarop staan de zangers, bazuinspelers en zo meer. Een wand beschilderd met Egyptische hiërogliefen verschijnt en daarvoor zijn Egyptische mythologische figuren en tempelwachters geplaatst die tijdens de mars in het gelid achter elkaar lopen. Een indrukwekkend beeld met als resultaat: missie geslaagd !

Er is gekozen voor een prachtig kostuumdrama. Fernand Ruiz, de artistieke en fantasierijke kostuumontwerper van dit huis, liet zich weer gaan. Je waant je meteen ergens in het Egypte zoals we het kennen van de lessen geschiedenis op school. Wat een pracht aan kostuums. Bekijkt u hieronder de foto’s. Alleen al die uiterst fraaie afgewerkte kostumering maakt het bijwonen van dit spektakel de moeite waard. De farao, de hogepriester die als een cobra met scherpe blik kijkt en bepaalt wat zal gebeuren, de dochter van de farao met een schitterend hoofddeksel en een breed zwierend zwart kleed al was het van pure zijde. Alle kostuums, van de technici die podiumelementen moeten verzetten tot deze van de farao zijn stuk voor stuk bijzonder mooi. Een lust voor het oog. Heel de eerste helft, of zeg vooral de eerste helft (scène 1 en 2), is een beleving op zich. Ja, voor zoiets moet je in het Waalse operahuis zijn.

Moderne en toch tegelijk klassieke acrobatische dans kleurde de driehoeksverhouding enerzijds en anderzijds vulde ze het enorme spektakel aan tijdens de triomfmars en het bijhorende ballet. Een knappe prestatie van choreografe Michèle Anne De Mey en haar dansers.

En de muziek?

Verdi slaagde er opnieuw in zijn toch ook wel politiek geladen driehoeksverhouding muzikaal om te toveren tot een opera die nog meer dan al de andere voor volheid gaat, letterlijk: vol podium, groot orkest, groot koor, een schare solisten en meer dan eens moeten ze allemaal samen het beste van zichzelf geven in een ‘orgie’ van decibels, in de koren, in de eerste aria en de andere wereldberoemde delen uit deze lange opera.  Dat koppelen aan de bijna protserige toestand op het podium, het is niet voor elke dag. Van de zangers, solisten en koristen wordt het uiterste geëist, maar ook van de orkestmusici en de dirigent. Hij, o nee, in dit geval zij!, kan niet anders dan bekaf zijn na deze overdaad.

Speranza Scappucci is een maestro die weet van aanpakken. Ze kruipt met huid en haar in de partituur en iedereen volgt precies. Alhoewel, ik herhaal mijn kritiek op het orkest dat toch echt nog moet verfijnen. Te veel slordigheden in het samenspel. Daar heeft de nieuwe dirigente nog een harde dobber aan. Het koor is wel wat anders. Pierre Iodice zorgde voor een uitgebreid koor – 70 in plaats van 40 zangers – en dit was een operakoor zoals we het graag horen. Wat de operakoren betreft moeten we in ons land niet klagen, wel integendeel.

De solisten (première)

Voor de hoofdrollen zijn er, zoals dikwijls in opera’s die veel eisen van de stemmen, (soms te veel) twee casts. Wij waren op de première en kunnen de tweede cast niet bespreken.

De hoofdrol, Aida, werd gezongen door de Spaanse sopraan Elaine Alvarez die we eerder al hoorden schitteren in Luik. Opnieuw acteerde ze haar rol perfect, maar de stem was niet altijd even meeslepend en soms ietsje scherp en met wat metaal al konden we haar over de brede lijn best smaken. Radames die moet kiezen tussen de ware liefde of het berekende huwelijk, werd gezongen door tenor Marcello Giordani. Italiaanser kon niet, met de nodige overslagjes in de stem. De vierde act was er voor zijn stem wat te veel aan, je hoorde vermoeidheid.

Amneris, vertolkt door Nino Surguladze blonk uit en stal de show. Dit was van de grootste klasse, wat een ver dragende, volle, warme diepe en verleidelijke mezzo hoor je zingen. Daar komt dan een acteertalent bij dat verder gaat dan een rol spelen. Haar vader, Amonasro werd in rol gezet door Lionel Lhote, meteen de tweede grote ster van de avond. Ja, ik beken, ik ben fan van deze geweldige bariton. En u moet me niet geloven, beste lezer, ik wist niet dat hij het was die op het podium stond. Waarom niet? Omdat ik de gewoonte heb altijd ‘blind’ te willen luisteren zonder me te informeren. Zelden zal ik een programma in detail gelezen hebben voor ik luister. Nadien doe ik dat wel. Ook cd’s beluister ik eerst en dan ga ik het boekje doorsnuffelen. Zo meen ik objectiever te oordelen. De stemkleur, de souplesse, de overtuiging: ze deden me aan Lionel Lhote denken, wie kon het anders zijn en ja hoor.

Onze eigenste Tineke Van Ingelgem heeft de ondankbare rol van hogepriesteres ‘Gran Sacerdotessa’ te zingen achter de coulissen. Het nadeel is niet alleen dat je haar niet ziet, maar ook minder goed hoort. Een beetje jammer want op het podium had je meer volheid gekregen. Het was een noodzakelijke keuze om enkele solo’s en koorpartijen achter de coulissen te laten zingen omwille van het kleine podium.

Zuiver maar niet krachtig en niet majestatisch en dwingend leiding gevend waren de rollen van de farao door de bas Luciano Montanaro en de hogepriester Ramfis, wel knap geacteerd door de bas Luca Dall’Amico. De boodschapper daarentegen, de jonge tenor Maxime Melnik is meer dan een belofte.

Wil je nog gaan genieten? Wees er snel bij want er zijn nog maar héél weinig plaatsen vrij. Info en kaarten bekom je via deze link.


  • WAT: Aida, opera van Giuseppe Verdi
  • WIE: Antonio Ghislanzoni, Aida, Elaine Alvarez, Marcello Giordani, Nino Surguladze, Lionel Lhote, Tineke Van Ingelgem, Luca Dall’Amico, Luciano Montanaro, Maxime Melnik, Speranza Scappucci, Stefano Mazzonis di Pralafera, Pierre Iodice, Jean-Guy Lecat, Franco Marri, Michèle Anne De Mey, koor en orkest van de Opéra Royal de Wallonie
  • WAAR & WANNEER: Opéra Royal de Wallonie, Luik, première 26 februari 2019
  • FOTO’S: © Opéra Royal de Wallonie-Liège